100 jaar geleden moest ons land weer opgebouwd worden na de Groote Oorlog. Koning Albert I nodigde daarom politici uit op het Kasteel van Loppem. Daar tekenden ze de toekomst van België uit: het stemrecht, de vrijheid van vakbonden en de gelijkheid van Nederlands en Frans werden er ingevoerd. Vandaag is dit land opnieuw in crisis. Welke hervormingen zijn nu nodig? Onze journalist Paul Cobbaert is even koning en haalt prominenten naar Loppem.
...

Ze blaast stevig uit, als ze aankomt op het kasteeldomein. Het is woensdagavond in Loppem. Een zware dag op het werk, zegt ze. Het werk: dat is haar bedrijf, Verhelst Bouwmaterialen & Logistics, met 450 werknemers en zetel in Oudenburg. Kathleen Verhelst is een zelfbewuste onderneemster die aan politiek doet, niet omgekeerd. "Ik ben geen politieker van aard." Dat zal ook blijken in dit gesprek. Geen debatfiches, geen afgelikte quotes. Ideeën mogen ruw zijn, onafgewerkt. "Ik probeer creatieve voorstellen te doen. De uitvoering laat ik over aan andere mensen, die daar beter in zijn. Dat is ook zo in mijn bedrijf. Wie alles zelf wil doen, komt er niet."First things first: de fotoshoot. Verhelst voelt zich in haar sas. "Liever dit dan uw kruisverhoor straks", knipoogt ze. De 51-jarige zakenvrouw draagt een lichtblauw kleedje en hippe sloefkes. Dat ze wel een glas wijn zou lusten, voegt ze eraan toe. "Wit of rood, dat is mij gelijk." Verhelst is rechttoe, rechtaan, zoals zovelen in de bouw. Een spraakwaterval. Ze woont in Loppem, maar kent het kasteel niet. "Ik ben opgegroeid in Oudenburg. Mijn man en ik zijn hier 25 jaar geleden komen wonen, vlak na onze trouw. Het doolhof ken ik wel. Dat was de jaarlijkse uitstap van mijn grootmoeder met haar kleinkinderen. Maar ik ken niet veel van geschiedenis, ook niet van dit kasteel."U bent wel geboeid door esthetiek en architectuur."Hoe weet u dat? Dat klopt, ja. Ik kan echt genieten van toegevoegde waarde, van een bouwwerk waarover is nagedacht. Ik gruw van eenheidsworst."Wat is het mooiste gebouw ter wereld?"Oh, man, goede vraag. Ik zou daar graag op antwoorden. (denkt na) Het Guggenheim in New York is me altijd bijgebleven. Dat is uitzonderlijk mooi. Die witte schelp. Dat is een toonbeeld van creativiteit."De gastvrouw van het kasteel, Isabelle van Caloen, kraakt een Franse fles. Wit, omdat het zo warm is. "Mag de fles op tafel, of komt dat niet serieus over", vraagt ze. "Laat maar staan", lacht Verhelst. "De koning zal destijds ook wel een glas gedronken hebben, zeker? (weer serieus) Ik moet wel opletten dat ik niet te veel ga praten. Dat is mijn probleem, als ik eenmaal vertrokken ben. (kijkt naar uw dienaar) Leg mij geen woorden in de mond, hé. Allez, begin maar. Wat doen we eerst?"De politiek. Wat zou u veranderen?(meteen op dreef) "De politiek moet gerund worden zoals een bedrijf. De burgers moeten de aandeelhouders zijn. En die moeten zich betrokken voelen. Die moeten een stem hebben. Dat is vandaag niet het geval. Ja, ze mogen één keer om de vier jaar naar de stembus, maar dat is het dan ook. De burger vertrouwt de politiek niet meer. Ik hoor dat elke dag. Dat is gevaarlijk voor onze democratie. Dat moet aangepakt worden. Ik zou daarom nationale referenda invoeren, op regelmatige basis, over allerlei thema's. Dat zal zorgen voor een band tussen de burger en de politiek."Wil u bindende referenda?"Dat kan op termijn. Maar ik zou beginnen met adviserende referenda. We hebben daar nog geen traditie in, dus moeten we daarmee leren werken. Als pakweg 75 procent akkoord gaat, dan kan de politiek dat natuurlijk niet negeren. Anders schiet ze in haar eigen voet. (denkt na) Je kan ook werken met een gemengd model. Een resultaat is bindend vanaf 