Er is dus nog werk aan de winkel. Ondernemersvereniging Voka brak onlangs nog samen met andere sociale partners een lans voor een sterker uitgebouwd hoger onderwijs. We sluiten ons daar graag bij aan, maar... met gemengde gevoelens.

Want, zo vinden wij, het kan toch niet de bedoeling zijn dat wij van onze studenten verwachten dat zij zich als provincialistische jongeren gaan profileren. Integendeel, ze moeten de wijde wereld in. In een samenleving die gonst van globalisering gaan we toch uitgerekend de jongeren niet kortwieken. Het lijkt soms wel alsof we Gent, Leuven, Brussel of Antwerpen als buitenlandse steden willen voorstellen.

Werken in West-Vlaanderen kunnen we, 't is tijd om áán West-Vlaanderen te werken

Niet dus. Onze jongeren hebben er alle belang bij om zich los te maken uit het vertrouwde nest. En als we willen dat ze terugkeren, dan moeten we misschien ook eens durven onder ogen zien wat we precies van hen verwachten. Of dat nest wel dé biotoop is waar zij naar hunkeren na hun studies.

Werken in West-Vlaanderen, dàt kunnen we. Dat weten we van onszelf en daar laten cijfers ook geen twijfel over. Maar is onze provincie ook meer - écht meer- dan een werkplek? Leveren we voldoende inspanningen om hier een ambiance te creëren waarin jonge gezinnen met kinderen zich perfect thuis voelen? Durven wij investeren in extra parken en groenplekken in onze steden en verstedelijkte gemeenten? Hebben die steden én gemeenten het lef om resoluut auto's in hun centra te bannen om fietsers en flaneurs vleugels te geven? Durven bedrijven in die steden en gemeenten investeren in een omgevingsvriendelijke buurt? Willen ze met andere woorden niet alleen op maar ook naast de werkvloer meerwaarde creëren? Dat zijn niet zomaar wat investeringen in de marge van de samenleving, maar in het hart ervan. Dat is, daarvan zijn wij overtuigd, minstens zo belangrijk als het ruimer uitbouwen van ons hoger onderwijs.