Eind april jl. zat ik in een panelgesprek op de Belgische jachtbeurs "Hunting' in Flanders Expo in Gent. Het debat was voortreffelijk georganiseerd en het publiek, in tegenstelling tot een pak andere debatten voor andere groepen die ik in de loop der jaren heb meegemaakt, voornaam. Geen boegeroep als ik een standpunt innam die niet direct het standpunt was van de organiserende Hubertusvereniging en de Waalse en Europese belangengroep van de jagers en nadien een reeks vriendelijke gesprekken. Men weet dat ik niet de grote minnaar ben van jacht en helemaal niet geloof dat er zonder jacht geen natuur meer overblijft en ik weet evenzeer dat veel jagers even koele minnaars zijn van mijn standpunten. Bon, mensen spreken mensen en ik vond het aangenaam.

Ik was ruim op tijd voor het debat en dat was heel bewust, dan kon ik ook nog op mijn gemak de vele standen op de jachtbeurs bezoeken. Ik zag stands van geweren, kijkers, messen, wildpaté, roofvogels, jachthonden én een aantal van buitenlandse jachttrips.

Door een dier te schieten bescherm je het. Ik blijf het onzin vinden

Zelfs weet ik het niet van mezelf, maar ik heb blijkbaar de blik van een jager want op elke stand die jachtpartijen in het buitenland aanbod, werd ik direct aangesproken. Wat zou Mijnheer graag willen schieten, gaat je interesse naar een Russische beer, een Mongools schroefhoornig bergschaap of wil je eerder gaan voor een Afrikaanse buffel, zebra of een stel antilopen? Ik zei nu en dan iets dat me wellicht nog meer een scherpe jager deed lijken en kreeg vooral een pakket blinkende brochures en een reeks prijsvoorstellen. Voor een prijs tussen de 5.000 en de 15.000 euro kon ik de soorten knallen met de grootste hoorns, de dikste beer, de grootste antilope of buffel. Ik kreeg de verzekering dat alles voor mij zou geregeld worden, er altijd een lokale jager meeging om te gidsen - of noem het misschien beter aan te wijzen- en op drie standen kreeg ik heel enthousiast te horen dat de opbrengst van die jachttrips gebruikt werd om die soorten te beschermen.

Een mens met de nodige centen en met een zeker jachtinstinct kan dus door pakweg een beer te schieten in Rusland of een reusachtig schroefhoornschaap in Mongolië bijdragen aan de bescherming ervan. Dat is nu een jagerslogica waar ik al jaren op kauw: door een dier te schieten bescherm je het. Ik blijf het onzin vinden, voor de rijke jagers die naar het buitenland trekken om in bergen of savannes waar de dieren zero schade doen neer te knallen of voor de Vlaamse jager die meent dat er zonder jacht op bijvoorbeeld de patrijs of het ree geen patrijzen of reeën meer gaan over blijven.

Raar, allemaal. Neem nu onze patrijs. Het aantal patrijzen in Vlaanderen is de jongste jaren dramatisch achteruit gegaan. Voor alle duidelijkheid: die achteruitgang kwam er niet door de jacht, maar door de aantasting van hun biotoop door het vele gebruik van pesticiden, de vernietiging van historische graslanden, snel en intensief maaien van hooilanden, ... Akkoord, jagers doen inspannen om de biotopen voor de patrijs weer beter te maken.

Uit een recent rapport van het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt echter dat ondanks alle inspanningen het aantal patrijzen blijft afnemen. In veel gebieden is het aantal zo kritisch dat er verder op blijven jagen zo goed als zeker het verdwijnen van de soort zal betekenen. Om die reden stelde Nederland een tijd geleden al een moratorium op de patrijzenjacht in, simpel om de soort te laten herstellen. Begrijpen wie kan, maar de Vlaamse jachtvereniging Hubertus geeft als reactie op de INBO-studie dat die onvolledig is en verder bejagen noodzakelijk. Hubertus negeert de wetenschappelijke studie en stelt zich vragen bij de doelstellingen van het rapport. Het past dus niet in hun kraam en dus is het onwetenschappelijk en onjuist. Wie zal er dan wel gelijk hebben als de patrijs uit West-Vlaanderen en de rest van ons land verdwenen is? Zal het dan nog maar eens de schuld van de wetenschap zijn of een gebrek aan het mogen jagen erop?