Ik kijk naar mezelf in de weerspiegeling van de ramen die onze stadstuin maken. Ik wrijf door m'n haar, knoop m'n veters en doe een trui aan. Bij elke beweging die ik maak, verander ik meer en meer in m'n vader. Hij zit in mijn lichaamstaal. Ik heb een stukje van z'n branie, maar niet...