Stilstaan is achteruitgaan

© belga
Frederic Vansteenkiste

Frederic Vansteenkiste is getrouwd en papa van twee dochters. Hij werkt voor afvalintercommunale MIROM in Roeselare. In deze blog heeft hij het over het leven zonder auto.

Het Autosalon zit er op en als we de nieuwsberichten en terugblikken mogen geloven, was het een groot succes. De cijfers beamen dat ook, want meer dan 500.000 bezoekers trokken de voorbije weken naar Brussel voor een bezoekje aan de ‘Brussels Motor Show 2020’. Dat is niet verwonderlijk, want het autosalon presenteert de voertuigen zoals we de bijna 7 miljoen personenwagens in ons land allemaal het beste kennen: dicht op elkaar en… stilstaand. We hebben het dan nog niet eens over de structurele, minder structurele en stilaan gebetonneerde files waar we met z’n allen instaan, want die worden in deze context statistisch nog niet eens beschouwd als stilstand.

“Zou je een abonnement op Netflix nemen als je maar 5 minuten per week kijkt?”

Neen, het gaat echt om de momenten waarop er geen bestuurder achter het stuur zit en een vierwieler gewoon ‘ergens staat’. Op een parkeerplaats, ook al eens nààst een parkeerplaats, voor de deur of ergens droog in een garage of carport. Het is een vaststaand feit (pun intended), dat de meeste auto’s het grootste deel van hun bestaan gewoon stilstaan. Niet ‘regelmatig’, niet ‘wel iets meer dan de helft’ of zelfs niet ‘redelijk vaak’. Zeg gerust ‘bijna altijd’. Van het moment dat hij of zij (weet ik veel wat voor naam u aan uw wagen geeft) van de band rolt, tot de dag waarop die na een smartelijk ongeval, zielig verstoten door een lage emissie-zone of compleet leeg gereden op een autokerkhof terechtkomt, zal een auto in ons land gemiddeld 97,6 procent van de tijd stilgestaan hebben. We herhalen dat nog eens: 97,6 procent.

Oké, niemand rijdt natuurlijk dag in dag uit rond, daar is de auto ook niet voor bedoeld. Maar als je weet dat best veel mensen dagelijks met de auto naar het werk trekken en de wagen doorgaans ook van stal wordt gehaald voor boodschappen, uitstappen, bezoeken, het legen van de brievenbus en reizen, is die gemiddelde score een onthutsend hoog cijfer. Ik weet wel, een wagen is ook een statussymbool en je glimt vast van trots met je blinkende bolide voor de deur, maar toen Blork, de neef van Gnork en Snork, in den beginne het wiel uitvond, was dat wel met de bedoeling dat het zou draaien. De essentie van een auto lijkt me dat die je al eens in vervoering brengt, bij voorkeur van punt A naar punt B. Als dat slechts in minder dan 2,5 procent van de tijd het geval is, dan zouden wij gewag durven maken van een teleurstellende ‘return on investment’. Statistisch gezien zit dat vermoedelijk zelfs gewoon binnen de foutenmarge. Ter vergelijking, zelfs de mens scoort beter dan een auto: die is tenminste nog gedurende 10 procent van zijn leven effectief aan het werk. Bravo homo sapiens!

“Het autosalon toont wagens zoals we ze het beste kennen: dicht op elkaar en stilstaand”

En goed, we weten ook wel dat je met een auto een stukje vrijheid in huis haalt om je te kùnnen verplaatsen als dat zou nodig zijn. Maar dan nog is het prijskaartje behoorlijk gepeperd voor een item dat soms echt amper gebruikt wordt. Wie in een of ander exotisch land woont, zal zich geen dure verwarmingsinstallatie aanschaffen voor die paar dagen op een jaar dat het kwik onder de 20 graden duikt. We gaan echt geen abonnement op Netflix ophoesten als we ochot 5 minuten per week zouden kijken toch? En zou jij een schaatspiste aanleggen in je tuin in de wetenschap dat je er misschien vier, vijf dagen per jaar gebruik van kan maken?

Als de nood zo miniem is, dan zoekt een weldenkend mens doorgaans naar een slimmere oplossing. We laten ons zelden iets overtollig aansmeren en letten goed op waar we onze centen aan spenderen. We zijn slim genoeg om creatief om te springen met abonnementen, met onze belastingen en met bonnetjes uit de supermarkt om toch maar een euro te sparen. Maar als het op auto’s aankomt, ho maar. Die mag een fikse duit kosten, ook al gebruiken we die soms bijna niet. Er zijn uiteraard heel wat mensen die hun auto wel degelijk frequent gebruiken en ook nodig hebben. Maar geloof me: er zijn ook heel wat exemplaren waar dat niet zo is.

“Het is een ‘vaststaand’ feit dat de meeste auto’s het grootste deel van hun bestaan gewoon stilstaan”

Misschien niet altijd wat de eerste wagen betreft, maar vaak wel bij de tweede auto van het gezin. Dikwijls is dat gewoon een extra kwartet wielen om een klein probleem op te lossen. Want ja, als mama uit werken is met de auto, hoe moet papa de kindjes dan op woensdagnamiddag naar de muziekschool brengen? Of wat te doen als je vent ‘s avonds al naar de zumba is vertrokken en het begint godbetert te regenen als je op het punt staat om zelf naar de voetbal te gaan? Turf ze gerust eens, die momenten waarop die tweede (of derde) auto onontbeerlijk bleek en er geen enkel valabel alternatief voorhanden was. Aan hoeveel kom je per week? Of rekenen we beter per jaar? En kon je dan echt met niemand anders meerijden? Reed er serieus geen bus die kant uit? En was het stiekem eigenlijk ook niet gewoon goed te doen te voet of met de fiets?

Maak anders gewoon eens de denkoefening voor jezelf. Hebben jullie thuis een auto staan? Twee misschien… of drie? Volgens Statbel heeft acht op de tien gezinnen een eigen auto en ruim één op de vijf twee exemplaren. Vier op de honderd gezinnen hebben er zelfs drie of meer. Hoe vaak wordt er gereden met elk van die auto’s? Het kan perfect dat dat in jullie geval de moeite is hoor. Als jij ergens werkt in een kantoor in de brousse ver weg van spoorlijnen, enkel te bereiken met een stevige suv, en je partner de dagtaak moet beginnen op een ontieglijk vroeg uur waarop zelfs buschauffeurs nog in het nest liggen te stinken. Dan kan het zijn dat die dubbele garage inderdaad onontbeerlijk is. Maar misschien is dat niet voor iedereen het geval.

“De mens scoort beter dan een auto: die is tenminste nog gedurende 10 procent van zijn leven aan het werk”

En àls je nu vaststelt dat die auto eigenlijk maar weinig kilometers doet per jaar, leg er dan eens de kosten naast. Aanschaf, onderhoud, verzekering, taks, carwash, Rode Kruis-sticker, zo’n knikkend hondje voor op de hoedenplank… En maak dan zelf gerust een zinnetje met de woorden ‘sop’, ‘kolen’ en ‘waard’. De kans is reëel dat je met dat bedrag de afstand die je aflegt net zo goed met een taxi had kunnen doen.

Met een deelauto al helemaal natuurlijk.

Mijn tip: bekijk het misschien toch eens goed, of die auto met dat beperkte aantal kilometers op de teller wel écht nodig is. En indien niet: verkoop hem en gebruik de opbrengst om en af en toe een auto te huren of te lenen, of voor een busabonnement. En met de winst die je maakt kan je dan eens gaan eten. Of volgend jaar lekker naar ‘t autosalon.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.