Waar je gaat langs West-Vlaamse wegen, overal kom je mensen of dingen tegen waar verhalen aan vastzitten. Izegem produceerde jaren schoenen waarmee reuzenstappen werden gezet en borstels waarmee mensen voor hun eigen deur veegden, maar toch kan er overal makkelijk een babbeltje van af. Meer dan 10.000 stappen waren niet nodig om te beseffen dat Izegemnaars gemoedelijke mensen zijn.
...

Waar je gaat langs West-Vlaamse wegen, overal kom je mensen of dingen tegen waar verhalen aan vastzitten. Izegem produceerde jaren schoenen waarmee reuzenstappen werden gezet en borstels waarmee mensen voor hun eigen deur veegden, maar toch kan er overal makkelijk een babbeltje van af. Meer dan 10.000 stappen waren niet nodig om te beseffen dat Izegemnaars gemoedelijke mensen zijn. Als je parkeert op de markt van Kachtem en je ziet de leeuwenvlag wapperen bij het provinciale secretariaat van het Vlaams Belang, ga je even vrezen dat je snel buiten geborsteld wordt als je niet van de buurt bent. Ik vlucht dan ook de andere kant uit, naar de kerk. Bij de ingang een bord met de blijde boodschap: Christen of niet, van hier of nergens, kom binnen, dit huis is ook jouw huis. De deur van de kerk blijkt gesloten. Je zou gaan geloven dat God de sleutel kwijt is.Gelukkig is er Martine Vervaele in De Kriebel, krantenwinkel en postkantoor en verschaffer van goed humeur. Het is een grijze, troosteloze dag, maar Martine straalt zo hard dat het lijkt alsof bij haar de zon altijd schijnt. Ze is eigenlijk van Zwevezele. Ik ben bezig aan mijn tweede leven", zegt ze. Haar ogen fonkelen. Ze voelt zich goed in Kachtem. Al ziet ze het dorp voortdurend veranderen. "Het is hier druk bevolkt geworden. Er wonen alsmaar meer jonge gezinnen. Voor wie in Roeselare werkt, is het iets goedkoper om hier te bouwen. De ligging is ideaal hé. Izegem heeft ook zijn charmes, maar een randgemeente is anders dan een stad hé." Menselijker durf ik te concluderen. Er is heel veel wind in Kachtem. Wellicht daarom dat het er vol windmolens staat. Waait het niet, dan kan Martine je helpen om in de wind te zijn. Naast kranten verkoopt ze nylonkousen, voor wie al eens een steekje laat vallen, en drank. Zou er dan niet eens een kruidenierszaak zijn in Kachtem? "Jawel, er is zelfs een supermarkt", zegt Martine, "maar misschien worden sommigen daar liever niet gezien met drank in hun winkelmandje. Mensen kunnen hard zijn voor mekaar. Als je nog nooit in de schoenen van een ander hebt gestaan, kan je beter niet over die andere oordelen. Pas op, ik heb ook fouten gemaakt," zegt ze met grote gebaren. Maar..." Ze laat de r rollen om een klemtoon te leggen: "Je leert veel bij door in een winkel te staan."Of hoe ze het al doende tot mensenkenner heeft geschopt. Maar ook uit de kranten leert Martine veel bij. "Ik weet nu al dat ik ook de krant moet hebben als ik oud ben." Even pauzeert ze en voegt er dan aan toe: "En een hond. Zo zal ik het huis blijven uitgaan. Want er is veel eenzaamheid", zegt ze. "Door voortdurend mensen over de vloer te krijgen, zie ik hoeveel verdriet er is." En plots begint ze te schateren. "Maar er is hier ook heel veel leute." In de Kachtemsestraat zit Bart Velghe in de put. Hij is een oude Citroën DS aan het smeren. Maar hij komt er graag uit geklauterd. Hij en zijn vrouw Nele baten al 8 jaar een plaatselijke garage uit. "Ik wou iets kleinschaligs", zegt hij, "een dorpsgarage." Maar waar je tegenwoordig ook handel drijft, de grote wereld kijkt mee over je schouder. "Er is de voortdurende concurrentie van het internet, maar het is ook daar dat ik veel van mijn koopwaar vind. Ik ben voortdurend op zoek naar goeie auto's, zodat wie klant bij me is zoveel pech bespaard blijft", zegt Bart. Benieuwd of ook Bart lid is van de Mazda Club. Het toeval zal me ernaartoe leiden. Iets voorbij de garage van Velghe sla ik linksaf omdat ik niet elke dag de kans krijg in een straat te stappen die de Hondsmertjesstraat heet. Een vrouw in looppas houdt even halt wanneer ik haar toeroep of zij de betekenis van die naam kent. Hondsmertje is volgens haar een oud kruid dat vaak in vochtige gebieden voorkwam. "Dat is hier een straat die wel vaker met wateroverlast te kampen had", legt ze uit. En weg is ze. Ik ben bijna 3.000 stappen ver als ik halt hou aan een propere rijwoning in de Ardooisestraat in Emelgem. Wellicht zijn er weinigen die letten op de affiche van Che Guevara die er tegen het raam hangt en de foto's van de Mazda's, waarmee bewoner William Lapauw zijn liefde voor de Japanse wagen bezingt. Hij is blijkbaar lid van de Belgische Mazda Club. Een verhaal dat enige toelichting kan gebruiken. Een druk op de deurbel volstaat. William