Karl schrijft een brief naar Martine Tanghe: “Bedankt om al die jaren een voorbeeld te zijn”

Nieuwsanker Martine Tanghe bracht haar kinderjaren door in Bissegem, middelbaar onderwijs volgde ze in Kortrijk. © © VRT - Sofie Silbermann
Karl Vannieuwkerke
Karl Vannieuwkerke schrijft elke week een brief

Karl Vannieuwkerke schrijft elke week een brief. Deze week brengt hij een eerbetoon aan VRT-collega en nieuwsanker Martine Tanghe die komende maandag afzwaait. Martine mag altijd antwoorden: karl@kw.be.

Beste Martine,

Maandag presenteer je een laatste keer Het Journaal. De nieuwsuitzending die in goede en kwade tijden in Vlaanderen als referentie wordt aangezien. Wat ze aan de Medialaan ook mogen beweren. Jouw bijdrage aan het kwaliteitslabel dat aan Het Journaal kleeft, kan niet worden overschat. Het nieuwshart klopte koninklijk en met gepast debiet toen jij achter de desk plaatsnam. Korte zinnen in heldere taal waren je stokpaardje. Je wou dat de kijker elke boodschap meekreeg en verstond. Uren boetseerwerk gingen aan je presentaties vooraf. Knutselen met taal. Daarin was je een meesteres. Intro’s dropen zelden van woordlyriek, maar waren strak en afgelijnd zoals ze horen te zijn. Elk woord op de juiste plaats. Mocht je een wielrenner geweest zijn, zou je met je zijden tubes het asfalt kunnen laten zingen tot de toeschouwers langs de kant van de weg begonnen mee te neuriën.

Wij – miljoenen Vlamingen die je in ons hart hebben gesloten en je nagenoeg elke avond in ons huis hebben binnengelaten zonder enige vorm van wantrouwen – zullen je missen, Martine. Je hebt nieuwslezers en -lezeressen die meubilair worden, maar nooit echt deel van je gezin uitmaken. Bij jou ligt dat anders. Je bent een van ons. En dat meen ik. Toen ik in 1997 een contract bij de VRT tekende, grapte mijn vader dat ik dan wel snel naast Martine Tanghe aan die journaaltafel zou zitten. Zo’n vaart zal het wel niet lopen, lachte ik terug. Nauwelijks een paar maanden later zat ik naast je. Zwaar onder de indruk en op zoek naar een ijsbrekertje toen ik tijdens de laatste bijdrage voor de sport naast je kwam aanschuiven. Ik weet nog wat ik zei: Nog een West-Vlaming erbij, Martine!, met een knipoogje naar onze afkomst. Je glimlachte minzaam. Zoals je dat ook kon toen je een montage van een collega kon smaken. Zelden heb ik iemand met een minimum aan mimiek zoveel weten vertellen. Een korte adempauze, een opgetrokken wenkbrauw, een pruilmondje of een rimpel op je voorhoofd die je even wat meer profileerde. Van afgrijzen over bewondering tot medelijden. Je palet was uitgebreid en je emoties altijd goed getimed.

Zelden heb ik iemand met een minimum aan mimiek zoveel weten vertellen

Maandag wordt een speciale dag, Martine. Niet alleen voor jou, maar voor ons allemaal. Collega’s gaan je overladen met bloemen, taarten, geschenkjes en complimenten. De redactievloer mag in coronatijden dan wel een minimumbezetting kennen, maandag zal er meer volk zijn dan de voorbije maanden het geval was. Thuis gaan wij er ook een evenementje van maken. Een half uur voor antenne zitten we klaar. Als voor een match van de Rode Duivels. Een ijsemmer met champagne op het salontafeltje en hapjes. Bloemkool met cocktailsaus, toastjes met gerookte zalm, misschien wel een oester en edamameboontjes voor onze kleinste. Jack is 19 maanden ondertussen en ik wil dat hij je laatste presentatie nog meekrijgt. Bewust zal het niet zijn, maar hij zal wel eens zwaaien naar je als wij het hem vragen. Ik heb nog niet gekeken bij de gokkantoren of je kan wedden op de woorden waarmee je je laatste journaal zal afsluiten. Ik kan niets verzinnen, maar van twee dingen zijn we zeker, Martine. Je vertrekt zonder hautaine gebaren en in vlekkeloos Nederlands.

Het ga je goed, Martine. Geniet van het leven, met volle teugen. Bedankt om al die jaren een voorbeeld te zijn.

Warme groet,

Karl schrijft een brief naar Martine Tanghe:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.