10.000. stappen in Houthulst: Groene gemeente met oprechte, harde werkers

Kurt Vandemaele
Kurt Vandemaele Reporter

De kennis die je hebt over plekken waar je zelden of nooit komt, overstijgt zelden de vooroordelen, platitudes en andere clichés. Zo zijn mensen nu eenmaal. Voor zij die er al jaren niet meer geweest zijn, is Brugge nog altijd een openluchtmuseum, is het gros van de Kortrijkzanen nog altijd een dikkenek en zijn Houthulstenaren messentrekkers. Een stap dichter zetten, eens ter plekke gaan kijken en praten met zij die er wonen, het kan de nuance ten goede komen.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Na de laatste verkiezingen werd Houthulst nog bestempeld als het epicentrum van de onverdraagzaamheid. Het zou dan ook verwondering kunnen wekken te merken dat een plek als Merkem deel uitmaakt van Houthulst. Dat is toch de gemeente waar de boot van wereldreiziger Bart Castelein ligt? Een opener geest kan je in West-Vlaanderen niet vinden. De boot is intussen een beweging, een vereniging en een b&b. Er valt altijd iets te beleven, de boot is intussen twee boten groot, die prachtig gelegen zijn, daar op de Ieperlee. Alles errond, te land, te water en in de lucht, is er creatief aangekleed. Helaas is er buiten het seizoen op weekdagen geen kat te zien. Maar ook het dorpje tref je tegenwoordig in vakantiebrochures aan.

Weg van Merkem

Een kasteel dat in het groen verscholen ligt, een pittoresk kerkje omzoomd met een kerkhofje uit vervlogen tijden, een vredig marktpleintje en statige herenhuizen in die gele baksteen die de Westhoek zo typeert. Al is Gino Tanghe niet zeker dat je Merkem bij de Westhoek kunt rekenen. In ieder geval, hij is helemaal weg van zijn dorp. Zo weg, dat hij er nooit weg wil. “Ik ben eigenlijk van Jonkershove en mijn vrouw is van Pervijze”, vertelt hij. “Nadat we drie jaar een huis in Esen gehuurd hadden, zochten we bouwgrond en al snel kwamen we tot de consensus dat we in Merkem wilden wonen. Ik weet niet waarom.” Zesentwintig jaar later heeft hij daar nog geen seconde spijt van gehad. “Omdat het een levendige, aangename buurt is, waar niemand in onmin leeft met zijn buren. Het is hier echt goed om te wonen.” Gino werkt al 35 jaar als ingenieur bij Barco in Kortrijk, maar die afstand hindert hem niet. “Ieder huis dat hier te koop komt, is meteen verkocht. Ook jongeren willen hier blijven. De KSA zit er voor veel tussen, daar heerst een enorme gebondenheid. Ze maken er vrienden voor het leven. Mijn tweede zoon heeft al een hele tijd een liefje, en nu al zegt hij dat ze naar hier zal moeten komen”, lacht Gino.

Gino Tanghe: “Het is hier goed om te leven. Niemand wil hier weg, ook de jongeren niet.”© KVdm
Gino Tanghe: “Het is hier goed om te leven. Niemand wil hier weg, ook de jongeren niet.”© KVdm

Je ziet ook meer en meer vakantiewoningen in de buurt. “Ja, vzw De Boot lokt nogal wat volk naar hier”, zegt Gino. “En je kunt hier prachtige wandelingen maken. Naar de Merkemse broeken bijvoorbeeld, of naar de elektriciteitscentrale van Noordschote.” Gino vult op al zijn briefwisseling Merkem in als tegenadres. “Zoals iedereen hier voel ik me Merkemnaar. Al heb ik geen klachten over hoe Houthulst ons bestuurt. De burgemeester is een jeugdvriend. En zijn opvolger, die hem straks aflost, komt zelf uit Merkem.”

