Eerst en vooral: wat is dat warmtenet nu precies? Eigenlijk is het simpel: een warmtenet brengt via ondergrondse geïsoleerde buizen een warmteoverschot naar plaatsen waar nood is aan extra warmte. In Oostende wordt restwarmte die vrijkomt bij de afvalverbranding in de verbrandingsoven van de intrecommunale IVOO naar huizen en bedrijven geleid.
...

Eerst en vooral: wat is dat warmtenet nu precies? Eigenlijk is het simpel: een warmtenet brengt via ondergrondse geïsoleerde buizen een warmteoverschot naar plaatsen waar nood is aan extra warmte. In Oostende wordt restwarmte die vrijkomt bij de afvalverbranding in de verbrandingsoven van de intrecommunale IVOO naar huizen en bedrijven geleid. Het warmtenet is een initiatief van de coöperatie BeauVent, die al langer bezig is met groene energie en dat op verschillende vlakken. Oostendenaar Stefaan Soenen (34) is projectontwikkelaar bij het Oostendse warmtenet. Vandaag werken er acht mensen en na deze zomer zullen dat er tien zijn. "We zijn aan het groeien, inderdaad", knikt Stefaan. "Een gestage groei, maar in het klein.""Naar aanleiding van studies uit 2013 van de POM West-Vlaanderen (Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, red.) werd besloten de mogelijkheid voor een warmtenet te onderzoeken", legt Stefaan uit. "In Oostende heb je twee zaken: er is aanbod van warmte en er is ook vraag naar. Het was dus gewoon kwestie van die twee te matchen. In België heb je in enkele steden een warmtenet. Het is vaak wel beperkter dan hoe wij het hier zien. In Brugge bijvoorbeeld zijn er maar een vijftiental klanten. Maar je merkt dat er wel overal plannen zijn tot uitbreiding, naar nieuwe wijken en dergelijke."In 2015 gaf de stad Oostende groen licht voor de aanleg van een warmtenet. "Ook voor Beauvent is dit pionieren", zegt Stefaan. "De laatste twintig jaar is er niets meer aangelegd van warmtenetten in België. Het is pas nu dat er weer aandacht voor is. En wij trekken graag aan die kar."In Oostende zijn er twee verbrandingsovens en die vormen de hoofdbron van de warmte van het warmtenet. "Op termijn is het de bedoeling om daar ook Biostoom bij te krijgen. Wat er vroeger gebeurde met die restwarmte? Er werd een groot stuk door de schouw geblazen, dat was je dus gewoon kwijt. Van een tweede deel werd er stoom gemaakt en van die stoom werd dan elektriciteit geproduceerd. Het nadeel daarvan is dat dat aan een rendement van rond de twintig procent is. Wij doen met ons warmtenet een stuk beter."Het gebruik van het warmtenet is niet enkel voor grote bedrijven - zoals nu al onder meer Daikin, Van Heule, Vesuvius, Fermette, AZ Damiaan... - weggelegd. Ook grote appartementsgebouwen kunnen erop aangesloten worden. "Hiervoor gaan we op zoek naar gebouwen met een centrale stookplaats. Op die manier kan het hele gebouw met één warmtewisselaar verwarmd worden. De gebouwen die nu op de planning staan zijn onder meer de Melinda, de Mast, het stadhuis, het Vesaliusinstituut... Verwarmen met het warmtenet is heel duurzaam, want je bespaart op aardgas en stookolie. Op die manier haal je die uitstoot dus weg uit de stad. De uitstoot zit bij de verbrandingsoven, maar met of zonder warmtenet was die uitstoot er sowieso al. En omdat het van IVOO komt, is de kring helemaal rond: appartementen worden verwarmd met het huisvuil van de gezinnen.""Voorlopig is het nog moeilijk om individuele particulieren aan te sluiten. In principe is het mogelijk, maar het is erg duur. Een aansluiting kost al snel 25.000 euro. Dat heeft weinig zin voor één woning die op zich niet zo veel verbruikt. Daarom kijken we eerst naar grote gebouwen. In het stadscentrum is de vraag naar warmte hoog. Willen we particulieren kunnen aansluiten in de toekomst? Ja, zeker en vast. Dat is ook de bedoeling. Het is een beetje zoals de wortels van een boom. Je hebt de hoofdwortel van de boom, die meer en meer vertakt. Nu leggen we die hoofdwortel aan", zegt Stefaan. Wat levert zo'n aansluiting op het warmtenet eigenlijk op? "De meeste van ons klanten krijgen warmte aan dezelfde prijs als aardgas. Je moet rekenen dat er altijd verlies is bij aardgas, standaard zo'n twintig procent. Dus alle klanten besparen twintig procent op hun factuur. En ze zijn veel milieuvriendelijker, natuurlijk."Er zijn ondertussen al veel werken gebeurd voor het warmtenet en er staan er nog heel wat op stapel. Onder meer in het stadscentrum zullen die werken zwaar wegen. "Maar zodra het er ligt, zie je het niet en is het goed voor meer dan vijftig jaar", zegt Stefaan. "Maar de aanleg ervan is even ambetant. Dat beseffen we ook. De vorige keer hebben we tijdens de werken vier keer gaan flyeren om iedereen in de buurt een update te geven. We denken dat, als je er open over communiceert, de hinder wel meevalt. En tot nu toe blijkt dat waar, want de telefoontjes die we krijgen over de werken vallen echt goed mee. Op drukke plekken zoals Petit Paris zullen we werken met een onderboring, zodat de hinder echt zoveel mogelijk beperkt zal blijven."Het wordt dus even op de tanden bijten, maar er zijn dan ook veel voordelen aan dat warmtenet verbonden. "Als we alles aansluiten zoals we gepland hebben, dan spreken we van een verbruik van 10.000 gezinnen dat we uitsparen. Dat is dus wel gigantisch, de helft van Oostende ongeveer. De klimaatdoelstellingen van stad Oostende worden zo veel sneller gehaald. Ik denk niet dat je dit op een andere manier zou kunnen even snel bereiken. Het gaat nog tien jaar duren, maar al bij al..."In totaal kost het warmtenet nu 7 miljoen euro waarvan 2 miljoen gesubsidieerd. Van de resterende 5 miljoen komt de helft van de bank en de andere helft via de steun van vennoten: "Iedereen kan bij ons aandeelhouder worden. Als we een grote investering hebben, doen we een kapitaaloproep. Dat gaat vrij vlot. We gaan goed met onze middelen om en zorgen voor een goed dividend. Dit is iets voor de burgers zelf. Het is gelimiteerd tot 20 aandelen, maximum 5.000 euro. We merken dat er gretig op ingegaan wordt. Dat is het leuke voor ons: we kunnen toffe projecten doen en worden geruggensteund door onze vennoten. En niet te vergeten, we zijn quasi uniek in Vlaanderen. Er zijn er maar vijf en ik denk dat we wel in de top twee terecht zullen komen", glundert Stefaan.