Ik beken. Ik kan ont-zet-tend lui zijn. Als in: niks doen. Maar werkelijk niks. Op de dagen dat ik lui ben, krijg je me met geen meter vooruit.
...

Ik beken. Ik kan ont-zet-tend lui zijn. Als in: niks doen. Maar werkelijk niks. Op de dagen dat ik lui ben, krijg je me met geen meter vooruit. Toegegeven: die dagen zijn schaars, hooguit vier per jaar. Ik moet ze ook inplannen, anders komt het er niet van. Vorige zaterdag was zo'n dag: een groot gapend gat van 24 uur waarin niemand iets van mij verwacht. En met niemand bedoel ik ook mezelf. Boodschappen doen, koken of zelfs nog maar douchen: het zal niét gebeuren. Ik wil op die dagen compleet met rust gelaten worden. Mijn lief weet dat intussen ook: hij zal op die dagen niks vragen, maar hij mag net zoals onze kat wel naast me liggen als ik naar tv lig te gapen of alweer een dutje doe. Dutjes moet je trouwens niet onderschatten, ze redden levens. Als ik andere mensen over mijn Luie Dagen vertel, kijken ze meestal licht paniekerig. Ik snap het wel: op een vrije dag moet je zogezegd naar het bos gaan wandelen of salsa dansen of je kinderen educatief verantwoord onderhouden. Maar ik hou zo van die paar dagen per jaar, waarin ik niks moet. Veel meer moeten het er ook niet zijn, want daar zou ik alleen maar heel onrustig en ongemakkelijk van worden. Maar zelfs een stuiterkonijn heeft af en toe een oplaaddag nodig.