Mijd de rechtbanken, maar durf ze wel te vertrouwen

Jan Gheysen

“Meneer of mevrouw de voorzitter”, zeggen advocaten dan meestal aan het eind van hun pleidooi, “we zullen ons schikken naar de wijsheid van de rechtbank.” Wie af en toe naar de tv-reeks ‘De Rechtbank’ kijkt, kent dat zinnetje wel. Dat klinkt niet mis en het laat zich vlot zeggen, zo’n zin. ’t Is al een stuk moeilijker, dat schikken naar de wijsheid van de rechtbank, als de beklaagde veroordeeld wordt en zijn straf te horen krijgt.

Maar het is niet altijd de veroordeelde die het moeilijk kan hebben met een vonnis. Rechters krijgen geregeld ook de wind van voren van mensen die niet direct iets met de zaak te maken hebben. Zoals vorige week bij het vonnis in een verkrachtingszaak in Gent. De beklaagden kregen een voorwaardelijke gevangenisstraf. Veel te licht, vond de publieke opinie. Ik heb het vonnis in die zaak niet gelezen en ik veronderstel dat nogal wat mensen dat niet hebben gedaan. Dat is niet abnormaal, wij zijn geen juristen en we rekenen erop dat de mensen die voor de media die zaak hebben gevolgd, dat vonnis wel ten gronde hebben gelezen en ons daarover met kennis van zaken en met zin voor nuance informeren.

Rechters zijn niet wereldvreemd, wel de taal die ze gebruiken

Dat klinkt allemaal vrij mooi, maar ook dat is niet vanzelfsprekend. Want de vonnissen worden dan wel letterlijk uitgesproken, ze zijn daarom nog niet altijd vlot te begrijpen. De vaktaal van juristen en rechters staat ver van ons dagelijks taalgebruik. Dat geldt eigenlijk ook voor de taal die dokters hanteren en zelfs bij mijn garagist raak ik niet altijd wijs uit wat de man over mijn auto weet te vertellen. Tegen mijn garagist kan ik probleemloos vragen: leg het mij nog een keer uit in gewonemensentaal, bij de dokter zal ik al wat meer aarzelen en in de rechtbank zal ik waarschijnlijk zwijgen.

Rechters zijn niet wereldvreemd. Ze kennen de wereld beter dan de meesten onder ons, zij zien dagelijks mensen van allerlei slag voorbijkomen, meer dan wij ons kunnen voorstellen. Nee, niet de rechters zijn wereldvreemd. De taal die ze moeten gebruiken, is dat wel. En daar moet dringend iets aan gedaan worden. Rechters moeten tijd en ruimte krijgen om hun vonnissen in mensentaal toe te lichten en te duiden. Parketmagistraten krijgen die ruimte al en gebruiken die meestal wel, u kan hier lezen waarom bijvoorbeeld een aantal overtreders van de coronaregels niet wordt vervolgd en anderen dan weer wel.

Reageren? Mail naar jan.gheysen@kw.be

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.