Wie zijn wij dat we het zover hebben laten komen?

Het is anders dan bij die eerste coronagolf. Anders en toch weer niet, want dat vermaledijde virus is nagenoeg hetzelfde. Maar toch anders, want wetenschappers weten intussen meer over het virus, dokters leerden uit de behandeling van zieken en elk van ons heeft intussen een hele voorraad mondmaskers, ontsmettingsgel en handzeep ingeslagen. En toch volstond dat niet om die tweede golf binnen de perken te houden. Wie zijn wij eigenlijk dat we het toch weer zo ver hebben laten komen?

© Getty Images

Ligt het aan onze politici die de kracht van het virus hebben onderschat? Hadden zij, cijferaars als ze zijn, geen oog voor het exponentieel karakter van de besmettingen? Het ligt in elk geval niet aan de wetenschappers die sinds het begin van de zomer andermaal alarm sloegen. En het ligt zeker niet aan de mensen uit de zorg – huisartsen, ziekenhuismedewerkers, artsen en woonzorgpersoneel – die de bui al van ver zagen aankomen, en dat ook op tijd hebben gemeld.

Parkeer dat gekerm en geklaag en kijk waar je kan helpen

Misschien ligt het aan ons, wij die maar bleven kermen en klagen over onze vrijheidsberoving en over de onheilsprofeten. Maar de tweede golf is er, ze laat niemand ongemoeid en jaagt ons weer in ons kot. Om daar te telewerken, om afstand te nemen van familie, om vrienden en kennissen buiten te houden. Net nu het binnenskamers zo gezellig had kunnen zijn.

Het is hard, maar het is vooral hard voor wie ten prooi valt aan het virus. Het kan een kwestie van leven of dood zijn. Misschien moeten we net daarom, met al wie virusvrij blijft, dat geklaag en gezeur even parkeren. Ja, het was fout van de heren Joachim Coens en Pieter De Crem om, met een nonchalance die grenst aan de arrogantie, toch op restaurant te gaan. Zij krijgen de rekening nog wel gepresenteerd. Maar laat ons nu vooral richten op wat we wél kunnen doen.

Op de Nederlandse televisie zag ik een theatermaakster – werkloos door corona – honderduit vertellen over haar vrijwillig gekozen tijdelijke baan in een ziekenhuis. Ze was er buddy van het zorgpersoneel: ze hielp de verpleegkundigen bij allerlei klusjes waarvoor geen zorgervaring nodig was: bloedstalen naar het labo fietsen, gebruikte beschermingspakken opruimen, broodjes halen…Ze was daarover zo aanstekelijk enthousiast, dat meer ziekenhuizen zulke buddy’s inschakelden. Waarop wachten wij om ook hier het werk van onze zorgkundigen te verlichten?

Reageren? jan.gheysen@kw.be

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.