Groen. Het is het enige waaraan je kunt denken wanneer je dit landschap ziet. Waar ik de foto nam, doet er niet zoveel toe, want nu de natuur eindelijk de regen heeft gekregen waar ze zo naar snakte, zijn deze intense kleuren op veel plekken te zien. Maar, voor de volledigheid: ik maakte de foto nadat ik aan café Batavia de ring overstak om 'langs binnen', via het Fruithof, naar Pittem te fietsen.

Een beeld waarop nagenoeg alles groen is, deed me denken aan het spreekwoord 'het gras is altijd groener aan de overkant', en voerde me terug naar een goeie tien jaar geleden, toen ik in Brussel ging wonen. Daar waren twee redenen voor: ik werkte er en was het pendelen beu, net zoals ik Tielt beu was. Ik vond onze stad te klein en te kleingeestig. Ik wilde in een grootstad kunnen opgaan in de mensenmassa, ik wilde er wandelen en verdwalen en dat is in een stad waarin je bent geboren en haast elke stoeptegel kent onmogelijk.

Ik wilde wandelen en verdwalen en dat is in een stad waarin je bent geboren en haast elke stoeptegel kent onmogelijk

Meteen sloot ik Brussel in mijn hart. Ik hoorde niet langer alleen Tielts maar alle talen van de wereld. Er waren honderden banken waarop ik tijdens lange wandelingen kon verpozen om naar de mensen te kijken. Ik kon kiezen voor de Vlaamse keuken maar ook voor de Thaise, de Japanse en de Indische.

Na anderhalf jaar, waarschijnlijk toen de nieuwigheid eraf was, kreeg ik heimwee naar Tielt. Datgene waarvoor ik was gevlucht, de kleinschaligheid en het gebrek aan anonimiteit, begon ik te missen. Ik miste het om op straat bekende gezichten tegen te komen. Bovenal miste ik het om op de fiets te stappen en vijf minuten later in een landschap als dat op de foto terecht te komen. Ik keerde terug naar Tielt en om het stadsgevoel van Brussel toch nog wat te bewaren, ging ik in volle centrum wonen. Soms mis ik onze hoofdstad nog, maar bovenal ben ik in Tielt, nu al bijna tien jaar, weer thuis. En heb ik geleerd dat het gras aan de overkant niet altijd groener is.