Vorige week had ik een 'recreatieve dag'. Zo noem ik een dag waarop ik naar Brugge kom, zonder een bepaald doel of een verplichting. Behalve: rondhangen met mijn moeder.
...

Vorige week had ik een 'recreatieve dag'. Zo noem ik een dag waarop ik naar Brugge kom, zonder een bepaald doel of een verplichting. Behalve: rondhangen met mijn moeder.Hangvrouwen.Die recreatieve dagen moeten tegenwoordig steeds vaker het onderspit delven tegen werk, (klein)kinderen en een hulpbehoevende (groot)moeder. Maar we laten ons niet kennen. Even na de middag, zo'n twee koffies en een lunch ver in de dag, wandelen we door de Oude Burg.(We gaan chocolade halen in de Mariastraat)Bij het passeren langs de Gilde bekruipt me plots een zweempje angst. Onbehagen. Een doordruk. De scherpte is er vanaf. Dan verklaart mijn brein mijn gevoel met een herinnering: Georges'tje van de Gilde. Geboren Georges Van Tieghem. Hij was klein (een royale meter) maar toch net groter dan ikzelf toen. Hij zat er altijd. Hij gaf me stickers. Hij praatte met mijn moeder. (ik begreep hem niet)En hij maakte me een beetje bang. Hij was een wonderlijk figuur, zoals ik er zelden een zag. Bang en benieuwd tegelijk was ik. Elke keer hoopte ik hem daar te zien zitten. Om dan zo snel mogelijk achter mijn moeder weg te kruipen. Net zoals heel wat kinderen deze week, bij het zien van die andere wonderlijke man.