Hogere temperaturen geven Koekelareden tweede leven

Hannes Hosten

De Koekelareden, een wat vergeten variant van de Corsicaanse den, is plots weer erg in trek. Dankzij zijn ‘zuiders bloed’ is de Koekelareden veel beter bestand tegen de klimaatopwarming dan de fijnsparren die nu in Ardense, Duitse en andere bossen staan te sterven. De zaadjes van de Koekelareden zijn daarom weer erg gegeerd.

Onlangs werden 109 kilo dennenappels geoogst uit de 30 meter hoge dennen in Koekelarebos. Boomverzorger Wim Mertens klom daarvoor aan een touw de Koekelaredennen in. Dat gebeurde in opdracht van enkele boomkwekerijen, die de zaden kochten aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse overheid, de eigenaar van het bos. De zaden worden nu geplant en de jonge bomen worden over drie jaar verkocht aan kwekers van naaldhout in de Ardennen, Luxemburg, Duitsland en elders.

De Koekelareden is een snel groeiende boomsoort, erg geschikt voor houtproductie, en goed bestand tegen de steeds hogere temperaturen. Daaraan dankt hij zijn hernieuwde populariteit. “De boom doet het goed op arme zandgronden en heeft minder water nodig dan fijnsparren, die zwaar lijden onder de klimaatopwarming”, vertelt boswachter Koen Maertens van ANB. “Hij maakt ook meer hars aan, waardoor hij zich beter kan verweren tegen insecten.”

Uit Italië geïmporteerd

Maar hoe kwam deze den met zuiders temperament in Koekelare terecht en waarom kreeg hij zelfs de naam van de Houtlandse gemeente? Het verhaal wil dat Napoleon zelf het zaad meebracht uit Corsica, maar dat is wellicht romantiek. “Het klopt wel dat de boom door de Franse administratie werd geïmporteerd, maar dan uit Italië, waarschijnlijk uit Calabrië, helemaal in het zuiden”, vertelt Koen. “De oudste Koekelaredennen staan in Wijnendalebos. Maar op enkele percelen van het Koekelarebos begon in 1882 de grootschalige kweek voor de verkoop, in opdracht van de toenmalige eigenaars, de adellijke familie van Arenberg. Vandaar de naam.”

“Ook op het Rozenveld in Ruddervoorde stond al eerder van deze dennen, maar na 100 jaar zijn ze door de Duitsers gekapt in de Tweede Wereldoorlog. Al voor 1882 werd hij dus wel al hier en daar in onze streken geplant, maar dan meestal in een mix met andere zwarte dennen. Dat zijn de densoorten uit het Middelands-Zeegebied. De Corsicaanse den is een ondersoort van de zwarte en de Koekelareden is dan weer een soort of ondersoort van de Corsicaanse. Hoe dan ook is er een verschil: de Corsicaanse den heeft een donkerder schors, terwijl de schors van de Koekelareden meer bruingrijs is. En hij groeit nog beter.”

Top van Rio

“Tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw werden de zaadjes van de ‘Koekelarekwekerij’ verkocht voor economische doeleinden. Onder meer in de Ardennen werden de bomen opgekweekt om het hout te verkopen. Er bestond zelfs een zaadtuin in Halle, waar de bomen geënt werden op de onderstammen van appelbomen. Zo hoefde je niet de boom in te klimmen om de dennenappels te kunnen oogsten.”

Ondanks de kwaliteiten van de Koekelareden en de klimaatopwarming, die er toen al zat aan te komen, stopte de kweek van de boom in de jaren 2000. “België onderscheef de doelstellingen van de VN-top van 1992 inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro”, legt Koen uit. “Daar werd afgesproken om alleen nog aan natuurgerichte, duurzame bosbouw te doen en er niet meer te kweken voor de opbrengst. De Koekelareden werd gezien als een exoot, een soort die niet tot ons ecosysteem behoort, en niet meer aangeplant.”

“Maar in Koekelare zag mijn voorganger, boswachter Herman Van den Bosch, de Koekelareden toch als een stuk erfgoed. Na een grote storm begin jaren ‘90 werden hier voor het laatst nieuwe bomen aangeplant. Zo bleef de boom toch overleven en beschikken wij nog altijd over het originele zaadbestand. Daarmee kunnen we de Koekelareden – met dank aan de klimaatopwarming – toch nog een nieuw leven geven.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.