In een open brief beschrijft De Mey de situatie. "Op maandag 11 juli organiseerde het Oostendse 11 julicomité een schitterend Feest aan Zee van de Vlaamse Gemeenschap. Enige probleem was: de zaal zat nauwelijks halfvol", stelt De Mey. Nochtans was het feest door de stad Oostende, via de geijkte cultuurkanalen gecommuniceerd. "Het programma was een overvol Kursaal zeker waardig. En toch was er zo weinig volk."

De oorzaak van die magere opkomst legt De Mey bij Stefan Tanghe, de directeur van cultuurcentrum De Grote Post. "Het betrokken 11 julicomité had de huur van de zaal - zoals het hoort - betaald. Alleen had de directie elke vorm van wegbewijzering naar het evenement verboden. Er mocht zelfs niet één Vlaamse Leeuw voor of rond het centrum zichtbaar zijn."

Volgens De Mey - die naar eigen zeggen beroep doet op een zeer betrouwbare bron - had Stefan Tanghe zich gestoord aan de toespraak van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, daags voordien in Kortrijk. "En dus wou de directeur geen symbolen of wegwijzers zien. En dus werd de Vlaamse feestdag in de hoofdstad van de Vlaamse kust zowat opgesloten", stelt de Vlaams Belanger.

"U begrijpt dat zoiets niet kan. En al helemaal niet door een ambtenaar. Het gaat hier tenslotte om een evenement dat door het stadsbestuur, verschillende sponsors én de Vlaamse overheid ondersteunt wordt." De Mey vraagt dan ook om verder onderzoek. "Even verbolgen als dringend vraag ik deze boycot te onderzoeken, tot op het vel van de roggen."