Een van de Vlaamse zenders brengt de Nederlandse versie van 'Blind Gekocht' op het scherm. In dat programma geven mensen al hun spaarcenten aan de tv-makers die vervolgens voor hen op zoek gaan naar een passend huis.
...

Een van de Vlaamse zenders brengt de Nederlandse versie van 'Blind Gekocht' op het scherm. In dat programma geven mensen al hun spaarcenten aan de tv-makers die vervolgens voor hen op zoek gaan naar een passend huis. Net als bij ons is het budget van de Nederlandse huizenzoekers te krap voor hun wensen en verrichten inrichters ter plaatse een wonder om het doorgaans krakkemikkig pand om te toveren tot een huis om in te wonen. Als mijn vrouw en ik naar die Nederlandse versie kijken, dan weten we haast op voorhand dat we mekaar verbouwereerd zullen aankijken: zo klein, voor zoveel geld?! Hoe ze het doen, weten we nog altijd niet, maar de meeste Nederlanders wonen klein, heel klein. En ze betalen voor zo'n 'huisje' meestal ruim de helft meer dan wij hier. "We beseffen te weinig hoe ruimtelijk we wonen bij ons", zeggen wij dan keer op keer. En we prijzen ons gelukkig.Maar... ons geluksgevoel krimpt fors zodra we buiten stappen. De inspanningen die we leveren voor de inrichting binnenshuis is vaak omgekeerd evenredig met wat de inrichting van buiten, de openbare ruimte, mag kosten. Ook daarin verschillen we van de Nederlanders. Helaas, niet in ons voordeel. We missen niet alleen veilige fietsinfrastructuur en verkeersluwe centra, we missen vooral groen. En dan bedoelen we niet een grasstrookje dat de weg van het trottoir moet scheiden, maar openbare tuinen en parkjes, met heuse bomen, struiken en banken. In onze steden zijn die er wel, hoewel ook maar met mate, maar in onze dorpen ontbreken ze vaak. Liever een parkeerplaats in beton, dan een groen pauzeplekje. Want minder onderhoud én sympathieker bij de buurtbewoners. Voor wie het nog niet doorhad, hebben de coronacrisis en de lockdown misschien het inzicht gebracht: we hebben nood aan groene verpozingsplekken in onze wijken. Onze verkavelingen zijn zelden zo ingericht dat mensen elkaar buiten een beetje gezellig kunnen ontmoeten. Ga maar op zoek, ze zijn zeldzaam, dat soort plekken. Terwijl zulke parkjes nu net heel veel van onze problemen zouden kunnen oplossen: in dergelijke wijken is er voldoende sociale controle, ze zijn goed om regenwater in grondwater te transformeren en het zijn ideale schaduwplekken tijdens onze hittezomers. Komaan, verkavelaars, wat houdt jullie tegen?Lees het volledige dossier op kw.be/bouwwoede.Reageren? jan.gheysen@kw.be