"Bij ons vertrek in Menen was er nog geen mist te bespeuren", komt zuster Marie-Joseph (78) nog eens op het gebeuren terug. "Tussen Deinze en Nazareth reden we echter van de ene mistbank in de andere, alsof het gordijnen waren die open en dichtgingen. Op een zeker moment gingen d...

"Bij ons vertrek in Menen was er nog geen mist te bespeuren", komt zuster Marie-Joseph (78) nog eens op het gebeuren terug. "Tussen Deinze en Nazareth reden we echter van de ene mistbank in de andere, alsof het gordijnen waren die open en dichtgingen. Op een zeker moment gingen de voertuigen voor, langs en achter ons gelijktijdig in de remmen. Alles vloog op elkaar. Een niet te overziene ravage", haalt de zuster zich weer de dramatische beelden voor ogen."Gelukkig werd onze ambulance niet tussen zware trucks geplet en kunnen we het nog navertellen. Zuster Miet viel door de klap van de brancard. Hoewel ik pijn had, hielp ik haar samen met de ambulancier recht. Zij was gewond aan de knie, terwijl ik mijn borstbeen had gebroken. Hoewel we noodgedwongen in de ziekenwagen bleven, kreeg ik hoofdpijn door de geur van de brandstof die uit de voertuigen liep. Maar we hadden het geluk aan onze zijde, want wij zaten in het voorste deel van de kettingbotsing waar meerdere dodelijke slachtoffers te betreuren vielen."Enkele jaren na de kettingbotsing keerde zuster Lemey van het ziekenhuis in Menen terug naar haar roots in Pittem, waar ze tot op vandaag als verpleegkundige in het klooster haar collega-zusters van Maria verzorgt. "De maanden na de botsing had ik schrik in de wagen, zeker als we dicht bij een tegenligger reden. Dat is voorbij. Nachtmerries bezorgt het drama me niet meer."(TVW)