Deze zomer heb ik al een aantal keer mijn valiesje gemaakt. Maar niet om op vakantie te gaan, integendeel, om te gaan werken. Deze dagen resideer ik namelijk in Leuven. In een studio die ooit, in de jaren tachtig, begon als blitse discotheek, wordt deze zom...

Deze zomer heb ik al een aantal keer mijn valiesje gemaakt. Maar niet om op vakantie te gaan, integendeel, om te gaan werken. Deze dagen resideer ik namelijk in Leuven. In een studio die ooit, in de jaren tachtig, begon als blitse discotheek, wordt deze zomer een nieuwe reeks gedraaid.Het zijn lange, pittige, prettige dagen. We zwoegen, zeveren, zoeken en zweten. We spelen, schaven, stressen en stinken. Zeker dat laatste. Want u heeft het waarschijnlijk wel gemerkt: de zomer geeft er nogal een lap op dit jaar. En als het buiten al 40 graden is, dan is het binnen, onder een hemel van filmlicht, gekleed in een synthetisch kostuum en 2 centimeter schmink op je gezicht minstens 45 graden. Ik hoef er geen tekening bij te maken, mijn werkplek is een waar zweetwalhalla. We stinken om ter hardst en dat kan gerust al aanvangen rond een uur op halfnegen 's morgens. Het voordeel van groepszweten is wel, de gène valt weg. Iedereen stinkt, dus het maakt niet uit. Wat een bevrijding!Toch denk ik af en toe, zat ik nu maar in Brugge, in de tuin bij mijn moeder. Want zomer of winter, als ze elders van de trein stapt, zegt ze stellig: "Amai, het is hier véél warmer dan in Brugge!" Mijn valiesje staat al klaar.