Vaneigens keert de Ronde vroeg of laat terug naar West-Vlaanderen

Jan Gheysen

Om te vermijden dat de Ronde ooit een veredeld criterium zou worden, keert ze best terug naar West-Vlaanderen, meent opiniërend hoofdredacteur Jan Gheysen.

Wij hadden geluk, ons moeder veel minder. Het was elk jaar zo vlak op of net iets over de middag dat ‘Ze’ passeerde. Wie de Ronde niet wou missen, stond zeker al een half uur voor het officieel aangegeven uur op straat. Eén van de nonkels had dan het blad uit de krant gescheurd waarop de deelnemerslijst vermeld stond. Het was goed om dat als een soort legende bij te hebben. Was dat Eric Leman, daar vooraan? Of Godefroot? Nee, nee, het was Moser! En dan naar het krantenpapier grijpen om de lijst met rugnummers te checken en na te gaan of we in het echt wel hadden gezien naar wie we hadden gekeken. Eén, misschien twee, maar zeker geen drie minuten duurde de doortocht. In een flits was ‘Ze’ gepasseerd. Gelukkig ging er nog wat spektakel aan vooraf met de zwaantjes en allerlei soorten wedstrijdwagens. En ja, die reed ook voorop, niet gezien? Fred Debruyne, ja, zeker, hij was het, daar achterin de Peugeot van de BRT. We zijn midden in de jaren zeventig en toen al wilden we voor geen geld ter wereld de passage van de Ronde missen, desnoods aten we het konijn dat op het fornuis van gaarte uiteenviel, koud op.

Wij hebben de Ronde net zo nodig als de Ronde ons van doen heeft

Het is intussen alweer vijf jaar geleden dat we de Ronde hier voorbij zagen flitsen. Meer nog dan vroeger was het een kermis. Met spandoeken die aan hoogtewerkers en verreikers waren vastgemaakt, met muziekgroepjes op de pleinen en al te gekke velo-installaties. De passage van de Ronde was een kilometers lang kermislint in West-Vlaanderen. Omdat de koers én de Ronde van ons was. En is. Maar daarvoor moet ‘Ze’ terug naar haar bakermat, naar West-Vlaanderen. Het is niet dat we Antwerpenaren niets gunnen, maar de Ronde heeft West-Vlaanderen net zo hard nodig als West-Vlaanderen de Ronde, anders, zo vrezen wij, dreigt ‘Ze’ in de toekomst te verschrompelen tot een veredelde criteriumkoers. Oké, we overdrijven misschien wat, maar toch…

Alleen al daarom zou het een zegen zijn voor de Ronde én voor ons als onze twee wereldhavensteden – Brugge en Antwerpen – elkaar de hand reiken en afwisselend met de Ronde-start uitpakken. En nog mooier wordt het als de Roeselaarse burgemeester Kris Declercq erin zou slagen om samen met andere West-Vlaamse gemeenten de middelen bijeen te sprokkelen om ons eindelijk weer die kermis te geven waar we zo naar snakken in West-Vlaanderen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.