Die noodlottige dinsdag 27 februari 1996 startte zoals elke vroege ochtend ten huize veehandelaar Carlos Demuynck. "Mijn man vertrok rond 3.30 uur 's nachts om naar de veemarkt in Anderlecht af te reizen", graaft Kristien Vancoppenolle in haar geheugen. "Ik was aanvankelijk zelfs van plan om met hem mee te gaan, maar ik besloot om thuis te blijven en al wat werk te verzetten op ons veebedrijf in de Roomstraat in Moorslede. Toen hadden we nog een pak koeien en vetkuikens."
...

Die noodlottige dinsdag 27 februari 1996 startte zoals elke vroege ochtend ten huize veehandelaar Carlos Demuynck. "Mijn man vertrok rond 3.30 uur 's nachts om naar de veemarkt in Anderlecht af te reizen", graaft Kristien Vancoppenolle in haar geheugen. "Ik was aanvankelijk zelfs van plan om met hem mee te gaan, maar ik besloot om thuis te blijven en al wat werk te verzetten op ons veebedrijf in de Roomstraat in Moorslede. Toen hadden we nog een pak koeien en vetkuikens."De voormiddag gleed voorbije en Kristien had de tijd niet om het radio- of televisienieuws te volgen. "In de vroege namiddag arriveerde er een vrachtwagen vanuit Anderlecht, met twee runderen die mijn man er gekocht had. Toen begon ik wat ongerust te worden, want normaal gezien was Carlos altijd tegen het middaguur thuis. De chauffeur zei me dat er op de E17 een zware kettingbotsing gebeurd was en dat mijn man waarschijnlijk daardoor in file stond." Carlos had in 1996 nog geen gsm bij zich, maar was wel al in het bezit van een semafoon, een soort bieper. "Die heb ik die dag wel duizend keer proberen op te roepen", aldus Kristien. "Maar zonder succes. Uiteindelijk nam ik contact op met de lokale politie van Moorslede en zij bezorgden me het speciaal geopende crisisnummer. Ik gaf een beschrijving van mijn man, zijn kledij en zijn auto, een Mercedes 250."De klok toonde ondertussen 16 uur aan en de beide dochters kwamen thuis van school. "Ik was echt ongerust. Rond 22.30 uur kreeg ik een telefoontje dat Carlos' auto in de vuurzee op de E17 zat, maar dat mijn man onvindbaar was. En ze vroegen of de dienst slachtofferhulp nog mocht langskomen. Samen met de huisarts heb ik toen een erg gedetailleerde beschrijving van mijn man meegegeven en op basis van medische gegevens hebben ze hem kunnen identificeren."Het duurde uiteindelijk nog tot donderdag vooraleer Kristien te horen kreeg dat haar man omgekomen was in de vuurhaard op de E17. "Hij was verkoold", zucht ze. "Mijn wereld stortte in. Die uren tussen het ongeval en het nieuws waren de langste uit mijn leven. Plots stond Kristien er alleen voor. "Ik had een veebedrijf om te runnen en moest twee jonge kinderen opvoeden."Ook voor Delphine en Charlotte was het nieuws zwaar om dragen. "Plots valt er een steunpilaar weg", zeggen ze. "Onze papa was er niet meer. Op school werden we erg goed opgevangen en ondanks je als kind niet de volle impact beseft, wisten we maar al te goed dat er iemand uit ons leven was weggerukt."Twee maanden na Carlos' tragische dood vierde Delphine haar Heilig Vormsel. "Maar dat hebben we niet echt gevierd", zegt Kristien. "Wat wil je ook? Een van de belangrijkste mensen van ons gezin was nog maar pas gestorven."Kort na het ongeval besliste Kristien om het familiebedrijf stop te zetten. "Ik kon het onmogelijk alleen runnen", zegt ze. "Ik kreeg hulp van enkele collega-veehandelaren om de laatste cyclus van de runderen en vetkuikens af te werken, maar daarna zette ik de activiteiten stop. De veesector is ook een echte mannenwereld. Zie je mij in Anderlecht al runderen kopen? Bovendien wilde ik er helemaal zijn voor onze dochters."Delphine en Charlotte knikken. "Mama was tegelijk ook papa. We hebben ongelooflijk veel respect voor haar. Niks was haar te veel. Ze heeft ons altijd gesteund. Net als de vele familie en de dienst slachtofferhulp."(PVH/Foto JS)Lees hierover ook in Krant van West-Vlaanderen, editie De Weekbode Roeselare