Patrick (59) woont op het einde van de Ernest Claeslaan, waar hij zijn thuis heeft op een groot domein met weiden, bosjes, een vijver en een prachtig zicht op de open ruimte. "De reeën die de laatste jaren opnieuw onze regio bevolken, komen hier geregeld even piepen", lacht hij. "Maar helaas heb ik er de voorbije maanden alweer twee in minder fraaie omstandigheden gezien: doodgereden langs de E403-afritweg. Doorgaans jonge dieren. Zonde dat ze slachtoffer van het verkeer worden. Ik hoop van harte dat we dergelijke drama's in de nabije toekomst kunnen voorkomen."
...

Patrick (59) woont op het einde van de Ernest Claeslaan, waar hij zijn thuis heeft op een groot domein met weiden, bosjes, een vijver en een prachtig zicht op de open ruimte. "De reeën die de laatste jaren opnieuw onze regio bevolken, komen hier geregeld even piepen", lacht hij. "Maar helaas heb ik er de voorbije maanden alweer twee in minder fraaie omstandigheden gezien: doodgereden langs de E403-afritweg. Doorgaans jonge dieren. Zonde dat ze slachtoffer van het verkeer worden. Ik hoop van harte dat we dergelijke drama's in de nabije toekomst kunnen voorkomen."Patrick is naast natuurliefhebber al vele jaren jager en nogal wat mensen snappen niet hoe dat te rijmen valt. "Jagers zijn geen tegenpool van natuurliefhebbers", verzekert hij. "Integendeel, wie jaagt en zich aan de regels houdt, is iemand die voor evenwicht in de natuur zorgt. In onze regio heb ik trouwens nog nooit een ree neergeschoten. Je moet uiteraard de toelating krijgen om dat te doen en je kunt die toelating maar vragen als er een gegronde reden bestaat om een van de dieren te doden."Zowat een eeuw geleden zijn de reeën uit onze streek verdwenen, maar geleidelijk aan keerden ze vanuit Frankrijk naar Vlaanderen terug. "Ze werden eerst in de buurt van Poperinge en Ieper gespot, maar de laatste jaren zijn ze ook weer in groten getale in het Houtland aanwezig", vertelt Patrick. "Je vindt ze vooral in het uitgestrekte Wijnendalebos, maar ook in het bos d'Aertrycke en in Groenhovebos, dat in totaal een oppervlakte van ongeveer 90 hectare telt. Net in Groenhove hebben de reeën het sinds een tijdje niet gemakkelijk. Vooreerst omdat de rust er grotendeels weg is, onder meer door de openstelling van het kloosterdomein voor het grote publiek. Een ree houdt nu eenmaal van rust en als die er niet is, gaat ze andere oorden opzoeken.""Nóg een probleem zijn de vele afsluitingen omheen bos- en andere percelen. Die verhinderen de reeën om bepaalde paden te volgen en snijden de as naar Torhout-Oost af. Zo drijven ze hen in de richting van de autosnelweg en de afritweg. Met alle gevolgen van dien. De jonge dieren steken die drukke verkeersaders over en worden doodgereden. Elk jaar merk ik twee tot drie verkeersslachtoffers onder het reeënbestand."Een ree bakent een eigen territorium af in het bos. "In de periode van april en mei krijgt de reegeit een of twee kalveren", legt Patrick uit. "Op dat moment worden de dieren van een jaar door hun moeder weggejaagd om plaats te maken voor de nieuwe kroost. Dat wil zeggen dat de jaarlingbokken en de smalreeën (vrouwtjes van een jaar) weg moeten uit de buurt. Het zijn net die dieren die jammer genoeg onder de wielen van de auto's of de vrachtwagens terechtkomen. Hun zoektocht naar een eigen territorium gaat door de omstandigheden in Groenhovebos niet over rozen. En net daar wil ik iets aan doen. Ik hoop dat ik de overheid - ook het Torhoutse stadsbestuur - meekrijg in mijn verhaal."Hoe Patrick, daarin gesteund door de Wildbeheereenheid Houtland, tot oplossingen wil komen? "We moeten ons best doen om een maatschappelijk draagvlak te creëren om de reeën te beschermen. Een van de concrete zaken die we kunnen ondernemen, is de mensen oproepen om in de omgeving van Groenhove zo weinig mogelijk hinderende afsluitingen te plaatsen. Natuurpunt Torhout beseft dat maar al te goed en haalt alle afsluitingen weg omheen de bospercelen die de vereniging koopt.""Ten tweede zullen we er serieus over moeten nadenken hoe we weer meer rustzones in het bos kunnen creëren. Plaatsen waar de reeën zich op hun gemak voelen, zodat ze niet op de vlucht hoeven te slaan. Dat is geen eenvoudige opdracht, ik weet het. Maar er is sowieso nood aan.""Ten derde lijkt het me zinvol om langs de E403 en de Torhoutse afritweg verkeersborden te plaatsen die waarschuwen voor overstekende reeën. Op die manier zullen sommige autobestuurders hopelijk meer voorzichtigheid aan de dag leggen. Vergeet niet dat tegen een ree botsen, niet alleen het dier het leven kost, maar ook zware materiële schade aan de wagen kan veroorzaken. Of erger nog: tot ernstige verwondingen of zelfs de dood van de bestuurder en zijn of haar inzittenden kan leiden.""Tot slot pleit ik voor het plaatsen van zogenoemde wildspiegels. Dat zijn paaltjes waaraan diverse reflectoren bevestigd zijn. Je moet de wildspiegels om de zoveel meter langs de kant van de weg plaatsen opdat ze effectief zouden werken. Die dingen zorgen ervoor dat het wild - naast reeën onder andere ook vossen en hazen - de weg niet oversteekt als er voertuigen in aantocht zijn. Het aanbrengen van wildspiegels heeft op andere plaatsen in het land al duidelijk zijn nut bewezen. Ik pleit voor wildspiegels langs de E403-afritweg en de Ruddervoordestraat."Waarom wildspiegels dierenlevens kunnen redden? Patrick: "Een ree is een nachtdier. Overdag houdt het zich koest. 's Avonds, 's nachts en 's ochtends daarentegen zijn de reeën actief. Het rare is dat zo'n dier, van zodra het de koplampen van een auto ziet naderen, de neiging heeft om net dan de weg over te steken. Wat fataal kan zijn. Welnu, de reflectoren van de wildspiegels weerkaatsen het licht van de koplampen en veroorzaken een flikkering in diverse richtingen. Dat schrikt de dieren af en in plaats van over te steken, houden ze zich gedeisd. Er bestaan diverse soorten wildspiegels, maar alle zijn behoorlijk efficiënt om verkeersslachtoffers onder het wild te vermijden. Waarom zouden we ze dan niet plaatsen?""Een nadeel van de wildspiegels is de kostprijs, want je hebt er ettelijke nodig om een stuk weg veiliger te kunnen maken. Vandaar dat ik in de richting van de overheid kijk. Dit lijkt me een investering te zijn die voor het Vlaams Gewest en/of het stadsbestuur wél betaalbaar is. Er wordt soms aan veel minder nuttige zaken geld uitgegeven. Projecten die én het leven van dieren én het leven van mensen kunnen redden, mogen iets kosten, toch? Ze zijn zeker de moeite waard."