Als in de Zoo van Antwerpen tweelingwelpjes ter wereld komen, worden deze nog een ruime maand in warme couveuses achter de schermen in de gaten gehouden. Op hun respectievelijke websites kunnen bezoekers voorstellen doen voor doopnaampjes en eens ze langzaam vertrouwd zijn geraakt aan mensen toont hun moeder hen aan het publiek.
...

Als in de Zoo van Antwerpen tweelingwelpjes ter wereld komen, worden deze nog een ruime maand in warme couveuses achter de schermen in de gaten gehouden. Op hun respectievelijke websites kunnen bezoekers voorstellen doen voor doopnaampjes en eens ze langzaam vertrouwd zijn geraakt aan mensen toont hun moeder hen aan het publiek. In de Zoo van Cardenas was dat wel even anders. Naar aanleiding van een eerder bezoek hadden we voor een paar CUC een dikke ham gekocht. Deze zouden we voederen aan de junglekoning. Helaas voor hem en zijn dames geen uitgestrekte steppes om over uit te kijken, geen spektakel van nietsvermoedende antilopes die aan de rivier hun dorst lessen, geen brede boomstam om op te snoezen, helaas... zijn koninkrijk beperkt zich tot een aantal vierkante meter beton, begrensd door triestig traliewerk.De verzorger -al moet je die term met een korrel zout nemen hier- gaf aan dat het beter was de leeuwinnen ermee te plezieren. Mijn nichtje -die toen hier op vakantie was- en ik klommen aan de zijkant van de kooi op een muurtje, om het vlees zo over het hek heen te smijten. Zijn tactiek was echter om het vrouwtje dat in een klein hok te slapen lag wakker te maken. Onder haar zagen we plots twee welpjes verschijnen. Nog wat verblind door de geboorte, hapten en klauwden ze met genepen oogjes om zich heen. De diertjes bleken slechts acht uren oud te zijn. De moeder en de andere leeuwen keken ons aan met vel dat tegen hun al gedeukte lichamen plakte, staand tussen wat restjes van bedorven groenten, met hun laatste kracht nog een bovenlip ophalend.Je ziet ook dat er geen middelen zijn om de zoodieren een beter leven te geven. Aan elk hokje dat je verder op het terrein vindt heeft de tijd geknaagd. Eten is er maar met mate. Een baviaan bedelt bij bezoekers om amandelbolsters die in het midden van het park van een boom zijn gevallen. Een hyena wacht in een hondenhok slapend zijn dood af en een krokodil van anderhalf jaar oud moet het stellen met een badje ter grootte van twee asbakken. Deze werd dan ook op het eind van ons bezoek een koord rond zijn bekje geknoopt en werd ons in de handen geduwd voor een foto. Het park is nu een grijs postkaartje van wat ooit een visitekaartje was van de stad. Wie zou ook hierin investeren als de mensen van Cardenas zelf zoveel moeite moeten doen om de eindjes aaneen te knopen?Wonen waar je wil is duurCardenas is een verdeelde stad. Je hebt er welgestelde ondernemers die moderne horecazaken uitbouwen, maar je hebt er ook straten waar kinderen in stilstaand rioolwater spelen. Een aantal jaren geleden kreunden een aantal wijken zelfs onder een cholera-epidemie. Maar je thuis heb je hier in Cuba niet te kiezen. Tot op een paar jaar geleden bepaalde de staat waar je je moest settelen, en zij stelden dan een afbetaalplan voor je op. Maar nu is het eindelijk mogelijk je huis te verkopen (se vende), te verhuren of te ruilen met een ander huis (se permuta). Wie dat wil, hangt een bordje buiten. Een huizenruil komt meer voor omdat huizen zo goed als onbetaalbaar zijn. Bijna enkel wie hulp krijgt uit het buitenland kan met een bod aankloppen. Wat het huren van huizen betreft. Een Cubaan waar we mee samenwerken is een aantal jaren geleden alleen gaan wonen. Hij vertelde dat hij 10 CUC per maand verdient maar dat zijn huur alleen al 60 CUC bedraagt. En dat is wellicht het verhaal van velen. Sowieso moet een staatsbedrijf gratis logement voorzien voor zijn werknemers, maar dan word je in een immens woonblok gestopt in een muffe studio van slaapkamergrootte. En zo dicht tegen de toeristische regio Varadero aanleunend, heb je veel van die woonblokken in Cardenas. Wie dus okee wil wonen - dus nog steeds zonder luxe- wordt dus quasi verplicht om met velen samen te wonen of extra's naast de job bij te verdienen.Het is feest vandaagDe nationale feestdag. In het o zo vaderlandslievende Cuba zou dit wel groots aangepakt worden, dachten wij. Wij droomden al stiekem van een groot volksfeest met militaire parades en heel misschien een woordje van Raul Castro op het historische plein van de revolutie? Maar daar hadden we het lelijk mis. Geen bandje dat speelde op een straathoek, geen stoet, geen toespraak. De Cubanen zelf haalden hun schouders op als we polsten naar een programma. Het enige bijzondere was het 'vlaggenbos', vlak naast de net geopende Amerikaanse ambassade. Meer dan honderd Cubaanse vlaggen wapperden fier langs de Malecon, de mooie dijk van Havana. Na een fotoreeks daar hadden we het wel gezien. Zelfs België pakt uit met groter events ondanks de politieke verdeeldheid. Wij vierden dan maar ons eigen feest in de buitenwijk Miramar, waar we op de grootste supermarkt botsten die wij hier in Cuba al hadden gezien. Met èchte Nutella en betaalbare Spaanse cava op de schappen. Driewerf hoera. Ik kan me amper voorstellen hoe het zal zijn als we ooit de moderne Delhaize in Oostende weer zullen binnenwandelen.Carnaval in augustusEen veel groter feest beleefden we dan een ruime week geleden in de hoofdstad Matanzas, waar het jaarlijks carnaval plaatsvond (yep, hier is dat in augustus). Met een fooitje in de hand hadden wij ons een plekje op de tribune gekocht, wachtend op de karavaan met een lokaal biertje en een zakje gezouten popcorn. Na een schitterende maar ietwat genante motorshow van het lokale politiekorps kon het beginnen. Jonge kinderen dansten in glitterpakjes op door tractors getrokken wagens, kleine reuzen deden schunnige dansjes en clowns verrasten het publiek met waterpistooltjes. Maar ook dames overtuigden dat je helemaal niet naar de Moulin Rouge moet om vrouwen op hoge hakken en in diep uitgesneden verenpakken subliem te zien salsadansen. De karren waren uitmuntend versierd en elk pakje op maat van de danser gestikt. Hier moet maanden voorbereiding aan vooraf gegaan zijn. Toen we onze buur om 23.30 uur vroegen hoe laat het ophield, zei zij dat het nog maar begonnen was. Later hoorden we dat de laatste act pas om 2 uur het slot afkondigde.We hebben het dus niet to the bone meegemaakt, maar wat ik niet meer zal vergeten is hoe de Cubanen -die anders maar weinig meemaken- het aan één stuk door uitriepen van het plezier. Nooit vergeet ik de opwinding in de ogen van diegenen die nooit eerder vuurwerk zagen. En daar hou ik me van af nu ook aan in België: me blijven verwonderen over het misschien wel evidente.