Hij zal twee keer écht kwaad worden in dit gesprek. Een eerste keer als de naam Wouter Vermeersch valt, de leider van Vlaams Belang in Kortrijk. Van Quickenborne noemt hem een leugenaar. Een tweede keer als de federale begroting op tafel komt. Zelfs Di Rupo deed beter, sneert hij. Maar voorts zit een ontspannen man voor mij. Een beredeneerd man. Zijn wilde haren, herinner u de wiet rokende senator Q, zijn al even gekortwiekt. Hij schenkt een tas dampende gemberthee in. "Ik lees in kranten dat ik zou zitten mokken in Kortrijk. Dat is zever. Ik ben graag burgemeester. Ze mogen mij bellen om minister te worden. Ze mogen mij zelfs bellen om premier te worden. Ik zeg neen." Het partijvoorzitterschap zou hij wel overwegen.
...