Politicoloog Carl Devos: “Na 20 jaar ben ik een stuk meubilair van de Wetstraat”

© Davy Coghe
Hannes Hosten

Professor Carl Devos (49) is vooral bekend als politiek analist. Toch heeft hij ook iets met Oostende en de kust. Elke week is hij te vinden in zijn bureau op de campus Oostende, zoals het wetenschapspark Greenbridge van de Universiteit Gent meer en meer genoemd wordt. “Het is niet uitgesloten dat Oostende ooit een volwaardige universitaire opleiding krijgt rond blue energy.”

Oostende heeft maar weinig geheimen meer voor Carl Devos. Hij komt vaak op Greenbridge, is er ceo van het wetenschapspark Ostend Science Park, zetelt in de raad van bestuur van de haven… De Mercator is voor hem dan weer vooral een verre herinnering. “Een verplicht nummer in mijn lagereschooltijd. We moesten naar de gids luisteren, terwijl we liever hadden gespeeld op het schip.”

Heb je iets met schepen?

“Ik zie ze graag passeren van ver. En vroeger voer ik ook wel enkele keren naar Engeland. Maar de laatste jaren is mijn interesse alleen maar gegroeid. De collega’s van de Universiteit Gent testen hier in het maritiem onderzoekscentrum in Oostende scheepsmodellen uit. Ik spreek met ingenieurs, proffen die bezig zijn met scheeps- en havenbouw, in het havenbestuur hebben we het over havenrechten, tonnenmaten… Er ging een wereld open en ik ben daar blij om. Ik heb het zelfs een beetje gezocht.”

Hoezo?

“Enkele jaren geleden vroegen ze me mee te zoeken naar iemand die de ambities van de universiteit in West-Vlaanderen kon helpen realiseren. We hadden al de meeste West-Vlaamse studenten, maar we willen in de provincie ook beter vertegenwoordigd zijn. Ik kwam thuis en dacht bij mezelf: eigenlijk zie ik dat zelf wel zitten. Bleek dat ze het mij niet hadden willen vragen, omdat het niet echt combineerbaar was met wat ik toen al deed. Maar ik had wel zin om eens iets anders te doen. En zo viel alles in de plooi.”

Ik verzet me tegen de gedachte dat West-Vlamingen alleen in West-Vlaanderen mogen studeren en werken

Hoeveel tijd stop je in dat West-Vlaams vertegenwoordigerschap?

“Officieel 80 procent. Het varieert van week tot week, maar het gros van mijn tijd investeer ik in West-Vlaanderen. Ik ben ook nog voorzitter van de vakgroep politieke wetenschappen, geef nog wat les en werk natuurlijk als politiek analist voor de media. Maar ik geef slechts één vak meer en begeleid geen thesissen meer.”

Wat doe je als West-Vlaams vertegenwoordiger?

“Het komt er vooral op aan zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden te sluiten tussen de universiteit en overheden, bedrijven en organisaties. We hebben alleen in Kortrijk studenten. In Oostende en Brugge zijn we aanwezig, maar niet met opleidingen. Ik ben niet een soort veroveraar die zoveel mogelijk studenten naar Gent moet krijgen, want de meeste West-Vlaamse studenten gaan al naar daar. Het heeft ook geen zin om hier opleidingen te organiseren die ook al in Gent worden aangeboden. Je staat er in een halfuurtje en de studenten vinden het een toffe stad.”

Wat doen jullie dan wel in West-Vlaanderen?

“Er zijn drie criteria. Wat we hier doen, moet gebonden zijn aan de lokale context. Zoals onze mariene en maritieme onderzoeksactiviteiten in Oostende. Ten tweede moeten we in West-Vlaanderen niet doen dat al op exact dezelfde manier in Gent gebeurt. En ten derde: in Gent moeten we de expertise hebben om de activiteiten hier te ondersteunen. Als we er zelf niet goed in zijn, doen we het beter niet. We hoeven hier geen eilanden, hoogstens schiereilanden. In Kortrijk zitten onze ingenieurs en bio-ingenieurs, in Brugge ondersteunen we de VN-universiteit, samen met de VUB. Daar zitten politicologen, juristen en economisten.”

