Bernard Lefèvre van Navifri reageert op de uitspraken van schepen Herpoel rond frietkotsaga

Bernard Lefèvre van Navefri.
Wim Kerkhof
Wim Kerkhof Medewerker KW

De uitspraken van Benny Herpoel over de rol van Navefri in de Blankenbergse frietkotsaga zijn bij voorzitter Bernard Lefèvre niet in goede aarde gevallen. De schepen verwijt het Nationaal Verbond van Frituristen gebrek aan initiatief.

“Meneer Herpoel stelt om te beginnen dat wij herhaaldelijk overleg pleegden, wat helemaal niet klopt. Wij zijn welgeteld tweemaal in het stadhuis uitgenodigd geweest: een eerste keer in april om de situatie te bespreken, de tweede keer in december om ons te zeggen dat het over en uit was met de frituren. Dat kun je moeilijk overleg noemen”, klinkt het.

Lefèvre werpt daarnaast ook op dat het niet aan Navefri was om het probleem op te lossen. “Wij hebben wel degelijk een aantal ideeën gelanceerd, maar de stad moest die verder onderzoeken. Wij zijn tenslotte geen openbaar bestuur”, aldus de man. “Voorts begrijp ik ook wel dat hier niet van de ene dag op de andere een oplossing voor gevonden kon worden, en het stadsbestuur had aanvankelijk wel de juiste intentie om orde op zaken te stellen. Maar die frituren stonden er al lang voor er van enig stedenbouwkundig plan sprake was. De uitbaters moeten in de loop der jaren dan toch bepaalde rechten hebben verworven, aangezien het hier om hun broodwinning gaat?”

Goodwill

Nog volgens Lefèvre, was het niet zoals schepen Herpoel beweerde om dezelfde reden van openbaar nut, dat ook op andere plekken in Vlaanderen al frituren uit het straatbeeld moesten verdwijnen. “Dit had wel heel uiteenlopende redenen: in sommige gevallen werd de concessie niet verlengd omdat de frituur in kwestie onvoldoende hygiënisch was, bij andere gebeurde dit in het kader van de heraanleg van een straat of plein. Maar in veel gevallen werd er dan wel een nieuwe locatie voor gevonden. Ook op het openbaar domein, jawel. Aangezien dit dus volledig afhangt van de goodwill van de gemeente, doet dit mij vermoeden dat er in Blankenberge andere belangen in het spel waren”, klinkt het.

We vroegen ook eens na bij de provincie. “De frituren liggen niet in een provinciaal RUP. De eventuele vergunningsaanvragen dienen door de gemeente beoordeeld te worden”, klinkt het daar. Het kabinet van gedeputeerde Sabien Lahaye-Battheu geeft voorts ook nog mee dat er geen lopende beroepsprocedures zijn rond de Blankenbergse frituren. “Stellen dat de Provincie geen groen licht zou hebben gegeven, is overigens te kort door de bocht. We zijn altijd bereid om in dialoog te gaan met de gemeentebesturen, er kan altijd een RUP opgemaakt worden waarbij de verouderde voorschriften uit de verschillende BPA’s gemoderniseerd worden.”

Schepen Benny Herpoel blijft er echter bij dat de friturist die de klacht neerlegde, daarmee in eigen vel sneed en alles plots in een stroomversnelling bracht. “Dat is de reden waarom we ze niet langer in stilte konden gedogen en uiteindelijk het advies van onze dienst Stedenbouw gevolgd zijn. Ooit gaan die BPA’s natuurlijk wel eens herschreven moeten worden, maar dan zal dat in het belang van de stad gebeuren. We moeten onszelf ook wapenen tegen klachten van derden, want de drie frituren waren nu eenmaal niet in regel met de wetgeving. Kijk naar de strandbars: daar hebben we geprobeerd om de uitbaters voor zeven jaar rechtsgeldigheid te geven en nu loopt er een onderzoek naar mogelijke prijsafspraken”, klinkt het.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.