blijkt intussen 75, zit erbij in boxershort en onderlijfje, "want ik ben nog aan het herstellen van een ongeval dat ik in oktober met mijn laatste Mazda heb gehad, mijn zesde. Niet de schuld van de Mazda", beklemtoont hij. "Problemen met de gezondheid. Het licht was eerder al wel eens bij me uitgegaan wanneer ik achter het stuur zat. Met enkele kleine ongevallen tot gevolg. Maar die ene keer was het ernstig. Ik vlamde pardoes tegen een kraan aan."Negenenveertig jaar en zes Mazda's later, nadat hij zich in 1970 de eerste Mazda-rijder mocht noemen met zijn aankoop van de Mazda Luce 1800, hoeft William geen wagen meer. "Ik heb nog wel een rijbewijs, maar ik waag me zelfs niet meer op een fiets", lacht hij. De klap tegen het stuur bezorgt hem nog altijd ademhalingsproblemen. "Terwijl mijn adem lange tijd mijn troef was. Ik heb 50 jaar aan boogschieten gedaan, en was op mijn twintigste al koning bij de schutters in Lendelede", zegt hij. Hij draait zich om en pronkt met een foto van 50 jaar geleden. Het hele huis staat volgepakt met portretten, schilderijen, trofeeën en beeldjes. "Soms sta ik om vier uur op om alles af te stoffen. Ik slaap toch niet veel. Slapen is tijdverlies", zegt hij. Maar eerst wil hij demonstreren dat zijn beruchte wolvenkreet niet te lijden heeft onder zijn kortademigheid. Uit het niets ontwikkelt hij een kabaal van jewelste. Als Izegem een nieuwe sirene zoekt, kan hij solliciteren. "Ik ben lid van twee wolvenclubs", zegt hij. "Dat zijn echt brave dieren. Je moet eens zien naar hun ogen, naar de liefde die eruit straalt." Moeilijk te weten wat je moet denken van William Lapauw. Een rare kwibus maar ook een levende encyclopedie. Hij is dichter, zegt hij. "Honderden gedichten heb ik geschreven. In het Nederlands en het Frans," en weer volgt een demonstratie. Plots valt zijn blik op een kruisbeeld en een missaal, die hij voor zich uit houdt alsof hij de duivel heeft gezien. "Die lagen in mijn wagen toen ik botste. Ze zijn mijn redding geweest. Als je genoeg miserie meemaakt, dan ga je op den duur weer geloven", zegt hij. En opeens gaat het over Russische volksliederen die hij downloadt van het internet. Niemand gaat zo gezwind van de hak op de tak. Terwijl ik de deur uitga, vertelt hij dat zijn gehoor niet meer optimaal is doordat hij jaren met een machine het oorverdovende geklingel moest aanhoren van kleingeld. "Tien jaar lang heb ik met een kompaan alle munten geteld die uit de West-Vlaamse telefooncellen werden gehaald." Zonde dat ik stappen moet zetten of ik kon drie kranten vullen met deze man. Emelgem kreunt onder het verkeer en onder de geur van verschaald frituurvet die de lelijke oliefabriek bij de Vaart over deze buurt uitspuwt. Snakkend naar adem sla ik de Reigerstraat in. Ik ben er in de natuur en in de betere buurten van Miami, zo lijkt het wel als mijn blik op de futuristische woning op nummer 1 valt, een gigantische samenstelling van afgeronde volumes die in 1976 in wit geraapt beton gestoken werd, maar in haar huidige oranjeroze kleedje misschien nog beter oogt. De hoek om, in de Merelstraat, de betere villawijk, staat Koen Verledens in zijn tuintje voor zich uit te staren.Hij woont er 30 jaar, is zot van Emelgem, maar minder van Izegem. "De stad is dood", zegt hij. "Ik ben van origine van Ingelmunster. Dat is een stad die leeft. Hier zijn ze alsmaar aan het bouwen, maar gebeurt er weinig. Burgemeesters willen het bewonersaantal opdrijven. Hoe meer zielen, hoe dikker hun portefeuille," lacht hij. Een lachebek, zoals zijn vader zaliger, de andere helft van de tweelingbroer die jaren burgemeester was van Izegem.Het kanaal over valt het water opeens met bakken uit de lucht. Toch valt er hier en daar niet naast de sporen van het rijke industriële verleden te kijken. Izegem kan maar beter hard vasthouden aan die ouderwetse charme, bedenk ik me terwijl ik een blitse koffiebar induik om te schuilen. De mooie dame achter de toog is Russisch, van Sint-Petersburg. "Wat doet zo'n wereldse verschijning in zo'n poging tot stad," vraag ik haar. In Nederlands dat haast beter is dan het mijne, vertelt ze me dat zij erop stond in Izegem te komen wonen, omdat ze de mensen en hun mentaliteit zo super vindt. Ze verklapt me dat ik me in de eerste koffiebar bevind van een keten die weldra de grootste van het land moet worden. Izy is bovendien genoemd naar die favoriete stad van haar. Haar partner Bart Buyse zat vroeger in de luchtvaart. En als je het mij vraagt, dan geven ze Izegem binnenkort vleugels, zoals de borstels, de schoenen, de meubels, Flip Kowlier, Geert Bourgeois en de olie van Vandemoortele ervoor zorgden dat alles hier nog gesmeerd loopt.