Uit recente satellietbeelden blijkt dat België een van de Europese landen is dat het zwaarst getroffen wordt door de droogte. Om die problemen aan te pakken, maakt de Vlaamse regering een eerste schijf van 75 miljoen euro vrij. Later komen er nog extra middelen bij. Dat geld moet onder meer gebruikt worden om Vlaanderen te "vernatten" en meer plassen, meren en moerassen aan te leggen.

Natuur als water- en klimaatbuffer

Bij iedere hevige regenperiode lopen ook in onze provincie wijken en zelfs hele dorpen onder water. Met de klimaatverandering kunnen we in de toekomst meer plensbuien verwachten. De schade is groot en niet meer te verantwoorden.

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom moet er zo snel mogelijk een volledig bouw- en ophogingsverbod van kracht gaan in alle overstroombare beek- en riviervalleien, maar ook in andere natuurlijke waterbuffergebieden. Alleen zo kunnen we verdere waterellende voor mensen en goederen voorkomen. Het beleid moet werken mét de natuur, door in te zetten op herstel van natuurlijke beekvalleien, rivieren, overstromingsgebieden, bossen... Dat is de meest kostenefficiënte oplossing om ons voor te bereiden op wateroverlast én droogte.

"Werken met, en niet tegen de natuur"

Poldergraslanden, natuurgebieden en zelfs houtwallen en brede wegbermen kunnen een belangrijke rol spelen als waterbuffers. Ze kunnen erosie en modderstromen voorkomen. Tegenwoordig zie je vaak maïs en bloemkolen die pal tot aan de rand van een beek en rivier geteeld worden. De akkers waarop ze groeien voeren bij iedere zware regenval tonnen modder in de waterlopen. Dat kan niet meer. De natuur moet in die valleien meer ruimte krijgen. Kortom: we moeten meer werken met, en minder tegen de natuur.

Een sterk waterbeleid is de achillespees van de droogte-uitdaging. Het tegengaan van verzilting is uiterst belangrijk voor natuur én landbouw. Ook al beseft niet iedereen het belang voor de landbouw, de feiten van de voorbije zomers zouden overal de alarmknoppen moeten laten afgaan.

Sterk waterbeleid van Decaluwé

Het waterbeleid van provinciegouverneur Decaluwé is erg moedig. Vlaanderen moet nu heel snel de eindverantwoordelijkheid op zich nemen en de lokale besturen zo veel mogelijk steunen op vlak van beleid, instrumenten en het voorzien van budget. Een sterk waterbeleid is een gedeelde opdracht van het gewest, de provincies en de gemeenten.

Met het plan van milieuminister Zuhal Demir is eindelijk die belangrijke stap gezet. We kunnen dit alleen maar toejuichen en hopen dat ook alle lokale besturen de ernst van de droogteproblematiek ten volle beseffen. Beleid vraagt keuzes en moed!

Peter Bossu

Uit recente satellietbeelden blijkt dat België een van de Europese landen is dat het zwaarst getroffen wordt door de droogte. Om die problemen aan te pakken, maakt de Vlaamse regering een eerste schijf van 75 miljoen euro vrij. Later komen er nog extra middelen bij. Dat geld moet onder meer gebruikt worden om Vlaanderen te "vernatten" en meer plassen, meren en moerassen aan te leggen.Bij iedere hevige regenperiode lopen ook in onze provincie wijken en zelfs hele dorpen onder water. Met de klimaatverandering kunnen we in de toekomst meer plensbuien verwachten. De schade is groot en niet meer te verantwoorden.Voorkomen is beter dan genezen. Daarom moet er zo snel mogelijk een volledig bouw- en ophogingsverbod van kracht gaan in alle overstroombare beek- en riviervalleien, maar ook in andere natuurlijke waterbuffergebieden. Alleen zo kunnen we verdere waterellende voor mensen en goederen voorkomen. Het beleid moet werken mét de natuur, door in te zetten op herstel van natuurlijke beekvalleien, rivieren, overstromingsgebieden, bossen... Dat is de meest kostenefficiënte oplossing om ons voor te bereiden op wateroverlast én droogte. Poldergraslanden, natuurgebieden en zelfs houtwallen en brede wegbermen kunnen een belangrijke rol spelen als waterbuffers. Ze kunnen erosie en modderstromen voorkomen. Tegenwoordig zie je vaak maïs en bloemkolen die pal tot aan de rand van een beek en rivier geteeld worden. De akkers waarop ze groeien voeren bij iedere zware regenval tonnen modder in de waterlopen. Dat kan niet meer. De natuur moet in die valleien meer ruimte krijgen. Kortom: we moeten meer werken met, en minder tegen de natuur. Een sterk waterbeleid is de achillespees van de droogte-uitdaging. Het tegengaan van verzilting is uiterst belangrijk voor natuur én landbouw. Ook al beseft niet iedereen het belang voor de landbouw, de feiten van de voorbije zomers zouden overal de alarmknoppen moeten laten afgaan.Het waterbeleid van provinciegouverneur Decaluwé is erg moedig. Vlaanderen moet nu heel snel de eindverantwoordelijkheid op zich nemen en de lokale besturen zo veel mogelijk steunen op vlak van beleid, instrumenten en het voorzien van budget. Een sterk waterbeleid is een gedeelde opdracht van het gewest, de provincies en de gemeenten. Met het plan van milieuminister Zuhal Demir is eindelijk die belangrijke stap gezet. We kunnen dit alleen maar toejuichen en hopen dat ook alle lokale besturen de ernst van de droogteproblematiek ten volle beseffen. Beleid vraagt keuzes en moed!Peter Bossu