Tussen 2007 en 2009 ging er geen vrijdagavond voorbij of de voltallige derde graad van het Sint-Aloysiuscollege (een bachelor- en een masteropleiding later moet ik nog steeds googelen hoe je dat schrijft) murwde zich in het veel te smalle cafeetje in de Bruggestraat. Het bier was er niet bijzonder lekker, de toiletten stroomden altijd over en de zetels roken alsof ze al een paar maanden op het stort doorgebracht hadden, wat in sommige gevallen zeker zo was. Toch was het in mijn tienerjaren zowat mijn tweede thuis. Mijn eerste sigaret, mijn eerste wodka en mijn eerste kus heb ik allemaal te danken aan de magie van Den Overkant.

Zelfs als een jeugdhuis financieel gezond is, is het moeilijk om een bestuur bijeen te sprokkelen

Nu zou je er mij vanwege de geur alleen al met geen stokken meer binnen krijgen. Niet dat dat er toe doet. Mijn geliefde jeugdhuis onderging hetzelfde lot als vele andere: financiële problemen, slecht bestuur en uiteindelijk een sluiting. Het aantal jeugdhuizen in Vlaanderen daalt al jaren en veel daarvan heeft te maken met engagement. Zelfs als een jeugdhuis financieel gezond is, is het moeilijk om een bestuur bijeen te sprokkelen.

Nochtans zijn er alleen maar voordelen, en neen die komen niet alleen in de vorm van een pint met schuimende kraag. Je leert verantwoordelijkheid opnemen, samenwerken met mensen die je niet kan luchten of zien (een nuttige vaardigheid voor het latere leven) en je inzetten voor een gemeenschappelijk doel. Allemaal zaken waar ook werkgevers steeds naar uitkijken. Daarom ook nog een warme oproep aan onze Kortrijkse jongeren. Vul dat geld van het stadsbestuur aan met een beetje engagement, je zal er geen spijt van krijgen.

Tussen 2007 en 2009 ging er geen vrijdagavond voorbij of de voltallige derde graad van het Sint-Aloysiuscollege (een bachelor- en een masteropleiding later moet ik nog steeds googelen hoe je dat schrijft) murwde zich in het veel te smalle cafeetje in de Bruggestraat. Het bier was er niet bijzonder lekker, de toiletten stroomden altijd over en de zetels roken alsof ze al een paar maanden op het stort doorgebracht hadden, wat in sommige gevallen zeker zo was. Toch was het in mijn tienerjaren zowat mijn tweede thuis. Mijn eerste sigaret, mijn eerste wodka en mijn eerste kus heb ik allemaal te danken aan de magie van Den Overkant. Nu zou je er mij vanwege de geur alleen al met geen stokken meer binnen krijgen. Niet dat dat er toe doet. Mijn geliefde jeugdhuis onderging hetzelfde lot als vele andere: financiële problemen, slecht bestuur en uiteindelijk een sluiting. Het aantal jeugdhuizen in Vlaanderen daalt al jaren en veel daarvan heeft te maken met engagement. Zelfs als een jeugdhuis financieel gezond is, is het moeilijk om een bestuur bijeen te sprokkelen. Nochtans zijn er alleen maar voordelen, en neen die komen niet alleen in de vorm van een pint met schuimende kraag. Je leert verantwoordelijkheid opnemen, samenwerken met mensen die je niet kan luchten of zien (een nuttige vaardigheid voor het latere leven) en je inzetten voor een gemeenschappelijk doel. Allemaal zaken waar ook werkgevers steeds naar uitkijken. Daarom ook nog een warme oproep aan onze Kortrijkse jongeren. Vul dat geld van het stadsbestuur aan met een beetje engagement, je zal er geen spijt van krijgen.