Een grootschalig Duits onderzoek, waarvan deze week in het gezaghebbende tijdschrift "Nature" de resultaten gepubliceerd werden, toont aan dat de achteruitgang van het aantal insecten stilaan nefast aan het worden is. De gevolgen daarvan zijn anders dan de gedachte dat we zo minder last gaan hebben van kriebel en allerlei ander klein "ongedierte". Er is zelfs een directe link naar de gevolgen voor onze voedselproductie.

"We zien minder en minder vlinders", "het gaat niet goed met de bijen" zijn zaken die we vaak zien opduiken in de pers en horen van mensen van Natuurpunt. Kort geleden vertelde Rudy Claeys, voorzitter van Natuurpunt Westland en verantwoordelijk voor de insectenwerkgroep in de Westhoek, me nog heel bezorgd dat ze in hun inventarisaties een enorme daling van het aantal insecten(-soorten) zien. Rudy zijn alarmbel werd nu weer veel breder bevestigd door het grondig onderzoek in Duitsland. Biologen inventariseerden daar 10 jaar lang de biodiversiteit op 150 graslandformaties en 140 boslocaties. Zowel het aantal insectensoorten als de biomassa (aantal kilo insecten per hectare) blijkt sterk gedaald. Zo nam het aantal verschillende insectensoorten - en dan hebben we het dus ook over vlinders en bijvoorbeeld bijen- in 10 jaar met 34% af in grasland en met 36% in bossen. De biomassa insecten nam in die 10 jaar af met 67% in grasland en 41% in bossen (Bron: Nature).

Insecten zijn een basisonderdeel van de cyclus van het leven op aarde

Ook elders in Europa horen we onrustwekkende signalen. In Groot-Brittannië gebeurt er al lang gestandaardiseerd onderzoek naar insecten. Uit het nachtvlindermeetnet dat daarvan deel uitmaakt, blijkt dat een aantal nachtvlindersoorten die nog steeds (vrij) algemeen zijn, een achteruitgang van meer dan 70% kenden. En ook bij ons is er niet veel reden voor optimisme.

Leefgebied gaat verloren

Een achteruitgang vaststellen is één ding, die verklaren een ander. Veranderingen in landgebruik en verlies aan leefgebied zijn ongetwijfeld één van de factoren die bijdragen aan de terugval. Er is gewoonweg minder ruimte voor insecten. Die ruimte is, zeker in Vlaanderen, sterk versnipperd en doorsneden door wegen en andere infrastructuur. Welke impact die op populaties heeft, is nog erg onduidelijk, maar vermoedelijk is die best groot.

Ook de kwaliteit van de overgebleven leefgebieden staat sterk onder druk. Enerzijds door de massa stikstof die neerdaalt op onze natuur (in Nederland terecht bestempeld als 'stille sluipmoordenaar' en 'killer voor de kleintjes'). Anderzijds door de pesticiden die gebruikt worden en waarvan de exacte impact moeilijk te bepalen lijkt. Het voorzichtigheidsprincipe wordt in Vlaanderen zelden toegepast en de gangbare landbouw blijft fundamenteel gebaseerd op pesticiden gebruik. Tel daar nog klimaatverandering bij en je hebt een dodelijke cocktail.

Waarom insecten belangrijk zijn en het beleid beter in actie komt

Is dat dan zo'n ramp? Zijn al die insecten echt zo belangrijk? Toch wel. In de eerste plaats zijn er de bijen en vlinders: die bestuiven bloemen en landbouwgewassen en zijn onmisbaar voor onze biodiversiteit. Maar ook de minder aaibare soorten bewijzen hun nut. Kevers zijn rasechte opruimers van dood hout. Gaasvliegen, lieveheersbeestjes en wespen (maar ook bijen) eten andere (minder aangename) insecten zoals bladluizen. Anderzijds vormen die dan weer een belangrijke voedselbron voor tal van vogels, amfibieën, kleinere zoogdieren of andere insecten.

De achteruitgang van het aantal insecten in soorten en in aantallen is dus geen goed nieuws. Als het slecht gaat met de insecten en andere geleedpotigen dan is dat op zich onheilspellend voor onze totale leefomgeving. Insecten zijn een basisonderdeel van de cyclus van het leven op aarde. Van bestuiving, voedsel voor een pak andere levende wezens en voor het verteringsproces van plantenmateriaal.

We nemen die achteruitgang dus best heel ernstig. In Duitsland en in Nederland maakt men nu werk van een "insectenplan" waar verschillende ministers aan meewerken. De cijfers van het wetenschappelijk onderzoek tonen alvast aan dat het meer dan nodig is. Ook in Vlaanderen mag er nu werk van gemaakt worden. Nog 10 jaar wachten is geen optie. Een offensief actieplan voor het herstel van de biodiversiteit en een terugschroef beleid van het gebruik van de vele pesticiden een must. Voor de lieveheersbeestjes, de vlinders, de bijen en ook voor de bestuiving van een belangrijk deel van ons voedsel. Wat de kanarie was voor de mijnwerkers is de achteruitgang van de insecten voor de wereld: een SOS, een alarm, knop rood.