Dinsdag 27 februari 1996, het zou een gewone werkdag worden voor de toen 27-jarige Wervikaan Stefaan Degroote die nu in Wingene woont. 's Morgens was hij in alle vroegte met de vrachtwagen naar de veemarkt in Anderlecht gereden. "Ik had er een koe gekocht en reed ermee naar huis. Maar toen kwam ik in Nazareth in die mistbank terecht. Ik werd compleet verrast."
...

Dinsdag 27 februari 1996, het zou een gewone werkdag worden voor de toen 27-jarige Wervikaan Stefaan Degroote die nu in Wingene woont. 's Morgens was hij in alle vroegte met de vrachtwagen naar de veemarkt in Anderlecht gereden. "Ik had er een koe gekocht en reed ermee naar huis. Maar toen kwam ik in Nazareth in die mistbank terecht. Ik werd compleet verrast."Stefaan crashte tegen zijn voorligger, waarbij zijn vrachtwagen total loss raakte. "Door de hevige knal raakte ik gekneld tussen de zetel en het stuur. Maar het ergste was dat mijn rechtervoet vast zat tussen het gas- en rempedaal. Tot overmaat van ramp begon de vrachtwagen waarop ik was ingereden ook nog eens te branden. (korte stilte)Ik was er toen van overtuigd dat ik levend zou verbranden..."Maar dat gebeurde niet omdat de brandweerlieden massaal ter plaatse waren gekomen en snel konden ingrijpen. "Nadat de brand was geblust hebben ze me uit het wrak bevrijd", aldus nog Stefaan. "Daarvoor hebben ze wel mijn voet moeten breken. Heel pijnlijk, maar er was geen andere optie. Mijn twee dijbenen waren overigens al gebroken door de botsing.""Ik ben die mannen enorm dankbaar", aldus nog Stefaan. "Met enkele brandweermannen van de post Deinze heb ik na 20 jaar nog altijd contact. Ook met een agent uit Zelzate bel ik nog af en toe. Telkens we elkaar horen, wordt er over de kettingbotsing gesproken. Ook een van mijn huidige beste vrienden, Philippe Ballegeer uit Assebroek, heb ik toen leren kennen. Hij was beroepsmilitair en heeft me na de botsing wakker gehouden door voortdurend op me in te praten." "Daarna is hij me in het ziekenhuis nog komen bezoeken en zo is er een band ontstaan. Een band die uitgegroeid is tot een innige vriendschap."Uiteindelijk moest Stefaan Degroote maanden herstellen van de crash. "Ik heb eerst veertien dagen in het ziekenhuis van Deinze verbleven. De dokters hebben mijn benen 'in tractie' gelegd: aan elk been hing er 17 kilo. Bovendien kreeg ik in beide bovenbenen een spil. Na een jaar moesten die eruit, want ik kreeg enorm veel pijn. Mentaal was dat hard: ik had net een lange revalidatie achter de rug en moest toen weer onder het mes, met een nieuwe revalidatie in het vooruitzicht."De 47-jarige veehandelaar moest dus fysiek veel doorstaan, maar ook op mentaal vlak was het niet makkelijk. "Na mijn revalidatie vroeg mijn vader Karel, van wie ik intussen de veehandel overnam, me of ik opnieuw met de vrachtwagen zou rijden. De camion zelf was total loss, maar de laadbak was nog intact. Ik heb toen gezegd dat ik het wel wilde proberen. Hij heeft dan een occasievrachtwagen gekocht en we hebben daar de bak op gemonteerd. Zo stapte ik twee jaar na het ongeval opnieuw in een camion. Een heel vreemd gevoel was dat.""De veemarkt in Anderlecht is intussen al een aantal jaar gesloten, nu ga ik naar de veemarkt van Brugge of Ciney. Daardoor ben ik de laatste jaren niet meer in Nazareth gepasseerd. De kettingbotsing dateert van 20 jaar geleden, maar het zou me zeker nog naar de keel grijpen mocht ik nog eens passeren op het plaats van het ongeval. Want zulke dingen vergeet je niet", besluit Stefaan Degroote.