Onze Man in Rio (1) : In my favela

Maarten Vandenbussche

Maarten Vandenbussche, afkomstig uit Eernegem, ruilt voor een half jaar Oostende voor een andere ‘koningin der badsteden’ : Rio de Janeiro! Wij volgen zijn ervaringen er vanop de eerste rij.

Niet dat de bagger in zeven kleuren langs mijn broekspijpen naar beneden liep, maar helemaal gerust was ik er toch niet in : zo maar, samen met mijn vriendin, op de bonnefooi en voor het zachte klimaat enkele maanden verkassen naar Rio de Janeiro om me daar -omdat al de rest zo goed als onbetaalbaar is- in een favela te vestigen. Ik lees de kranten en uiteraard heb ik Cidade de Deus en Tropa de Elite gezien. De favela is geen plek waar je heen wil.

Nog niet bestolen, beroofd of vermoord

Maar verhip, het blijkt mee te vallen! Ik ben nog niet bestolen, beroofd of vermoord. En ik woon al bijna twee maanden in Rocinha, met zijn 200.000 inwoners de op een na grootste volkswijk van Zuid-Amerika. Volkswijk, geen sloppen -of krottenwijk. De meestal illegaal gebouwde huizen zijn van steen, hebben stromend water en elektriciteit, al willen die beide wel eens kuren hebben.

Vochtige koterijen

Wel wonen mensen hier een heel stuk kleiner dan bij ons en vele duizenden leven in vochtige koterijen, met voor alle ramen een blinde muur op minder dan een meter. Ik echter heb geluk : van op mijn balkon heb ik een adembenemend uitzicht. Links strekt Rocinha zich uit, rond de met verraderlijke bochten bezaaide hoofdweg waar motortaxi’s zich met doodsverachting naar beneden storten, tot haast aan het strand van São Conrado. Voor mij gaan uitlopers van het Tijucawoud, woeste heuvels met bossen (waaronder de Corcovado met Christus -ik kijk recht in zijn bilnaad), over in een meer waarrond de chique wijk Gávea oprijst. Daarachter zie ik nog net de Suikerbroodberg en in de verte een van de vele beroemde stranden die Rio rijk is.

Pislucht, ratten en kakkerlakken

Als de avond valt oogt alles zo mogelijk nog feeërieker: duizenden lichtjes, op de heuvels en weerspiegelend in het water van het meer en de zee, zover je kan kijken en Cristo Redentor, die zo lijkt het wel, echt licht geeft.

Dat me hier om de vijf stappen een zurige pislucht komt toegewaaid, het in de vuilnisbelt beneden ‘s nachts wemelt van de ratten en de smerige trap die naar mijn appartement leidt wordt bewoond door vette, volgevreten kakkerlakken, ik neem het er allemaal bij. Ik geloof dat ik hier nog even blijf.

>> Lees volgende week alles over – hoe kan het ook anders? – carnaval!

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.