Als Carl voor lange tijd op reis zou gaan…

Naar Jeruzalem

“Op reis met de Mercator? Als je het me nu zou vragen, dan zou ik niet vertrekken. Als ik het zou doen, zou ik mijn familie meenemen. En al wie er nog bij wil. Het is een groot schip. Ik zou via Frankrijk naar beneden varen, langs de kust blijven en af en toe aanmeren. Dan langs de kust van Italië, de laars om, langs Griekenland, Turkije en Cyprus en aanmeren in Tel Aviv. En daar zou ik de auto nemen naar Jeruzalem. Ik vind die hele streek fascinerend. Begin jaren negentig organiseerde ik met de studentenkring nog debatten over Israel en de PLO. 9/11, de migratiestroom, de terreuraanslagen… Er komt enorm veel uit dat Midden-Oosten.”

In één maand

“Langer dan een maand zou ik mijn gezin nooit meekrijgen. En het zou mij ook wel tegensteken, de zoveelste haven waar we stoppen… Dan zou ik toch liever naar de markt gaan om een kieken de zaterdag. De vrienden en zo, dat zou ik missen. We gaan ook frequent naar de culturele centra De Leest in Izegem en De Spil in Roeselare. Te lang op een boot zitten is niets voor mij. De politieke contacten? Die zou ik niet missen als ik een maand met vakantie ben. Tijdens mijn zomervakantie mis ik dat ook niet. En als ik op pensioen zou zijn al zeker niet.”

Voeling houden

“Op reis volg ik toch de actualiteit. Als ik thuis kom, ben ik nog altijd geïnformeerd. Zolang ik werk, zou ik dat ook wel doen. Maar als ik echt de schup in de stal zet, bij wijze van spreken… Als je 50 jaar in de stiel hebt gezeten, blijf je daar wel voeling mee houden. Maar het zal toch niet meer zo intensief zijn als nu. ‘t Is een passie, maar voor alles is er een tijd hé. Dan is het aan andere en betere.”

Eerst gaan eten

“Als we na een lange reis terug thuiskomen? Het eerste wat we dan meestal doen is… (schalks lachje) gaan eten. Of naar de winkel gaan en gerief halen om zelf te koken. Meestal pakken we de valiezen uit, douchen we en is de volgende vraag: wat gaan we eten?”

Wie is Carl Devos?

Privé

Geboren in Tielt op 7 augustus 1970. Getrouwd, vier kinderen. Groeide op in Meulebeke, woont in Izegem.

Opleiding en loopbaan

Doctor in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen sinds 1993. Hoogleraar sinds 2010. Vertegenwoordiger van de Universiteit Gent in West-Vlaanderen sinds 2016. Ceo Ostend Science Park en lid van de raad van bestuur van Haven Oostende sinds begin 2019. Al jaren politiek analist in diverse media.

Vrije tijd

Altijd bezig met zijn werk. En ontspannen? “Op het gemak zitten met een goed glas wijn. Meer moet dat niet zijn.”

Kan dat de brain drain – het vertrek van hoogopgeleiden uit West-Vlaanderen naar het binnenland – tegengaan?