West-Vlaamse band

Julie Castryck wil zolang mogelijk in de KSA blijven. En zolang mogelijk in de Boskant blijven wonen.© KVdm
Julie Castryck wil zolang mogelijk in de KSA blijven. En zolang mogelijk in de Boskant blijven wonen.© KVdm

Julie Castryck doet op het dorpsplein haar fiets op slot. Zo naïef is de wereld ook hier niet meer dat je een tweewieler zonder sluiten achterlaat. Julie gaat studeren in het blokkot in de KSA-lokalen waar ze op andere momenten leiding geeft. Ze zit in het eerste jaar TEW-Handelsingenieur in Gent, maar door de coronacrisis heeft ze het grootste deel van het schooljaar in Merkem doorgebracht. “Het echte studentenleven heb ik nog niet mogen ervaren. Maar je voelt wel dat er in Gent een supertoffe sfeer hangt. Ook wel omdat er superveel West-Vlamingen zijn. Ik heb altijd sympathie voor West-Vlamingen. Je komt er sneller mee overeen. Door de taal heb je al van bij het eerste woord een band. Het echte Gent heb ik nog niet meegemaakt en eigenlijk vind ik dat niet zo erg. Ik heb hier een vriendengroep bij wie ik me op mijn gemak voel.” Haar economische studies moeten haar met de tijd een job opleveren “in de bedrijfs- of bankwereld.” Niet in Merkem dus? “Hm, ik wil hier wel graag blijven wonen. En dan nog liefst in het gehucht Boskant. Vanwege de sfeer, ja. Mensen hangen er samen. Je komt er vrijwel niemand tegen die niet de hand opsteekt.”

Geen spijt

Nancy Van Buyten: “Mensen hier zijn verdraagzamer dan Antwerpenaars. Hier moet je geen 50 soorten brood bakken.”© KVdm
Nancy Van Buyten: “Mensen hier zijn verdraagzamer dan Antwerpenaars. Hier moet je geen 50 soorten brood bakken.”© KVdm

Ook Nancy Van Buyten is helemaal ingepakt door de charme van Merkem. Zesentwintig jaar lang had ze samen met haar man Rik De Vos, een Diksmuidenaar, een bakkerij in hartje Antwerpen. Zelf komt ze uit het Oost-Vlaamse Hamme, bij Beveren. “Elf jaar geleden hadden we een oude hoeve gekocht in Merkem om er een b&b van te maken. Maar de verbouwingen schoten niet op doordat we alles zelf deden in onze weinige vrije tijd en toen hier een bakkerij over te nemen was, hebben we die boerderij verkocht en zijn we een winkel begonnen. Dat is nu een dikke drie maanden geleden en we hebben er nog geen seconde spijt van gehad”, zegt Nancy. “In Merkem heb je niet alles bij de hand zoals in de stad, maar ik mis hier niets wat ik daar had”, gniffelt ze.

“Minder willen, maar meer leven. Daar draait het om”

Nancy Van Buyten

“Er is hier veel minder stress. We voelen ons rustiger, ook al werken we nog lange uren. We zijn precies toeristen. En ja, ik ken al best wat mensen. De gezichten herkennen, zal nog beter gaan eens ze hun mondmaskers mogen uitdoen.” In Antwerpen kon je in bakkerij De Vos meer dan 50 verschillende soorten brood krijgen. “En nog was het niet genoeg. Hier zijn het er veel minder, maar mensen zijn content. Als je geen bruin brood hebt, nemen ze die ene keer wel genoegen met een witje. Ja, hier is men content met het simpele. Minder willen, maar meer leven. Daar draait het om.”

Handjes in de lucht

Jan Depover: “Er is altijd sfeer, altijd ambiance in De Kippe.”© KVdm
Jan Depover: “Er is altijd sfeer, altijd ambiance in De Kippe.”© KVdm

“En de handjes in de lucht”, hoor ik Johnny Clarysse roepen, terwijl ik langs de Kippe wandel. Hier en daar zie ik een hand de lucht in gaan. Maar de ene is bezig met zijn compagnie, de andere met haar pannenkoek en nog een oma kijkt om naar haar kleintje op het speelplein. “Nee, de Kippe is geen restaurant waar je enkel kippenvlees eet, de Kippe is de naam van de wijk”, giechelt Jan Depover. Even later zal hij de microfoon grijpen om tussen de buien door I Can See Clearly Now, The Rain is Gone te zingen. En al heeft hij niet de stem van Johnny, de oudjes wiegen dit keer makkelijker mee. Hij is tenslotte de grote Jan. “Ons publiek komt van overal”, zegt-ie. “Ons gigantisch terras is nu meer dan ooit een troef. Op woensdag hebben we traditioneel onze dansnamiddagen voor de mémés en de pépés, maar nu er nog niet gedanst mag worden, houden we het gewoon op muzieknamiddagen. En dan zingen ze mee, terwijl de kindjes zich uitleven op ons groot speelplein.” Jan verwacht nog veel meer artiesten in De Kippe, zijn restaurant-tearoom waar het altijd feest is. “Deze zomer zendt VBRO-radio hier uit op vrijdag en ze brengen alleen al in juli en augustus 108 artiesten mee.” Straks zijn er meer artiesten dan mensen in Merkem.

