Als ik het woord 'trein' hoor, denk ik aan de NMBS, vertraging en, als het meezit, voorbijglijdende landschappen. Als ik het woord 'treintjes' hoor, denk ik aan jongens maar ook aan mannen. Boys will be boys, zoals het spreekwoord luidt, dus zijn het vooral mannen die, ook eenmaal ze volwassen zijn, van treintjes houden.

Daarvoor kunnen ze in Tielt terecht bij Herman Vandaele in de Ieperstraat, die voor mij de meest fascinerende etalage van onze stad heeft. Herman is begonnen met een ijzerhandel waar vandaag het Kruidvat zit. We spreken hier over zestig jaar geleden. Mijn ouders herinneren zich dat met Sinterklaas en kerstmis Vandaele in zijn winkel treintjes opstelde om meer publiek te lokken. Dat lukte wonderwel.

Vandaag staan in de etalage in de Ieperstraat treintjes van Marklin. Vandaele is nog een van de weinige verdelers van het bekende merk, waarvoor mensen van heinde en ver naar onze stad komen. Ik blijf altijd staan voor de etalage, maar schroom verhindert me om binnen te gaan. Ik heb namelijk helemaal geen treintje nodig, dus lijkt het me wat raar om binnen te gaan en te zeggen: 'Beste Herman, ik ben niet van plan iets te kopen; ik zou gewoon graag eens een kijkje nemen in uw winkel.'

Misschien wel het mooiste aan de etalage is dat het herinneringen oproept aan mijn kindertijd. Mijn vader had ook een Marklin-trein en elke winter stelden we die op een grote tafel op. Magisch was dat. Het geluid van de trein, het brugje waar hij onderdoor moest rijden, de watte die mijn zus en ik in het midden van het parcours legden om de illusie van sneeuw te wekken.

Ik moet toch maar eens de winkel van Herman Vandaele binnenstappen. Om de fantasie, telkens als ik langsloop, werkelijkheid te laten worden.