Ik schoof netjes aan achter twee boomers -dames tussen de 56 en de 74 jaar oud- en kon uit het gesprek afleiden dat het om een moeder en dochter ging. Niet dat ik mijn best deed om het duo af te luisteren, maar aangezien zelfs de kassierster van de kassa naast ons vlotjes kon volgen, had ik weinig andere keus.

Het gesprek ging ongeveer als volgt. Moeder: "Goh dat is toch ambetant dat wij nu niet meer mogen buiten komen hé." Dochter: "Ja ma, niks aan te doen hé. Tis voor je eigen goed." Moeder: "Ja, had de jeugd niet al die feestjes gedaan hé, dan kon ik nog eens gaan kaarten." Dochter: "Hoe lang ben je al niet meer geweest?" Waarop moederlief doodleuk uitlegde dat ze nog steeds met 'de bende' samen kwam om te kaarten, maar dan bij Roger thuis in plaats van op café.

Op die vijf minuten heb ik geleerd wat mensen bedoelen als ze zeggen dat je 'op je tanden moet bijten'. Aan de blikken van beide kassiersters te zien, hadden zij een gelijkaardige ervaring. Meer dan met mijn ogen rollen, heb ik op dat moment niet gedaan. Maar ondertussen heb ik er toch spijt van dat ik mevrouw niet even gewezen heb op het feit dat 'de jeugd' -waartoe ik mezelf ook nog graag reken- het op dit moment te druk heeft om te feesten. Dus bij deze mevrouw, mocht u dit lezen: in de Kortrijkse openbare woonzorgcentra zijn op dit moment meer dan 40 studenten aan de slag. Ze hadden andere stages gepland, maar zijn zonder morren of klagen in de bres gesprongen voor de oudere generatie.

Diezelfde jeugd brengt boodschappen rond, probeert de horeca in leven te houden via takeaway en bestelt bij een lokale webwinkel telkens de kans zich voordoet. En dan nog iets. Muziek en plezier zijn geen geleiders voor het coronavirus. Uw kaartersclub is dus minstens een even grote bedreiging voor onze gezondheid als die onbestaande feestjes. Ik denk dat ik volgende week mijn boodschappen aan huis laat leveren.

Ik schoof netjes aan achter twee boomers -dames tussen de 56 en de 74 jaar oud- en kon uit het gesprek afleiden dat het om een moeder en dochter ging. Niet dat ik mijn best deed om het duo af te luisteren, maar aangezien zelfs de kassierster van de kassa naast ons vlotjes kon volgen, had ik weinig andere keus. Het gesprek ging ongeveer als volgt. Moeder: "Goh dat is toch ambetant dat wij nu niet meer mogen buiten komen hé." Dochter: "Ja ma, niks aan te doen hé. Tis voor je eigen goed." Moeder: "Ja, had de jeugd niet al die feestjes gedaan hé, dan kon ik nog eens gaan kaarten." Dochter: "Hoe lang ben je al niet meer geweest?" Waarop moederlief doodleuk uitlegde dat ze nog steeds met 'de bende' samen kwam om te kaarten, maar dan bij Roger thuis in plaats van op café. Op die vijf minuten heb ik geleerd wat mensen bedoelen als ze zeggen dat je 'op je tanden moet bijten'. Aan de blikken van beide kassiersters te zien, hadden zij een gelijkaardige ervaring. Meer dan met mijn ogen rollen, heb ik op dat moment niet gedaan. Maar ondertussen heb ik er toch spijt van dat ik mevrouw niet even gewezen heb op het feit dat 'de jeugd' -waartoe ik mezelf ook nog graag reken- het op dit moment te druk heeft om te feesten. Dus bij deze mevrouw, mocht u dit lezen: in de Kortrijkse openbare woonzorgcentra zijn op dit moment meer dan 40 studenten aan de slag. Ze hadden andere stages gepland, maar zijn zonder morren of klagen in de bres gesprongen voor de oudere generatie.Diezelfde jeugd brengt boodschappen rond, probeert de horeca in leven te houden via takeaway en bestelt bij een lokale webwinkel telkens de kans zich voordoet. En dan nog iets. Muziek en plezier zijn geen geleiders voor het coronavirus. Uw kaartersclub is dus minstens een even grote bedreiging voor onze gezondheid als die onbestaande feestjes. Ik denk dat ik volgende week mijn boodschappen aan huis laat leveren.