Lees meer over de verkiezingsuitgaven op www.kw.be/verkiezingsuitgaven.
...

Alle partijen en individuele kandidaten moeten na de verkiezingen aangifte doen van hun verkiezingsuitgaven. Wij keken de cijfers in op de rechtbank in Brugge en dat leverde interessante conclusies op. Als we naar de uitgaven van de partijen als geheel kijken, zien we eerst en vooral dat geen enkele partij in Oostende het toegelaten maximum van 60.926 euro overschreed. De Stadslijst komt wel in de buurt: 58.492,03 euro. Daarna volgen N-VA met 46.663,12 euro en CD&V met 44.038,79 euro. Vlaams Belang spendeerde het minst, toch van de partijen die zetels behaalden: 9.422,57 euro. Dat is zelfs minder dan Oostende Koningin, dat geen zetel veroverde, maar er 11.141,69 euro doorjoeg. De Groen-campagne is al een stuk duurder, 25.180,26 euro. Open VLD hoestte 34.988,59 euro op. Opvallend: de drie partijen met de duurste campagne verloren stemmen, de drie met de goedkoopste campagne de hele kleintjes niet meegerekend gingen vooruit. Een interessante oefening is om de campagnekosten te delen door het aantal behaalde zetels. Zo kom je te weten hoeveel een zetel de partij kostte. De drie CD&V-verkozenen zitten op de duurste stoelen: de partij moest er 14.679,60 euro per stuk voor neertellen. Daarna volgt N-VA met 6.666,16 euro per zetel en de Stadslijst vervolledigt de top drie met 5.358,37 euro per zetel. De Stadslijst verloor vier zetels, N-VA drie en CD&V geen zetels, maar wel 745 stemmen.Groen voerde een vrij sobere campagne, maar die kostte per zetel toch 5.036,05 euro. Daarmee vergeleken komt Open VLD er goedkoop van af met 3.887,62 euro per zetel. Vlaams Belang haalde zijn zes zetels binnen voor de weggeefprijs van 1.570,43 euro per stuk. Groen boekte één zetel winst, Open VLD won er drie zetels bij en Vlaams Belang verdubbelde zijn zetelaantal tot zes. "Veel strategie zit er niet achter ons uitgavenpatroon", zegt burgemeester Johan Vande Lanotte. Zijn Stadslijst voerde de duurste campagne. "Wij sparen gewoon zes jaar. Alle mandatarissen doen elk jaar een bijdrage aan de partijkas. Van het bijeengespaarde bedrag geven we 80 procent uit. We blijven uiteraard ook binnen de toegelaten limieten. De partijen die vooruitgang boekten, gaven het minst uit? Dat is iets waar je niet veel aan kan doen. Wij zijn toch de grootste partij gebleven."Als we naar de persoonlijke uitgaven kijken, bleef Johan Vande Lanotte met 3.207,77 euro relatief sober. Uiteraard een fiks bedrag, maar toch eerder bescheiden voor de lijsttrekker van de grootste partij. Drie partijgenoten lieten het breder hangen: Niko Geldhof, die met 3.843,14 euro uitgaven niet verkozen raakte, Arne Deblauwe 3.471,16 euro en Vanessa Vens 3.407,33 euro. Johan Vande Lanotte deed het ook nipt zuiniger dan zijn grootste tegenstander Bart Tommelein, die 3.244,33 euro armer is. Deze vijf zijn de grootste besteders."Wij voerden vooral een groepscampagne", aldus Vande Lanotte. "Ik maakte relatief weinig persoonlijke publiciteit. We werkten bewust sterk op de groep." Sterke focus op de groep? Dat hebben heel wat kandidaten bij de Stadslijst toch anders begrepen. In de top 20 van de duurste persoonlijke campagnes staan 13 mensen van de Stadslijst. Wel valt op dat heel wat Stadslijst-kandidaten onder elkaar samen legden voor een folder, affiche of Facebookbericht en dat die gemeenschappelijke acties ook grotendeels door de partij betaald werden. Ook andere partijen gaven geld aan hun kandidaten om de persoonlijke campagne te financieren: elke N-VA'er ontving zo 321,02 euro, bij CD&V lag voor elke kandidaat 135 euro klaar en bij Vlaams Belang zien we wisselende bedragen en voor een aantal kandidaten ook niets. Ook wat persoonlijke uitgaven betreft, ging niemand in Oostende boven de limiet van 4.145,65 euro. Per stem gerekend, betaalde Tommelein slechts 54 cent per stem en Vande Lanotte 63 cent. CD&V-lijsttrekster Krista Claeys declareerde 1.502,55 euro campagne-uitgaven, of 1,42 euro per stem. Zo gerekend is zij de duurste lijsttrekker. De goedkoopste kopman, van de partijen die zetels in de wacht sleepten, is Björn Anseeuw (N-VA) met amper 413,49 euro campagnekosten of 16 cent per stem. Ook Wouter De Vriendt (Groen), 803,48 euro of 31 cent per stem, en Christian Verougstraete (Vlaams Belang), 516, 58 euro of 33 cent per stem, hielden de portefeuille redelijk dicht. Conclusie: je kan verkiezingen winnen met relatief weinig kosten. Nietwaar, stemmenkampioen Bart Tommelein? "We moeten elkaar ook geen Liesbeth noemen", reageert de toekomstige burgemeester. "Tijdens de campagne voel je wel aan als je meer inspanningen moet leveren om winst te boeken of het verlies te beperken. Wij voelden dat het goed zat en hoefden dus niet meer uit te geven. Maar het klopt dat wij doelbewust een vrij goedkope campagne gevoerd hebben.""Vooreerst heb ik veel geïnvesteerd in sociale media voor de sperperiode. Dat zijn kosten die we niet moeten aangeven", verklapt Tommelein zijn keukengeheimen. "Bovendien ben ik een absolute non-believer van affiches en drukwerk. Affiches en folders beperkten wij tot een minimum en we plaatsten nagenoeg geen borden. Een goede investering was wel het huren van een pand in de Alfons Pieterslaan als campagnehoofdkwartier. Dat kostte ons slechts zo'n 4.500 euro, maar leverde heel veel op.""We hebben de hele campagne gevoerd zonder reclamebureau", stipt de bijna-burgemeester aan. "Maar natuurlijk: als minister krijg je ook veel media-aandacht. Je hebt geen grote campagne nodig om te winnen. Dat speelt ook voor Johan Vande Lanotte: de hele verkiezingscampagne draaide rond de tweestrijd tussen ons. Dat zorgt voor heel veel aandacht, waardoor je niet veel extra meer hoeft te doen."