“Ik ben een groot voorstander van het brain drain-plan. Maar ik verzet me tegen de gedachte dat West-Vlamingen alleen in West-Vlaanderen mogen studeren en werken. We leven in 2019, we mogen niet provincialistisch zijn. We moeten wel proberen mensen terug naar hier te krijgen, en dat is ook aan het gebeuren. Neem Oostende: we hebben hier labo’s, we trekken een prof en onderzoekers aan, we hebben akkoorden met een eerste bedrijf dat naar Ostend Science Park komt en we spreken al met een tweede. Zo creëren we werkgelegenheid in de regio. In Oostende groeit iets. Je hebt de Universiteit Gent, het ILVO, het VLIZ, de Blue Accelerator, het testplatform op zee… Oostende heeft geen volwaardige universiteit, maar als we al die instellingen samenbrengen, creëren we een blue valley. En zo versterken we elkaar. We hebben het stadsbestuur gevraagd daarin een regisseursrol op te nemen en dat is positief beantwoord.”

Komen er ooit echt studenten op jullie Oostendse campus?

“Ze zijn er eigenlijk al. Elke zomer organiseren we twee weken lang een erg succesvolle summer school. Of er ook echte opleidingen komen? Dat sluit ik niet uit. Ik denk dat we vooral moeten investeren in levenslang leren en master-na-masteropleidingen. De nieuwe Vlaamse regering wil dat ondersteunen. Als er in Oostende een gespecialiseerde opleiding moet komen rond het mariene, blauwe energie… Graag.”

Jij keerde zelf vanuit Gent naar West-Vlaanderen terug.

“Na mijn studies bleef ik eerst enkele jaren in Gent om me daarna in Izegem te vestigen. Toen de vele verplaatsingen naar het binnenland me op de heupen begonnen te werken, kon ik het hele gezin overtuigen om in Deinze te gaan wonen. Maar daar misten we allemaal West-Vlaanderen. Er kwam nog een vierde kindje bij en ik voelde me schuldig dat ik mijn hele menage had doen verhuizen voor mijn gemak. Op vraag van de kinderen zijn we dan teruggekeerd naar Izegem. Dat is en blijft thuiskomen. Dit is mijn streek. Andere provincies zijn niet slecht, maar er is een soort verbondenheid. Ik begrijp dat mensen dat nodig hebben. Soms doen intellectuelen daar wat hooghartig over, maar ik vind daar niets mis mee. Wat niet betekent dat ik niet kijk naar wat buiten West-Vlaanderen gebeurt.”

Politicoloog Carl Devos:
© Davy Coghe

Het grote publiek kent jou natuurlijk vooral als politiek analist. Ben je van kinds af al gebeten door politiek?

“Mijn familie was totaal niet politiek actief. We lazen ook geen krant. We keken wel elke avond naar het nieuws en de politiek heeft me altijd op de een of andere manier geprikkeld. Ergens in het vierde of vijfde middelbaar kwam ik thuis met een krant. ‘Wat heb jij nu gekocht?’, reageerden mijn ouders. Ik dacht eraan rechten te studeren, maar een maat zei me dat hij pol & soc ging doen. ‘Pol en wie?’, vroeg ik eerst. Maar ook mijn klastitularis vond dat echt iets voor mij. En zo ben ik erin gerold.”

Intussen ben je goed thuis in het politieke wereldje.

“Het moet toch al zo’n 20 jaar zijn dat ik politieke analyses breng in de media. Als een soort vertaler-tolk probeer ik aan een breed publiek uit te leggen wat er volgens mij gebeurt. Na al die jaren ben ik een stuk meubilair van de Wetstraat geworden. Maar altijd heel bewust van mijn plek. Sommige politici ken ik wat beter, maar de meeste niet. En dat wil ik zo houden. Ik ga niet naar trouw- of familiefeesten van politici. Ik ga wel eens uit eten met een politicus, maar niet bij hen of bij mij thuis.”

Hier in Oostende ging een nieuwe wereld voor me open en daar ben ik blij om

Probeer je afstand te bewaren?

