De eerste ooievaar streek rond 19.00 uur in de Dronckaertstraat neer. Het duurde niet al alvorens er nog exemplaren uit de lucht kwamen afgedaald. "Rond 20.30 uur konden we toch al snel een 60-tal vogels tellen", horen we van Sofie Suestrone, een buurtbewoonster. "Ze namen plaats op de daken en verlichtingspalen langsheen de Grote Weg, de Dronckaerstraat en een deel ervan vond rust in de Kloosterhoek. Het was geen alledaags zicht, dus we keken vol bewondering toe".
...

De eerste ooievaar streek rond 19.00 uur in de Dronckaertstraat neer. Het duurde niet al alvorens er nog exemplaren uit de lucht kwamen afgedaald. "Rond 20.30 uur konden we toch al snel een 60-tal vogels tellen", horen we van Sofie Suestrone, een buurtbewoonster. "Ze namen plaats op de daken en verlichtingspalen langsheen de Grote Weg, de Dronckaerstraat en een deel ervan vond rust in de Kloosterhoek. Het was geen alledaags zicht, dus we keken vol bewondering toe". Sofie was niet de enige die, met smartphone in aanslag, het spektakel op de gevoelige plaat probeerde vast te leggen. Heel wat automobilisten plaatsten hun wagen aan de kant om zelf ook wat foto's te kunnen nemen. Woensdagmorgen waren alle ooievaars alweer verdwenen, vertrokken richting het zuiden.Wouter Favys, medewerker bij natuurpark 't Zwin en specialist op gebied van de ooievaars, schept wat meer duidelijkheid omtrent de gebeurtenis. "Dergelijke grote groepen die rondtrekken zijn niet meteen een uitzondering, dat ze daarvoor in West-Vlaanderen terechtkomen is dan wel weer niet alledaags. Het weer is op dit ogenblik ideaal voor trekdieren zoals de ooievaar. Ze maken volop gebruik van thermiek, net zoals een zweefvliegtuig doet. De meest optimale periode hiervoor is midden augustus. Meestal zien we dergelijke groepen landen in Oost-Vlaanderen of Vlaams-Brabant, in West-Vlaanderen is dat niet zo frequent. Naar alle waarschijnlijkheid moeten de weersomstandigheden hier beter zijn geweest waardoor ze in Rekkem terecht kwamen."Ook de omvang van de groep is niet meteen een uitzondering zo blijkt. "Bij hun trektocht richting het zuiden hebben de groepen vaak heel wat jongen met zich mee, waardoor de groepen ook groter zijn. Bij hun terugkeer zien we meer kleinere troepen. Naar ik vernam komen de ooievaars die in Rekkem waren uit Friesland, maar dat is iets wat we pas met 100% zekerheid kunnen zeggen als we hun ringen hebben kunnen controleren. Ongeacht wat, de meeste van de vogels trekken richting West-Afrika, dus ze hebben nog een lange trip voor de boeg". Dat de ooievaars zich op de daken van de huizen hebben genesteld, heeft volgens Wouter dan weer te maken met hun veiligheidsmechanisme. "Ze gaan nooit overnachten in een open veld of een plaats waar dieren zoals een vos ze te pakken kunnen nemen", sluit hij af. "De meest veilige plaats voor hen is iets in de hoogte. Daken, lantaarnpalen of verkeersborden dragen hun voorkeur."