75 procent. Dat moet nog uitgewerkt worden."We hadden al eens een nationaal referendum, over de terugkeer van koning Leopold III na Wereldoorlog II. Dat leidde net niet tot een burgeroorlog. Schrikt dat niet af?"Lap. Geschiedenis. Andere vraag. (lacht) Al ga ik dat wel eens goed bestuderen."De brexit dan?"Dat heb ik op de voet gevolgd. Dat is een voorbeeld van een slecht referendum. Het debat werd gevoerd in campagnemodus, met veel slogans. Ik vond dat zeer spijtig. Bovendien is het niet verstandig om meteen zo'n zwaar issue voor te leggen. De bevolking was niet geïnformeerd. Laat ons eerst wennen aan het systeem. Ik zou de mensen ook niet verplichten om te gaan stemmen, het moet van hen zelf komen. Maar als ze voelen dat de politiek luistert, dan gaan ze die inspanning leveren. Dan gaan ze zich ook goed informeren."(lees verder onder de foto)Welke vragen zou u stellen?(denkt na) "Ik zou eenvoudig beginnen. Dat kan zelfs over het straatbeeld gaan. Ik erger mij mateloos aan het onkruid op de stoep. Wie moet dat aanpakken: de burger of de overheid? (op dreef) Dat kan over de erfbelasting gaan. Wat moet daarmee gebeuren? Ik zou elke burger een formulier opsturen met tien thema's, tien keuzemogelijkheden. Dat zou toch mooi zijn? Dat zorgt voor betrokkenheid. Of over groene energie. Moet de overheid investeren in nieuwe kerncentrales? (zwijgt even) Pak me niet op de vragen die ik hier voorstel. Dat zijn maar losse ideeën. Ik wil vooral het systeem bepleiten. Voer dat ernstig in, en het vertrouwen in de politiek zal terugkeren."Wat zou u veranderen op economisch vlak?"Onze immobiele arbeidsmarkt moet een mobiele arbeidsmarkt worden. Dat is voor mij de belangrijkste hervorming. Als je wil dat iedereen langer gaat werken, dan moet je die omvorming maken. Het kernwoord is flexibiliteit. Veel mensen zitten vast in hun job. Ze durven niet veranderen omdat ze minder gaan verdienen. Dat kan voor frustratie zorgen. Kijk naar de vele burn-outs. Dat is een gevolg van het immobiele systeem."Wat wil u dan veranderen?"Veel. De verloning bijvoorbeeld. De anciënniteit is één voorbeeld van het immobilisme. We moeten daarvan af. (feller) Het is niet logisch dat jonge werknemers voor hetzelfde werk minder verdienen dan oudere werknemers. Wie heeft het geld nodig? Vooral jonge mensen, toch? Bovendien zijn oudere werknemers door dit systeem vaak te duur voor werkgevers. Ze durven daarom niet meer veranderen of ze vinden geen nieuwe job meer. De mensen moeten verloond worden op basis van prestaties."U rekent dan op de goodwill van werkgevers voor opslag?"En waarom niet? De werkgever zal zijn werknemers tevreden moeten houden, want anders zijn ze weg. Ook de vaste benoeming moet verdwijnen. Wat is het nut daarvan? Ik noem dat een gouden kooi. We moeten af van de idee dat het fout is om eens van job te veranderen."Zegt u dat ook aan uw 450 werknemers?"Natuurlijk. Meer en meer zelfs. Wie niet gelukkig is, doet beter iets anders. Dat houdt mij als werkgever ook scherp, want ik wil mijn beste mensen niet kwijt. (enthousiast) Dat moet het model worden. Geen verworven rechten meer. Levenslang leren. Flexibiliteit. Wie even een minder uitdagende job wil, die moet dat kunnen. Wie even minder wil werken, die moet dat ook kunnen. Zónder schroom. Ik heb iemand die opgeklommen is van chauffeur naar hoofd dispatch. Als hij op het einde van zijn carrière opnieuw achter het stuur wil kruipen omdat hij minder verantwoordelijkheid wil, is dat nu onmogelijk omdat hij te duur geworden is. (blaast) Wie begrijpt dat nu?"Wat doet u met de vakbonden? Opnieuw afschaffen?"Neen, dat niet. Niet elke werknemer is even mondig om overleg te plegen met de werkgever. De vakbonden kunnen op dat vlak een belangrijke rol spelen. Maar het moet gedaan zijn met die eeuwige strijd tegen werkgevers. Dat is zo nefast. Het is niet wij tegen zij, het is samen vooruit. Ik kan makkelijk toegeven dat de vakbonden veel goeds verwezenlijkt hebben, maar vandaag werken ze vooral het immobilisme in de hand. Dat moet anders."(lees verder onder de foto)Zou u het staken opnieuw verbieden?"Dat is iets te zwart-wit. Ik zou het verbieden op werkdagen. Wie wil staken of betogen, kan dat doen op een zaterdag. Of op een vakantiedag. Maar ik wil vooral de rol van de vakbonden veranderen."Dat is duidelijk. Wat doet u op maatschappelijk vlak?(denkt na) "Weet u wat mij vooral pijn doet? De polarisatie op de sociale media, het online gescheld, het negativisme, het nepnieuws. Ik zou dat willen aanpakken. Als ik naar Twitter kijk, dan lijkt het wel alsof alle mensen kwaad zijn. Of doodongelukkig. Waarom zie ik zo weinig positivisme? Optimisme is onze morele plicht, zei filosoof Karl Popper. Hij heeft gelijk. Het leven kan zo mooi zijn."De gedachten zijn vrij, mevrouw Verhelst. Of gaat u mensen verplichten om positief te denken?"Neen, dat kan niet. Ik weet dat ook wel. Maar ik zou íéts willen doen. Wie niet met het stuur overweg kan, mag toch ook de baan niet op? Ik wil iets gelijkaardig voor de virtuele wereld. Een social media-paspoort of zoiets: een bewijs dat iemand verantwoordelijk gedrag stelt. Wie te veel overtredingen op zijn naam heeft, kan eraf vliegen."Wordt dat niet gevaarlijk?"Dat kan. (aarzelend) Ik ben nog zoekende. Ik wou hier aanvankelijk ook voorstellen om het stemrecht voor referenda te koppelen aan het social media-paspoort. Maar dat zou misschien te ver gaan. Ik wil geen politiestaat. Misschien moeten we daarover een referendum organiseren? (lacht) Ik heb de waarheid niet in pacht, maar ik wil wel de oefening maken. Er is veel geweld in de virtuele wereld. Dat blijft veelal ongestraft. Ik wil daar iets aan doen."We zijn twee uur aan het praten. De kaarten zijn zo goed als gelegd. We schenken nog één keer de glazen vol. Of ze graag aan politiek doet, wil ik weten. "Toch wel. Ik ben amper één jaar bezig en ik heb al een bredere visie ontwikkeld op de samenleving. De politieke wereld triggert mij. Ze haalt mij uit mijn comfortzone. Dat is goed. Voordien was ik te eng op het bedrijfsleven gericht, vind ik."Veel ondernemers haken gefrustreerd af, vaak door de particratie. De partij bepaalt wat ze mogen zeggen. Hebt u dit interview moeten voorleggen?"Ik heb mijn voorstellen besproken met de woordvoerder. Vooral het maatschappelijke lag gevoelig. De partij wil geen Chinese toestanden. Ik ook niet. Ik vind het goed om dat debat te voeren. Maar ik laat me niet dicteren wat ik wel en niet mag zeggen."Wat zou u geworden zijn in het leven, mocht u geen telg van de familie Verhelst zijn?"Wellicht iets in de toeristische wereld. Dat fascineert me. Ik ga graag op reis. Ik heb drie studerende kinderen thuis. Ik vind het belangrijk om hen de wereld te tonen. Een mooie stad, een modern museum, een ouderwetse pub, een lange wandeling in de natuur: het mag allemaal voor mij. Van één iets kan ik niet genieten: dat is plat op de buik op het strand liggen." (lacht)Vindt u het spijtig dat u onderneemster bent geworden?"Neen, toch niet. Ik heb zelf gekozen voor een economische opleiding. Ik heb zelf gekozen om in het bedrijf te gaan werken, weliswaar op aandringen van mijn broer. Hij was de gedoodverfde opvolger van onze papa. (even stil) Het was niet meteen mijn ding, hoor. De bouw is een mannenwereld, hé. Ik heb tien jaar nodig gehad om mijn weg te vinden. Maar het is me gelukt. Ik heb de stiel en vooral de mensen graag leren zien."