Twee weken geleden beloofde ik dat ik u zou terugzien vanop Sicilië. Ik was vergeten dat ik in de lucht zou hangen wanneer ik de column van vorige week moest inleveren, maar hier ben ik, twee weken later, vanuit mijn hotelkamer in de Siciliaanse hoofdstad Palermo. Het is dinsdag en straks vlieg ik weer naar Tielt.

Een foto vanop Sicilië, denkt u, wat kan dat in hemelsnaam met Tielt te maken hebben? Wel, toen ik dit beeld zag in een tankstation werd ik meegenomen naar thuis en naar mijn verleden.

Vandaag is helaas overal de automatisering heer en meester

Vandaag zijn er in Tielt geen benzinestations meer waar iemand je tank voor je voldoet. Maar ze zijn er wel geweest en ik herinner ze mij alsof het gisteren was. Mijn ouders gingen altijd naar het Fina-tankstation, net buiten de ring wanneer je Tielt binnenrijdt, aan het einde van de Wingensesteenweg. Als ik de naam 'Fina' hoor, zit ik weer samen met mijn zus op de achterbank. Dewaele, heetten de uitbaters, en ik zie mevrouw Dewaele nog naar buiten komen, terwijl haar man vanachter het raam in de keuken toekeek, want ze woonden er ook. Mijn vader stapte uit en zei wat er in de tank moest - 'nafte' - en voor hoeveel Belgische frank. Mijn zus en ik draaiden elk aan onze kant het raampje open om de verslavende geur van benzine te snuiven. Het raam mocht openblijven, want tot slot van de tankbeurt kreeg je van mevrouw Dewaele twee 'chicletten'.

Twintig jaar later is er aan elk tankstation in Tielt - en ik denk bijna bij uitbreiding in Vlaanderen - alleen nog maar zelfbediening. Niet in Italië: hier kan je nog kiezen voor 'servito', waarbij er nog volop getaterd en zelfs gelachen wordt. Vandaag is helaas overal de automatisering heer en meester. Ze zouden weer ingevoerd moeten worden, de Fina's van deze wereld.

Ik sla mijn laptop dicht. Het vliegtuig wacht. De tank is vol. Arrivederci, Palermo. Dag Tielt.