Hilde Crevits na de recordscore en de dreun: “Weer aansluiting vinden bij de mensen”

In onze provincie kon de brede sympathie voor de immer goedlachse en ondernemende onderwijsminister Hilde Crevits de neergang intomen, maar elders in het land zijn die traditionele partijen hun breed draagvlak kwijt. © belga
Jan Gheysen
Jan Gheysen Opiniërend hoofdredacteur

De kans dat we dit weekend Hilde Crevits ergens te lande aan de slag zien, is klein. “Heel klein”, zegt ze. En nee, het heeft niets te maken met de dreun die haar partij zondag kreeg. Die is wel hard aangekomen. Bij iedereen van CD&V. Maar dat is niet de reden waarom ze onder de politieke radar verdwijnt. Eind van de week keert haar zoon, na een jaar aan Harvard-universiteit en na het bijzondere diplomeringsfeest daar, terug naar huis. Samen met haar man Kris, haar dochter Soetkin en de vriendin van Bram. En dat wil een moeder voor geen geld missen.

De regen valt nog net niet met bakken uit de hemel, maar de lucht kleurt dreigend donker als we voorbij de Koning Albert II-laan in Brussel passeren. Een voorbode, vrezen we, voor de ongetwijfeld bedrukte sfeer die we zullen proeven, daar zeven hoog, in het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Nu het stof wat is gaan liggen, willen we van haar weten hoe zij terugblikt op dat weekend van uitersten én van extremen en vooral hoe zij haar toekomst en die van haar partij ziet. Op korte en op lange termijn. Wouter Beke kondigde aan dat hij niet van plan is voorzitter te blijven van de Vlaamse christendemocraten. Er is dus een vacature.

We kunnen maar net bekomen van een helse rit naar Brussel – twee keer file, een ongeval vlak voor ons net buiten een Brusselse tunnel – als ineens de minister met een uitgelaten zwaai en de vertrouwde brede smile de gang binnen zwiert. Ze hebben met het kabinet net een gezamenlijke spaghetti-maaltijd achter de rug. Om nog eens samen de verkiezingsuitslag door te nemen en duiding te geven bij de periode die nu aanbreekt. “Het heeft deugd gedaan”, zegt ze. “Ook de spaghetti, maar vooral om dat met iedereen samen nog eens te proeven.”

Buiten staan de hemelsluizen intussen helemaal open, binnen wijst er weinig op een lagedrukgebied, bij wijze van spreken. “Ik had me twee doelen voor ogen gesteld,” legt minister Crevits uit. “Ik wou dat CD&V in West-Vlaanderen weer de grootste partij zou worden én ik wou minstens één voorkeurstem meer halen dan de vorige keer. In dat laatste slaagde ik heel ruim: van 112.000 naar 130.000 stemmen. Toen ik de eerste keer aan parlementsverkiezingen deelnam, haalde ik 25.000 stemmen. Om maar te zeggen: ik ben geen eendagsvlieg in de politiek. Maar toegegeven, ik had de manier waarop we weer de grootste in onze provincie zouden worden, toch anders voorgesteld. We verliezen wel één zetel en daar ben ik ongelukkig over.”

Het succes van de ‘Hilde’- campagne straalde niet uit op de Kamerlijst waar Hendrik Bogaert kopman was. “Dat hebben wij ook moeten vaststellen en dat is jammer natuurlijk. Je hoopt dat de uitstraling van het boegbeeld voor de hele partij, voor alle kieskringen werkt. Al weten we natuurlijk niet wat het resultaat zou geweest zijn als we ons niet als boegbeeld hadden geprofileerd.”

Maar er is natuurlijk nog meer dat anders liep dan iedereen had verwacht. Of had u tijdens de campagne toch tekenen opgevangen dat het Vlaams Belang terug was van nooit helemaal weggeweest?

“In het begin van de campagne was het me al opgevallen in debatten op scholen. Het Vlaams Belang kwam er meer ter sprake dan vroeger. Ik heb dat ook gesignaleerd aan onze mensen. Maar de omvang van hun score, nee, daar hadden we vooraf echt geen idee van.”

Op campagne wordt zo te zien niet alleen promotie voor de partij en haar programma gevoerd. Er wordt ook gevoeld, geluisterd en gepeild naar wat er leeft bij de mensen. Het ongenoegen waarover iedereen het nu heeft, werd dat gecapteerd tijdens de toertochten?

“Het verschil tussen de Wetstraat en de Dorpstraat is groot. Dat hebben we gemerkt. En het is soms een opeenstapeling van kleine frustraties die de mensen boos maken. Mensen raken de weg kwijt in administratieve doolhoven, moeten soms te lang wachten op een antwoord… We moeten zeker nog meer zorg dragen voor de mensen op het platteland. We moeten weer aansluiting met hen zien te vinden. Dat heb ik ook ervaren in het onderwijs.”

