Hugo Verhenne : “Jean-Luc is altijd wel een rebel geweest en durfde ingaan tegen elke mening”

Redactie KW

Ook Hugo Verhenne uit Kortrijk heeft Jean-Luc Dehaene goed gekend. Ze waren samen lid van het ‘wonderbureau’ van de CVP jongeren in de jaren ’60.

Samen met o.a. Wilfried Martens en Miet Smet was Hugo Verhenne gedurende 6 jaar lid van het bureau van de CVP-jongeren. “Ik heb Jean-Luc daar weten toekomen en de eerste vergadering dat hij bijwoonde kwam hij binnen en zei op zijn kordate manier: ‘Hoe zit dat hier? Gaat het nog een beetje vooruit?’. Zijn zelfzekerheid was onmiddellijk opvallend. Hij werd ons voorgesteld als gewezen verbondssecretaris van de Scouts en hij kende heel veel zaken. Hij kwam graag tussen en hield er niet van als iemand lang uitweidde over iets. Zijn tussenkomsten waren altijd heel snedig en to the point. In de omgang was hij heel hartelijk, maar hij kon harde standpunten innemen en was heel duidelijk en ging tot de kern van de zaak, ‘zonder spel’ zou een Kortrijkzaan zeggen.”

Tijdens de jaren van ‘het Wonderbureau’, zoals het jongerenbureau van die jaren genoemd werd, had Hugo veel contact met Jean-Luc Dehaene. Ze trokken 6 jaar lang samen op, en hadden ook studiedagen in Sint-Idesbald over hoe ze zouden opbouwen naar het CVP-congres toe. “Jean-Luc hield van nieuwe dingen realiseren op zijn manier. ‘Niet zeveren hé’, was een uitspraak die we dan hoorden.

“Ik heb hem altijd diep in mijn hart gedragen”

“Later was het contact wat minder, want ik ben de enige die niet echt in de politiek gegaan ben, ik hield teveel van het onderwijs. Toen ik in 1999 als nationaal voorzitter van Okra in het ACW-bestuur kwam, zei Jean-Luc dat hij me 25 jaar eerder verwacht had, als wou hij me meegeven dat ik beter in de politiek gegaan was.”

“Toen Jean-Luc Dehaene eens in Kortrijk kwam spreken op Rerum Novarum, was ik ACW-voorzitter van het arrondissement en stelde ik hem voor. Hij fluisterde me toe dat we na de vergadering eens in het West-Vlaams zouden klappen en we hadden een lang gesprek.”

Hugo Verhenne heeft Jean-Luc Dehaene altijd heel diep in zijn hart gedragen. “Hij had eigenlijk een klein hartje. We spraken ook veel over voetbal samen, want binnen het bureau waren we de enige voetballiefhebbers.”

“Jean-Luc is altijd wel een rebel geweest en durfde ingaan tegen elke mening. Martens en hij staken bovenuit in dat bureau, zij kwamen altijd met ideeën over de manifesten en waren heel open tegen elkaar. Ze zijn altijd zeer loyaal gebleven ten opzichte van elkaar. Ze waren elk op hun manier gedreven door de politiek en wat ze wilden realiseren en stonden zo boven de meningsverschillen.”

“Ik volg de begrafenis, zoals ik Jean-Luc al heel mijn leven volg”

Als ik uitgenodigd wordt, ga ik zeker naar de begrafenis. Bij de begrafenis van Wilfried Martens was er een plaats voorzien voor de bureauleden van toen. Als er geen plaatsen voorzien zijn, zal de begrafenis bijwonen bijna niet mogelijk zijn. Ik zal het zeker volgen, zoals ik Jean-Luc al heel mijn leven volg.”

(EDB – foto GF)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.