We lopen op de tippen van de tenen om het maximum te halen uit de fors ingeperkte vakantiemogelijkheden. Niet eenvoudig. En spannend. Zo spannend dat we er met ons allen zenuwachtig van worden en binnen de kortste keren stapelen de frustraties zich op tot ongekende niveaus. En we weten waartoe zulke stapels leiden.
...

We lopen op de tippen van de tenen om het maximum te halen uit de fors ingeperkte vakantiemogelijkheden. Niet eenvoudig. En spannend. Zo spannend dat we er met ons allen zenuwachtig van worden en binnen de kortste keren stapelen de frustraties zich op tot ongekende niveaus. En we weten waartoe zulke stapels leiden. Dat kennen we van onze weermannen en -vrouwen: uit de spanning van opgestapelde wolken kunnen ongecontroleerde ontladingen volgen. Losse flodders maar net zo vernietigende uithalen. En zo'n vakantie is het dus, dit jaar. Aan kansen om gefrustreerd te raken is geen gebrek. Overal waar we gaan, worden we gewezen op mondmaskerplicht, op de anderhalve meter, op het mijden van drukte... We moeten dit en we mogen dat niet. Voor een echt vakantiegevoel is dat natuurlijk dodelijk. Maar... dat virus, waartegen al die maatregelen bedoeld zijn, is net zo dodelijk, maar op een sluikse wijze. En tegen wie keert zich dan al die opgekropte frustratie? Tegen onze directe omgeving, tegen mensen-met-het-vingertje en tegen gezagsdragers. We vinden dat normaal en sommigen vinden dat we daar zelfs niet moeilijk moeten over doen. Maar wat we over het hoofd zien, is dat die parkeerwachters, die stadsstewards, die buschauffeurs, die treinbegeleiders, die winkelbediendes, die agenten in precies dezelfde omstandigheden leven en werken als wij. En dat ook zij die mondmaskers allicht al beu zijn en dat ook hun weekends aan zee geannuleerd worden. Tegenover wie moeten zij hun frustraties dan kwijt?Makkelijk is het niet en verandering is niet meteen in zicht. Zoveel is al zeker. En voor de rest zullen we moeten leren omgaan met een zekere mate van onzekerheid. Het kan ons helpen, denken wij, als we ons iets vaker afvragen wat we beter niet kunnen doen - om onze gezondheid en die van anderen in gevaar te brengen - dan wat we wel kunnen doen door via allerlei poortjes en achterkanten de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. En wie weet ontdekken we bij onszelf en vervolgens bij de anderen een vorm van mildheid die zich gaandeweg weer in verdraagzaamheid vertaalt.Reageren? jan.gheysen@kw.be