En hoe zat dat met Groen? Was dat vooraf te detecteren dat Groen in onze provincie minder zou scoren dan elders?

“Ja, dat wist ik, dat had ik gevoeld bij de mensen en tijdens de debatten. En ik begrijp de mensen ook wel, ik ben tijdens de campagne ook wel eens scherp geweest voor Groen. Kijk, klimaat ligt me na aan het hart en ik sta achter veel van het groene gedachtengoed. Maar het is vooral de wijze waarop mensen om inspanningen gevraagd worden, die mij tegenvalt. Terwijl er zoveel kansen zijn om het als een positief verhaal te brengen. Zoals wij dat persoonlijk thuis hebben ervaren met onze kangoeroewoning.”

Gebeurt het dat u met wat u bij de mensen opvangt, uw campagne soms bijstelt of aanpast in die aanloop naar de verkiezingen?

“Onze debatten die we voeren, bereiden we uiteraard altijd grondig voor. Toen we begonnen had ik een pak van 120 pagina’s klaar. Maar dan leer je dat het eenvoudiger moet, dat het duidelijker moet voor de mensen. En gaandeweg krimpt dat pak tot je de essentie klaar en duidelijk overhoudt.”

Over die campagne van ‘Hilde’ – met de spraakmakende affiches, met de toertochten door heel Vlaanderen – hoor je vrijwel uitsluitend lof. Hoe blijf je dan als boegbeeld overeind als het resultaat voor de hele partij finaal serieus tegenvalt?

“Ik zat goed in de campagne, ik voelde me goed en voor mij blijft het nog altijd de mooiste campagne die we gevoerd hebben. Maar het resultaat viel tegen. Hoe we dan overeind blijven? Je had er bij moeten zijn in Roeselare, in het Fabriekspand, zondagavond, toen we de verkiezingsdag met onze West-Vlaamse militanten en kandidaten daar hebben afgesloten. Toen ik daar temidden van die mensen arriveerde, voelde dat als thuiskomen, zo warm was dat onthaal. Je mag niet vergeten dat daar militanten aanwezig waren die mij al meer dan twintig jaar helpen en bijstaan. Je ziet een ontredderde groep als je aankomt en dan is het belangrijk dat je er staat. Dan is het aan ons om die mensen te steunen, om onze emotie te delen. Zo’n avond werkt goed om de teleurstelling te verwerken. Je moet ook in verdriet kunnen samenzijn, vind ik.”

Al vrij vroeg zondagmiddag borg u de ambitie voor het minister-presidentschap op. En voorzitter Wouter Beke liet begin van de week weten dat hij niet per se voorzitter van CD&V wil blijven. Een vacature die u op het lijf geschreven is?

“Dat is nu niet aan de orde. Helemaal niet. Ik voel me wel heel verantwoordelijk voor de CD&V en we gaan nu eerst heel goed nadenken over onze partij en over de toekomst ervan. Ik ga me nu daarop heel hard concentreren. En pas dan kunnen we denken over een procedure voor die voorzittersopvolging.”

West-Vlaanderen was de voorbije bestuursperiode sterk vertegenwoordigd in de Vlaamse regering. De kans dat ‘we’ weer zo zwaar wegen, is klein?

“We hebben nog geen regeringen, daarover valt niet veel te zeggen. Maar ik ben wel gelukkig met onze verkozenen. De hele provincie is vertegenwoordigd en het zijn stuk voor stuk mensen die veel betekenen voor mij. Ik vind het wel jammer dat Jan Seynhaeve net die zesde zetel niet heeft gehaald.

Een burgemeester kan ook op het thuisfront goed werk leveren. Kris Declercq voelt zich goed in zijn vel als burgemeester van Roeselare… Niet iedere politicus moet naar Brussel?

“Jan Seynhaeve is ook hier op het kabinet een uitstekende medewerker. En Kris Declercq zal echt wel nog een rol van betekenis spelen voor de partij, daar ben ik zeker van.”

Maar nu verdwijnt u even de politieke radar. Om in de luwte te werken, te onderhandelen?

“Dit weekend keert onze Bram terug van Harvard. Van de week was het daar zijn diplomafeest. Mijn man belde daarnet nog en vertelde in geuren en kleuren over het feest dat daar drie dagen duurt. Ja, alles wat ze in Harvard doen, pakken ze serieus aan. Dinsdag was al een informele receptie en dan moest het echte feest nog beginnen. Maar in het weekend komt hij met zijn zus, zijn vriendin en met mijn echtgenoot thuis en dan wil ik daar echt een thuis-moment van maken. Dus ja, op straat of op het scherm kom je me een tijdje niet meer tegen.”

Lees al het verkiezingsnieuws hier én vrijdag in onze extra verkiezingskrant. Twee kranten voor de prijs van één!

Hilde Crevits na de recordscore en de dreun: