Na de roadtrip: de lessen van Groen-parlementslid Jeremie Vaneeckhout

Jeremie Vaneeckhout. © Christophe De Muynck
Paul Cobbaert
Paul Cobbaert journalist

“Het platteland wordt al twintig jaar vergeten. Dat is mijn pijnlijke analyse.” Aan het woord is Jeremie Vaneeckhout, Vlaams Parlementslid voor Groen. De voorbije maanden maakte hij een roadtrip doorheen ‘la Flandre profonde’. De Anzegemnaar wou weten waarom extreemrechts ook hier zoveel succes behaalt. Zijn verhaal staat neergeschreven in het boek ‘Vergeten Land’. Dit zijn de vijf lessen die hij leerde.

Les 1: leve de dorpsschool

“Ik ga beginnen met de mooiste les: de kracht van kleinschaligheid en nabijheid. Ik heb echt energie gekregen van de vele verhalen die ik hoorde. Wij beschouwen nabijheid en kleinschaligheid te vaak als iets van het verleden, als nostalgie. Dat is fout. De nabijheid maakt van het dorp het ideale niveau voor progressieve experimenten.”

(op dreef) “De dorpsschool is het mooiste voorbeeld. Dat is van zo’n groot belang voor de gemeenschap. We mogen geen dorpsscholen meer verloren laten gaan. Hoe dat kan? Door het beleid om te keren. Een toelage mag niet alleen vertrekken vanuit economische rendabiliteit. Het zal de samenleving alleen maar voordelen opleveren. Of een ander voorstel: gebruik leegstaande kerken om creatieve ontmoetingsplekken te organiseren. Daar is nood, want gemeentehuizen, winkels en andere ontmoetingsplekken verdwijnen. Ik heb een zorghoeve bezocht in Rollegem, waar vijftien jongeren met een handicap dagopvang genieten. Een prachtig project, dat meer is dan zorgverlening. Het is een plek waar de gemeenschap elkaar ontmoet. Je moet die lokale initiatieven beter ondersteunen.”

Les 2: karikaturen zijn fout

“De karikaturen over het platteland blijken meestal niet te kloppen. Ja, er zijn mensen die zich onterecht bedreigd voelen door migratie. Maar het oerbeeld van een conservatief gesloten dorp, doordrenkt van nostalgie, is niet het beeld dat ik gezien heb. De mensen op het platteland weten héél goed wat er in de wereld aan de hand is en wat de uitdagingen zijn. Het gaat over klimaat, mobiliteit en migratie. Ze staan ook open voor oplossingen.”

“Ik heb in mijn eigen gemeente Vichte een project bezocht waar asielzoekers begeleid worden door buddy’s. Dat was echt mooi. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat een kleine dorpsgemeenschap, indien goed ondersteund, een veel warmere omgeving kan zijn voor nieuwkomers dan een anonieme stad. Eén van de asielzoekers is nu trainer van de lokale voetbalploeg. Hij heeft asiel gekregen, is hier blijven wonen en is op zijn beurt buddy geworden.”

“En zelfs voor de mensen die zich wel bedreigd voelen, wil ik empathisch zijn. Dikwijls is dat geen racisme, maar schuilt daar een andere frustratie onder.”

Les 3: een beter inkomen voor de boer

“Het platteland is de behoeder van het Vlaamse goud, namelijk de schaarse open ruimte. We staan voor gigantische uitdagingen op vlak van ruimtelijke ordening: het is het platteland dat daarop een antwoord kan bieden. Ik heb veel liefde voor het landschap gevoeld. De mensen zijn bereid om inspanningen te leveren.”

“De verwevenheid tussen landbouw en natuur moet het eerste antwoord zijn. Dat moet echt beter. Alleen moet er boter bij de vis komen. Als we boeren vragen om minder varkens te produceren, dan moeten we hen ook vergoeden. De keten tussen boer en consument korter maken, is volgens mij het allerbelangrijkste. Dat zal de ecologische voetafdruk verminderen en tegelijk de boer van een beter inkomen voorzien. Maar als we voortdoen zoals we bezig zijn, dan maken we onze landbouw én onze schaarse ruimte kapot.”

“Ik pleit daarom voor een voedselstrategie in elke regio. Wat kunnen we produceren en wat heeft de consument nodig? Elke regio zou een plan moeten opmaken.”

Les 4: kom uit de ivoren toren

“De politiek moet meer mét mensen spreken, en minder óver mensen. We moeten meer uit onze ivoren toren komen. De mensen op het platteland voelen zich niet ernstig genomen, ze voelen zich vergeten.”

“Dat is geen cliché, hoor. (op dreef) Het is ook terecht: het platteland wordt al twintig jaar vergeten door het beleid. Dat is mijn pijnlijke analyse. Elke partij maakt zich daar zondig aan, ook de mijne. Als we pleiten voor rekeningrijden, vergeten we te zeggen dat wie geen alternatief heeft, niet getroffen mag worden.”

“Wat de oplossing is? Massaal investeren in het platteland. Kijk naar het gemeentefonds: dat is totaal doorgeslagen in de richting van de centrumsteden, en dan vooral van Antwerpen. Van de lokale middelen gaat één euro op vier naar Antwerpen. Dat is niet uit te leggen. Zie het openbaar vervoer: het platteland wordt volledig vergeten.”

“Nog een oplossing: de lokale besturen versterken. De nationale politiek zou meer ten dienste moeten staan van de lokale besturen.”

Les 5: identiteit is geen vies woord

“Ergens toe behoren is een diepmenselijke behoefte. Daarom: identiteit mag geen vies woord zijn. Dat is een belangrijke les voor progressieven. We moeten het begrip identiteit durven omarmen met progressieve ideeën. Veel mensen zijn fier op hun dorp. Soms is het nostalgie, maar veel vaker is het toekomstgericht. Men wil bewaren wat goed en mooi is, zoals erfgoed en beleving, maar men wil evenzeer klaar zijn voor de toekomst. Ik ben een Anzegemnaar en ik ben daar fier op. Punt. Dat mag. Dat zorgt voor verbondenheid.”

“Dat betekent echter niet dat iemand al drie generaties lang in Anzegem moet wonen om deze identiteit te claimen. We moeten daarom voorzichtig zijn met fusies. Schuldafbouw is een foute manier om fusies te stimuleren. De mensen willen hun identiteit behouden.”

“Elk dorp zou eigenlijk een visie moeten uitschrijven waar het naartoe wil tegen 2050. Dat zou voor verbondenheid zorgen.”

Vergeten Land, Jeremie Vaneeckhout, een uitgave van Pelckmans.
Vergeten Land, Jeremie Vaneeckhout, een uitgave van Pelckmans.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.