In Gent is Jurgen bekend door zijn eetcafé Faja Lobi en de B&B met dezelfde naam. Maar een aantal maanden per jaar is hij daar niet te vinden: de Gentenaar met Moorseelse roots - na zijn studies bleef hij in de Oost-Vlaamse hoofdstad plakken - verblijft dan in Congo om te werken voor zijn vzw Idiofa Lobi. "Ik had altijd al het idee om na mijn dood iets na te laten aan de maatschappij", vertelt Jurgen (45). "Ik studeerde voor landschapsarchitect en zo raakte ik geïnteresseerd in bomen. Ik dacht er eerst aan om in Frankrijk een bos te planten, tot ik met mijn twee petekinderen naar Congo trok. Hun grootouders wonen daar namelijk."
...

In Gent is Jurgen bekend door zijn eetcafé Faja Lobi en de B&B met dezelfde naam. Maar een aantal maanden per jaar is hij daar niet te vinden: de Gentenaar met Moorseelse roots - na zijn studies bleef hij in de Oost-Vlaamse hoofdstad plakken - verblijft dan in Congo om te werken voor zijn vzw Idiofa Lobi. "Ik had altijd al het idee om na mijn dood iets na te laten aan de maatschappij", vertelt Jurgen (45). "Ik studeerde voor landschapsarchitect en zo raakte ik geïnteresseerd in bomen. Ik dacht er eerst aan om in Frankrijk een bos te planten, tot ik met mijn twee petekinderen naar Congo trok. Hun grootouders wonen daar namelijk.""Ik zag dat de ruime omgeving rond Kinshasa een bomenslagveld was geworden: alle bomen waren gekapt voor houtskool. Wat overbleef was lege savanne. Toen besloot ik om mijn project in Congo op te starten."In 2011 bereidde Jurgen alles voor en in 2012 startte dan het project. "We kozen de regio rond Idiofa uit. Die stad ligt 700 kilometer van Kinshasa en in die regio valt genoeg regen. Vooreerst moesten we zaden verzamelen en een boomkwekerij beginnen. Bomen kopen kost te veel geld.""We kozen bewust voor soorten die in Congo groeien, zoals de Wenge of ebbenhout. Al planten we bijvoorbeeld ook acacia's: die bomen zijn na een aantal jaar volgroeid Wenge heeft tientallen jaren nodig en mogen door de bevolking gekapt worden. In elk geval: na zes maanden in de kwekerij kunnen die boompjes geplant worden."Dat gebeurt niet door vrijwilligers, maar wel door werknemers van de vzw Idiofa Lobi. "Ook dat is een bewuste keuze. We zouden het land kunnen klaarmaken met een tractor. Dat kost je één dag en 70 dollar aan benzine. Eén persoon kan datzelfde werk handmatig doen in één maand. Ook voor 70 dollar, het basisloon in Congo. Maar wat meer is: als je iemand tewerkstelt, verdient zij of hij geld voor het gezin én zal die persoon ook meer verantwoordelijkheid op zich nemen."Zes jaar later werken er 500 mensen voor de vzw als het om herbebossing gaat. "Een 60-tal anderen werkt in het kader van duurzame ontwikkeling. Toen we begonnen, had ik bijvoorbeeld een internetaansluiting nodig om contact te houden met het thuisfront. Of om, zoals nu, wekelijks met de verantwoordelijken te vergaderen via Skype.""We zijn zo een internetcafé gestart, dat intussen uitgegroeid is tot een opleidingscentrum. Kinderen kunnen er in blokken van twee uur leren om met een computer te werken. We doen dat niet gratis, maar vragen de ouders maandelijks een kleine vergoeding: 500 Congelese frank, dat is 30 eurocent. Zo zorgen we ervoor dat we elke drie jaar nieuwe computers kunnen aankopen en indien nodig de zonnepanelen kunnen vervangen die de elektriciteit leveren."Naast een opleidingscentrum zijn er intussen ook drie bars, een ziekenhuis in Idiofa en vijf medische centra rond de stad. "In het ziekenhuis is er een kraamkliniek, een operatiezaal... De arts heeft een motor ter beschikking om naar een medische hulppost te rijden als er daar een noodgeval is."Hoewel het ziekenhuis, de bars en het opleidingscentrum zelfbedruipend zijn, is er toch veel geld nodig om het project draaiende te houden. Vorig jaar had de vzw een budget van 207.000 euro. "Al het geld dat ik over heb, steek ik in de vzw", aldus nog Jurgen. "Verder kan ik rekenen op sponsors en mensen die via crowdfunding bijdragen. Zondag kreeg ik wel het goede nieuws dat de we voor het eerst subsidies krijgen: de federale overheid maakt 50.000 euro vrij voor de vzw.""Het motiveert me om keihard verder te werken. Toen ik in 2012 begon, was het doel om 1.500 hectare savanne te herbebossen, maar we hebben dat al gehaald. Eind dit jaar moet dit 2.500 hectare zijn en ik hoop dat ik in mijn leven de kaap van de 25.000 hectare heb gerond", besluit Jurgen die voor elke hectare een gebruiksovereenkomst moet maken. "De overheid is eigenaar van alle gronden, maar geeft inwoners het gebruiksrecht. Wij kopen dan dit recht af."