Vandaar het idee om voor één keer niet te stappen, maar wel te trappen. Moeilijk als je een lekke band hebt. Tenzij je een fietsenmaker hebt als Jan Snauwaert. Die werkt nog achter gesloten deuren in zijn atelier in Marke. Hij komt je fiets zelf ophalen en laat later weten wanneer de fiets klaar is en zet die dan voor de poort. Niemand betreedt nog zijn atelier. Tenzij met een perskaart, na ontsmetting en op een veilige afstand. "De eerste zonnestralen komen eraan. Voor ons is dat in feite de start van het seizoen. Maar de winkel is gesloten", zegt Jan, licht bedrukt.
...

Vandaar het idee om voor één keer niet te stappen, maar wel te trappen. Moeilijk als je een lekke band hebt. Tenzij je een fietsenmaker hebt als Jan Snauwaert. Die werkt nog achter gesloten deuren in zijn atelier in Marke. Hij komt je fiets zelf ophalen en laat later weten wanneer de fiets klaar is en zet die dan voor de poort. Niemand betreedt nog zijn atelier. Tenzij met een perskaart, na ontsmetting en op een veilige afstand. "De eerste zonnestralen komen eraan. Voor ons is dat in feite de start van het seizoen. Maar de winkel is gesloten", zegt Jan, licht bedrukt."Ik blijf werken, maar de leveranciers van de meeste grote merken komen al niet meer langs. De fabrieken zijn gesloten. Je merkt ook dat iedereen bang is voor wat nog komt." Hij vertelt verder zonder dat hij opkijkt. Dat is deel van zijn stiel. Mensen entertainen terwijl ze op zijn vingers staan te kijken. "Ik ben blij dat ik aan de slag kan en mag blijven, maar het vergt veel meer organisatie. 's Namiddags ben ik voortdurend afspraken aan het maken en fietsen aan het ophalen." Maar voor de rest werkt hij zoals anders. "Je houdt toch iedere morgen je hart vast als je opstaat. Heb ik het of heb ik het niet? Het ziekenhuis ligt vol met mensen die 's morgens wellicht dachten: Ik hoop dat het niet mijn beurt is", besluit Jan. Het is mijn beurt om te fietsen. Ik glij door de quasi verkeersvrije straten tot aan het Plein. Daar zijn een groepje twintigers een partijtje voetbal aan het spelen. "Dat is toch echt onwil. Hoe vaak moeten ze het nog zeggen?", merkt iemand op. De meeste bankjes in het park zijn bezet, met telkens één persoon. Alleen op de lange zitbank tegen de witte muur van het vroegere kaartershuisje dat sinds een goed jaar een parkcafé is, hebben meer mensen zich op veilige afstand van elkaar geposteerd. Renee Gobijn is één van hen. Ze is de moeder van Nina, die samen met Ursi het café uitbaat. "Ik ben aan het wandelen", zegt ze, "en ik heb mijn boek mee. Gebroken, een thriller van Karin Slaughter."Marie-Thérèse Clarysse vertelt dat ze net een boek bij een vriendin heeft afgeleverd. "Ook een thriller, ik lees dat graag. De bib is toe en we moeten onze leesvoorraad een beetje uitwisselen, hé." Renee Gobijn slaat haar boek open en er rolt een kindertekening uit. "Dit is van mijn kleindochtertje", zegt ze mijmerend. "Ja, de kleinkinderen. Anders pas ik er geregeld op. Maar nu mogen ze niet komen, hé. Ik verlang om ze terug te zien." Renee denkt dat die hele corona-episode een impact zal hebben op het leven. "Ik denk dat we bewuster gaan leven. Dat we anders met elkaar zullen omgaan. Je merkt het nu al. De mensen zijn precies vriendelijker." May Vanhauwaert, de excentrieke bakkersvrouw die achter de toonbank staat van haar man Vincent Debo, is er niet zo zeker van. "De mensen maken me nerveus", zegt ze. "Het is alsof ze nog niet begrijpen hoe ernstig de toestand wel is. Ze houden geen afstand, ze vinden alles grappig. Zelfs mijn plexischerm. Ze doen alsof ze aan het loket in de bank staan en geld komen afhalen. Ik vind dat niet grappig. Het is nog te vroeg om te lachen met corona. Binnen vijf jaar misschien. Als je de tv aanzet, en je ziet die beelden uit Italië... Je kunt daar niet meer luchtig over doen. En nog denken de mensen dat we hier dergelijke toestanden niet mogen verwachten. Waarom moet je hier met zijn vieren binnenkomen als ik zeg dat ik er maar drie in mijn winkel wil? Ik spreek er hen ook op aan. Het is opkomen voor je eigen gezondheid. Natuurlijk hoop ik dat het allemaal zal goed komen en dat we weer samen zullen kunnen feesten en mekaar zullen durven knuffelen." De gedachte doet haar even hard stralen als de felgele trui die ze draagt. "Ik merk wel dat iedereen wat emotioneler geladen is. Ik betrap er mezelf ook op dat ik ieder berichtje dat ik verstuur nu besluit met een bemoedigend woordje. En met een hartje er achteraan." Op de hoek van de Veldstraat en de Jan Breydellaan rem ik even om een woordje te wisselen met een man die niet achter een maskertje zit, maar wel achter