Vincent Tan, eigenaar van de Veekaa, wacht te lang om met zijn centen over de brug te komen, de volleybalclubs staan nog niet meteen te springen om samen te smelten en te timmeren aan de weg naar het hoogste niveau. Die eerste deadline is volgens het bestuur in het stadhuis ondertussen verstreken, die tweede wordt nog niet al te scherp gesteld.

Toch blijft sportschepen Arne Vandendriessche dapper luidop dromen. En daar kunnen - neen, moeten - we respect voor opbrengen. Een stad als Kortrijk moet zijn eigen sportclubs zo goed en zo kwaad mogelijk stimuleren om het allerhoogste na te streven. En een stad als Kortrijk mag daar gerust wat geld voor uit trekken. "Als wij er niet mee aan trekken, gebeurt het gewoon niet", zegt de schepen zelf. En daar heeft hij zeker een punt.

Een stad als Kortrijk moet zijn eigen sportclubs zo veel mogelijk stimuleren

Maar er is een maar. Het is niet omdat men op papier de meest ideale voorbereiding maakt, dat op het veld alles plots mogelijk wordt. Het tactisch plannetje mag dan wel kloppen, als de leider van de verdediging gaten laat of de spits elke kans verkwanselt, blijf je als coach verweesd achter. Je hele ploeg moet willen én kunnen, iedereen moet voor de volle honderd procent aan hetzelfde zeel trekken. Niet even, maar voor langere tijd.

Laat daar nu vooral de uitdaging voor trainer Vandendriessche liggen. Zijn plan zal ongetwijfeld klaar liggen, de puntjes staan er op de i. Duik de kleedkamer in en doe de plannen uit de doeken. Trek naar het trainingsveld en oefen op die looplijnen. Nu komt het er vooral op aan de spelers mee te krijgen. Elke speler moet overtuigd zijn van het succes van het team. Elke volleybalclub moet weten dat wat er zit aan te komen beter zal zijn dan waar ze vandaag zijn. Als dat lukt, zet ik met de glimlach vijf euro in op een derby tussen de Spurs en de Knack.

Vincent Tan, eigenaar van de Veekaa, wacht te lang om met zijn centen over de brug te komen, de volleybalclubs staan nog niet meteen te springen om samen te smelten en te timmeren aan de weg naar het hoogste niveau. Die eerste deadline is volgens het bestuur in het stadhuis ondertussen verstreken, die tweede wordt nog niet al te scherp gesteld.Toch blijft sportschepen Arne Vandendriessche dapper luidop dromen. En daar kunnen - neen, moeten - we respect voor opbrengen. Een stad als Kortrijk moet zijn eigen sportclubs zo goed en zo kwaad mogelijk stimuleren om het allerhoogste na te streven. En een stad als Kortrijk mag daar gerust wat geld voor uit trekken. "Als wij er niet mee aan trekken, gebeurt het gewoon niet", zegt de schepen zelf. En daar heeft hij zeker een punt.Maar er is een maar. Het is niet omdat men op papier de meest ideale voorbereiding maakt, dat op het veld alles plots mogelijk wordt. Het tactisch plannetje mag dan wel kloppen, als de leider van de verdediging gaten laat of de spits elke kans verkwanselt, blijf je als coach verweesd achter. Je hele ploeg moet willen én kunnen, iedereen moet voor de volle honderd procent aan hetzelfde zeel trekken. Niet even, maar voor langere tijd. Laat daar nu vooral de uitdaging voor trainer Vandendriessche liggen. Zijn plan zal ongetwijfeld klaar liggen, de puntjes staan er op de i. Duik de kleedkamer in en doe de plannen uit de doeken. Trek naar het trainingsveld en oefen op die looplijnen. Nu komt het er vooral op aan de spelers mee te krijgen. Elke speler moet overtuigd zijn van het succes van het team. Elke volleybalclub moet weten dat wat er zit aan te komen beter zal zijn dan waar ze vandaag zijn. Als dat lukt, zet ik met de glimlach vijf euro in op een derby tussen de Spurs en de Knack.