Vertrouwensfiguur

Nog landelijker is Jonkershove, tussen Merkem en Houthulst. “Nu is het hier druk”, zegt Mieke Prinzie die met zoon Hannes Herrebout haar 10.000 stappen aan het zetten is, “omdat de provincieweg tussen Ieper en Diksmuide onderbroken is en dus komt alle verkeer hierlangs.” Zoals iedere deelgemeente van Houthulst heeft ook Jonkershove een ontmoetingscentrum – een dorpshuis noemen ze het hier – dat van durf, visie en smaak getuigt en niet in een grootstad zou misstaan. Mieke is bankdirecteur en verzekeringsmakelaar. “Maar van opleiding ben ik burgerlijk ingenieur sterkstroom. Een job die ik jaren terug heb uitgeoefend in Halle, maar mijn man werkte ook als burgerlijk ingenieur in Brussel en we hadden graag kindjes gehad. Toen heb ik het bankkantoor van mijn ouders overgenomen en zijn we teruggekeerd”, zegt ze. “Het heeft me nooit gespeten. Je hebt veel sociaal contact en je kunt veel mensen helpen. Eigenlijk ben je een beetje een vertrouwensfiguur.”

Mieke Prinzie met zoon Hannes Herrebout: “Jammer dat er in de bebouwde kom van Jonkershove niet meer mag gebouwd worden.”© KVdm
Mieke Prinzie met zoon Hannes Herrebout: “Jammer dat er in de bebouwde kom van Jonkershove niet meer mag gebouwd worden.”© KVdm

Mieke vindt het jammer dat er nog weinig bouwzones zijn in Jonkershove. “Het zou goed zijn, mochten we hier de bebouwde kom mogen toebouwen. Want nu hebben Merkem en Houthulst nog ruimte zat om te bouwen. Er komen daar nieuwe, jonge inwoners bij en ook nieuwe kindjes. Terwijl de school hier jaar na jaar moet knokken om aan genoeg leerlingen te geraken om de klassen te behouden.” De 22-jarige Hannes, de middelste van haar drie kinderen, zit in zijn voorlaatste jaar kinesitherapie in Leuven en zou een toekomst in Jonkershove ook wel zien zitten. “Je kent de mensen hier, het is veel rustiger dan in de steden, veel aangenamer ook”, zegt de jongeman.

messentrekkers

Anick Van Insberghe: “Veel valt er hier niet te beleven. We zijn content met de kleine dingen.”© KVdm
Anick Van Insberghe: “Veel valt er hier niet te beleven. We zijn content met de kleine dingen.”© KVdm

Ze wijzen me de weg, hoe ik over Sint-Christoffel, een verkaveld deel van Houthulst, tot in het centrum geraak. In de Kerkstraat staat Anick Van Insberghe in de garagepoort van haar woning uit te kijken tot een van haar twee dochters thuiskomt. Ze heeft altijd graag in Houthulst gewoond. “Alles is hier goed”, zegt ze. “Niet dat er hier zoveel te beleven valt. Veel cafés zijn er niet meer. Maar er is veel groen, een uitgestrekt bos op wandelafstand van het centrum. En er is vooral de vriendschap van de mensen, hun eerlijkheid en oprechtheid. Ik zou niet weten waarom ik me zou verleggen.” Vriendin Katrien Becue die net voorbijkomt knikt: “Het is hier zo mooi. Om het even hoe je Houthulst binnenrijdt, het is al groen wat je ziet.” En wat dan met die slechte faam van Houthulst? Anick kent de verhalen. “Vroeger stonden de Houthulstenaren bekend als messentrekkers. Mensen van Ieper hebben me ooit uitgelegd dat Houthulstenaren die faam net te danken hadden aan het feit dat ze zulke harde werkers zijn. Op vrijdag gingen ze met gevulde beurzen op café, een glas gaan drinken. Dat ze zoveel geld op zak hadden, wekte jaloezie en ze werden vaak beschimpt en moesten zich verdedigen. En zo kwam het wel vaker tot een handgemeen.” Zelf is ze een en al vriendelijkheid. “Ik heb ooit een zwaar ongeval gehad en lag zes weken in coma. Ik ben invalide en kan niet meer werken. Maar ondanks mijn mankementen ben ik gelukkig. Ik heb een fantastische man en twee lieve kinderen. Als je dat hebt, ben je rijk. Dus laten we hopen dat we dat kunnen behouden.”