“Toch wel. Wat ik zeker niet wil, is dat ik iets niet meer durf te zeggen of schrijven, omdat ik een vriend niet wil kwetsen. Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed. Maar ik heb al ondervonden dat je heel veel mag zeggen, als je het maar respectvol en met argumenten doet. Als je al eens een boze sms of telefoon krijgt, is het eerder van de mensen van de tweede of derde lijn dan van de echte toppers. Soms zeggen ze wel eens dat ze denken dat ik me vergis, om die en die reden. Dat blijft onder ons, maar als later blijkt dat ze gelijk hebben, corrigeer ik.”

Luisteren politici naar jou?

“Soms wel, maar meestal niet. En mocht ik echt weten dat er gehoor gegeven wordt aan wat ik zeg, dan zou ik stoppen. Dat is mijn taak niet. Het is zij die moeten beslissen. Ik schrijf nu bijvoorbeeld dat het quasi onmogelijk is dat N-VA en PS tot een akkoord zullen komen. Ik mag er niet aan denken dat Bart De Wever of Paul Magnette zouden stoppen met onderhandelen, omdat Carl Devos dat schrijft. Ze moeten proberen, hé! En ik hoop dat ik me vergis.”

Wanneer zullen we een federale regering hebben?

“Ik hoop in de eerste helft van volgend jaar. Maar als het niet lukt tussen N-VA en de PS, geef ik ook een paarsgroene regering niet veel kansen. Hoe krijg je Open VLD – met N-VA in de oppositie – in een meerderheid met PS, Ecolo, SP.A en Groen? Maar het is allemaal onmogelijk. Als ze blijven sukkelen, moet vroeg of laat de optie van vervroegde verkiezingen op tafel komen. Ik denk niet dat ze iets zullen oplossen, maar het dreigement kan een effect hebben. Dan wordt het onmogelijke misschien toch mogelijk.”

Als Carl voor lange tijd op reis zou gaan…

Naar Jeruzalem

“Op reis met de Mercator? Als je het me nu zou vragen, dan zou ik niet vertrekken. Als ik het zou doen, zou ik mijn familie meenemen. En al wie er nog bij wil. Het is een groot schip. Ik zou via Frankrijk naar beneden varen, langs de kust blijven en af en toe aanmeren. Dan langs de kust van Italië, de laars om, langs Griekenland, Turkije en Cyprus en aanmeren in Tel Aviv. En daar zou ik de auto nemen naar Jeruzalem. Ik vind die hele streek fascinerend. Begin jaren negentig organiseerde ik met de studentenkring nog debatten over Israel en de PLO. 9/11, de migratiestroom, de terreuraanslagen… Er komt enorm veel uit dat Midden-Oosten.”

In één maand

“Langer dan een maand zou ik mijn gezin nooit meekrijgen. En het zou mij ook wel tegensteken, de zoveelste haven waar we stoppen… Dan zou ik toch liever naar de markt gaan om een kieken de zaterdag. De vrienden en zo, dat zou ik missen. We gaan ook frequent naar de culturele centra De Leest in Izegem en De Spil in Roeselare. Te lang op een boot zitten is niets voor mij. De politieke contacten? Die zou ik niet missen als ik een maand met vakantie ben. Tijdens mijn zomervakantie mis ik dat ook niet. En als ik op pensioen zou zijn al zeker niet.”

Voeling houden

“Op reis volg ik toch de actualiteit. Als ik thuis kom, ben ik nog altijd geïnformeerd. Zolang ik werk, zou ik dat ook wel doen. Maar als ik echt de schup in de stal zet, bij wijze van spreken… Als je 50 jaar in de stiel hebt gezeten, blijf je daar wel voeling mee houden. Maar het zal toch niet meer zo intensief zijn als nu. ‘t Is een passie, maar voor alles is er een tijd hé. Dan is het aan andere en betere.”

Eerst gaan eten

“Als we na een lange reis terug thuiskomen? Het eerste wat we dan meestal doen is… (schalks lachje) gaan eten. Of naar de winkel gaan en gerief halen om zelf te koken. Meestal pakken we de valiezen uit, douchen we en is de volgende vraag: wat gaan we eten?”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.