een schuilnaam, Cram aka Marky. Zo ondertekent hij zijn foto's, zo beweegt hij zich ook op sociale media. "Er zijn er te veel met mijn paspoortnaam", is zijn verklaring voor zijn artiestennaam. Hij haalt een felgroene heupflacon boven waarop booze geschreven staat. "Cuba libre, zonder cola", bromt hij. "Ze zeggen: het leven is een crèmekar (ijskar, red.) maar je moet ze zelf voortduwen. Ik zeg: het leven is een terrasje, maar je moet wel blijven rechtstaan." Hij neemt een slok en gniffelt: "Ik kan niet trakteren, sorry." Steven Gerard Tanghe ziet hem staan en duwt op de remmen van zijn fiets. "Hoe is het hier? Kan je je een beetje handhaven? Zo rustig dat het is in de winkels. Zalig", kraait hij. Hij hoopt dat we allemaal lessen trekken uit deze rare tijd. "Eigenlijk zou het nog wat langer moeten duren. Dan gaan we leren. Ik ben alleszins hoopvol. Het is mijn morele plicht om hoopvol te zijn." Cram aka Marky kijkt naar boven en zegt: "Bon, er zijn al geen strepen meer in de lucht, dat is al een groot verschil. Je kan nu ook weer gewoon je portefeuille in je achterzak steken." Steven schatert. "Dat deed ik sowieso al."Gie Devos van het Penhuis is ook op stap in de Veldstraat. "Voor mij verandert er niet zoveel", zegt hij. "Ik leid een nogal teruggetrokken bestaan, met mijn boeken en schilderijen. Maar het is niet omdat je op een eiland zit, dat je afgezonderd bent van de wereld. Tegelijk voel ik wel een grote verbondenheid met anderen." Volgens hem zal het stilvallen van de wereld impact hebben op de mens. "Ik geloof dat deze periode veel mensen tot essentiële inzichten zal brengen. Dat ze zullen beseffen dat de materiële wereld als het zand is dat tussen hun vingers vloeit." Wat verderop wil Stefaan Geers graag zijn mening kwijt. Hij ergert zich aan de groepjes allochtonen die hij nog te vaak ziet samenscholen. "Velen trekken er zich niets van aan. Blijf toch op afstand. Gisteren was er controle op de Veemarkt. Vandaag zie je ze daar niet meer. Maar de groepjes staan nu elders, hé. Vanmorgen ging ik geld afhalen aan de bankautomaat. Op de deur staat er dat er maximaal twee mensen naar binnen mogen en er is een die blijft zitten op het bankje dat daarbinnen staat. Doe dat toch niet. Dat begrijp ik niet. Hou toch alsjeblieft rekening met de anderen." Valerie Descamps van de krantenwinkel in de Overleiestraat verkoopt tegenwoordig meer kranten. "De mensen zeggen wel, het zal weer de hele tijd over het coronavirus gaan. Maar toch willen ze op de hoogte blijven. Met als grootste vraag hoelang deze toestand nog zal duren." Ondertussen gaat de sigarettenverkoop door het dak. "Anders verkoop ik per pakje, nu per slof. Ze willen allemaal zeker zijn dat ze hun merk nog hebben de komende weken." Mensen blijven ook op de Lotto spelen. "Inderdaad, een sprankeltje hoop in deze barre tijden", lacht Valerie van achter haar plexischerm en masker. "Soms is het lastig. Er zijn veel mensen die voortdurend de maatregelen in vraag stellen. Niemand loopt er echt opgewekt bij, maar gelukkig zijn er ook veel bemoedigende woorden van klanten. Kijk, ik heb deze voormiddag bloemetjes gekregen van een klant. Als bedanking omdat ik open blijf. Opdat de mensen iedere dag hun gazetje hebben. Dat doet wel deugd."In Heule zit Tineke in een laken gehuld. Het valt me op hoeveel dankwoordjes en lakens er uithangen. Mensen zijn ook duidelijk hun appetijt niet kwijt. Slager Vincent Cannaert heeft er een compleet lavabomeubel buiten geïnstalleerd, waar klanten hun handen kunnen wassen met water en zeep, zonder dat ze de kraan hoeven open te draaien. Over de zaken hoor je hem niet klagen. "Er is even veel volk, maar ze kopen wel meer. Ze gaan niet meer op restaurant, de kinderen eten alle dagen thuis in plaats van op school en ze schaffen ook wat reserve aan om in te vriezen want je weet maar nooit." Schrik heeft hij niet. "We beschermen ons goed. Iedereen wast de handen, er is dat plexiglas en doordat iedereen betaalt met bancontact hebben we geen contact meer." Alleen bank-contact, merk ik flauwtjes op. "Ja, en payconiq", lacht de slager. Kapper Eddy Verheye heeft zopas vernomen dat de kapsalons hun deuren moeten sluiten. Hij is daar niet rouwig om. "Ik ontsmet wel alles en ik draag een mondmaskertje, maar je kunt als kapper geen anderhalve meter van je klant gaan staan. Het is positief dat we nu ook kunnen sluiten. De wereld zal er wel een stuk grijzer uitzien als dat nog vijf, zes weken aansleept. Vooral bij de dames dan. De natuurlijke kleur zal weer naar boven komen." Wat zei Gie Devos ook alweer? Tijd voor de essentie? De waarheid zal aan het licht komen.