Clichécheck: West-Vlamingen zijn kort van stof

Talitha Dehaene

Journaliste Talitha Dehaene (28) zag het licht in Ieper, maar trok als tiener tien jaar naar Amsterdam. Na nog twee jaar Antwerpen, is ze helemaal terug thuis. Elke week onderzoekt ze hier de clichés over de West-Vlaming.

Het cliché: West-Vlamingen zijn kort van stof.

West-Vlamingen maken er meestal niet te veel woorden aan vuil. We zijn een volk van doeners, niet van praters. Maar ook al delen we niet graag uitgebreid onze diepste zielenroerselen, we zijn wél de ongeslagen kampioenen van de smalltalk: vluchtige praatjes over het weer, de gezondheid of de planning van de dag. In woelige tijden al eens over politiek of de crisis. Over de kinderen, als je die hebt. En zo niet, over die van anderen. Het zijn eeuwenoude gespreksonderwerpen die elke West-Vlaming steevast paraat lijkt te hebben. Soms zit je nu eenmaal vast, bij de tandarts of in de rij voor de bakker, en volgens de sociale conventies is het onbeleefd om dan zwijgend voor je uit te staan staren. Zoals ik meestal zelf doe.

“De West-Vlaming is de ongeslagen kampioen van de smalltalk”

Zelf bezit ik het talent voor smalltalk niet. In de directe lijn vanaf mijn grootouders heeft het mij overgeslagen. Ik ben best wel sociaal hoor, maar praat gewoon makkelijker over onderwerpen waar ik daadwerkelijk iets over te melden heb. Ik stel mensen enkel vragen als ik ook oprecht in het antwoord geïnteresseerd ben. En de gemiddelde buitentemperatuur van de week boeit me nu eenmaal niet zo.

Ik zou het wel graag kunnen, dat ongedwongen gepalaver over de doodgewone dingen des levens tegen wildvreemden, maar ik word er vreselijk ongemakkelijk van. En dus grijp ik naar whatever tijdschrift bij de kapper om maar niet te hoeven praten en verstop ik me in de slaapkamer als de loodgieter langskomt – alles om dat geforceerde gesprekje te ontlopen. Maar ik besef dat mensen nu meer dan ooit nood hebben aan sociaal contact. Dat bezoek aan de bakker is voor velen – ook voor mij het enige uitstapje van de lockdowndag. Dus heb ik besloten om toch een inspanning te doen. Ik bestudeer elke ochtend het weerbericht en heb al een paar mooie klassiekers in mijn repertoire klaarstaan ( ‘tid dat were zomer is’ , ‘ tis toch ossan etwuk, hé ’ en if all else fails : ‘jaja’ en dan een beetje zuchten). Wie mij binnenkort dus pistolets ziet bestellen: schroom niet! Spreek mij aan! Ik ben er keihard klaar voor, beloofd.

Het oordeel: niet waar. Geef ons een willekeurige weersvoorspelling en we zijn voor zeker tien minuten vertrokken.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.