Het vogelopvangcentrum (VOC) van Oostende op het domein Raversijde werd in 1984 in eerste instantie opgericht voor de opvang en verzorging van stookolieslachtoffers.
...

Het vogelopvangcentrum (VOC) van Oostende op het domein Raversijde werd in 1984 in eerste instantie opgericht voor de opvang en verzorging van stookolieslachtoffers. Later bleek dat er grote nood was aan een opvangcentrum voor alle soorten noodlijdende wilde dieren. "In het begin was het VOC nog niet zo bekend", vertelt hoofd dierenzorg Isabelle Allemeersch. " Voor 2000 kwamen we aan amper 500 dieren per jaar, in 2000 werden er 936 dieren binnengebracht. Nu is dat een viervoud. Niet omdat er meer noodlijdende dieren zijn, maar vooral door de naambekendheid en omdat mensen zich meer bewust zijn van natuur en milieu."Vanaf mei begint de drukte in het VOC. "Zoals het spreekwoord zegt, leggen alle vogels in mei een ei. Wij nemen dan dikwijls de rol van surrogaatouder op voor nestjongen in nood", gaat Isabelle verder. "Dan hoor je gepiep, gejammer, geschreeuw... van zonsopgang tot zonsondergang. We zien dan huismussen, kauwen, mezen en merels, maar ook roofvogels, vleermuizen, steenmarters, egels en konijnen... Juli is traditioneel de drukste maand, vooral door de jonge meeuwen", gaat Isabelle verder. "De nestjongen worden veelal op daken geboren. Tijdens het uitvliegen belanden ze soms op straat, doordat ze nog niet goed kunnen vliegen."Juli 2019 was een absolute recordmaand. "Het wordt alsmaar warmer en we krijgen alsmaar meer te maken met langdurige droogtes. Die combinatie zorgt ervoor dat we tientallen watervogels binnen krijgen", legt Isabelle uit. "Door de warmte zitten er veel meer blauwalgen in het water. Daardoor lopen de dieren een soort vergiftiging op die het zenuwstelsel aantast.""Naast de blauwalgen speelt ook het heel goede broedjaar mee. Zeker roofvogels en kleine zangvogels hadden meer nesten, wat ook leidt tot meer vogels bij ons", zegt algemeen coördinator Claude Velter. "En het goede broedseizoen, dat is iets wat ook weer met het weer te maken heeft."Tussen 2010 en 2013 werden in juli telkens tussen de 400 en de 550 dieren in nood binnen gebracht. "Sinds 2014 merken we een duidelijke stijging. Toen schoot het aantal meteen met 100 dieren de lucht in. Daarna ging het naar 707 in 2015 en 743 in 2016 om dan weer licht te dalen in 2017. Eventjes dachten we dat we in juli 2018 met 817 dieren een recordmaand hadden beleefd, maar dit jaar werd dat record ruimschoots verpulverd. Vorige maand kregen we liefst 1.148 dieren binnen." "Van de zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw werden 613 exemplaren binnen gebracht, andere meeuwensoorten waren goed voor zeven stuks. Ook vingen we 162 wilde duiven, 81 gedomesticeerde vogels zoals reisduiven of parkieten, en 125 zangvogels op. Daarnaast verzorgden we nog andere wilde dieren: 56 egels en 20 andere zoogdieren, waaronder een eikelmuis, vleermuizen, hazen, konijnen, steenmarters en wezels... Onvoorstelbaar. Het was alle hens aan dek", weet Isabelle. "Het zijn drukke dagen", zegt ook algemeen coördinator Claude Velter. "Soms werkten we van 8 tot 22 uur door. We beschikken over zes vaste krachten en een 100-tal vrijwilligers. Zo'n 80 procent van de dieren kan na verzorging weer de natuur in. Slechts 20 procent overleeft het niet. Sommige dieren kunnen na twee dagen alweer vertrekken, andere blijven hier twee maanden. Gemiddeld worden ze hier twee tot drie weken verzorgd."Elke maand sinds het begin van het jaar werd het aantal van vorig jaar overschreden, met uitzondering van februari. "Vorig jaar werden in totaal 3.852 dieren binnen gebracht, dit jaar zaten we eind juli al aan 2.738. Ook augustus is traditioneel nog erg druk. In december, januari en februari krijgen we het minst diertjes binnen. De meeste vogels starten in de herfst aan hun trektocht naar warmere streken. Dat brengt voor ons wat rust", besluit Isabelle.(HH/JRO)