In oude koningsschappen was het doden van een zwaan taboe. Bij ons anno 2019 is onder meer de knobbelzwaan beschermd en jacht erop absoluut verboden. Vele West-Vlamingen kennen de knobbelzwanen vanop de Brugse Reitjes en van bij bijvoorbeeld het Begijnhof. Ook daar worden ze al eeuwen gekoesterd als gelukbrengers en symbolen van liefde en trouw.

Van Brugge naar de kustpolders

De jongste jaren vestigen zich ook koppels knobbelzwanen in de poldergebieden van onze kust en in gebieden als de IJzervallei en bijvoorbeeld de weiden rond Lampernisse en Eggewaartskapelle. Niet dat ze er nu echt massaal zitten, maar door hun herkenbaarheid vallen ze velen op. Ze zijn ook in deze nieuwe gebieden door velen heel geliefd en weinigen zien in de 'terugkomst' kwaad. Toch is rond de zwanen sinds vorig jaar een raadsel opgedoken: waar zijn sommige koppels plots naar toe? Knobbelzwanen zijn heel honkvast en eenmaal ze een goeie stek gevonden hebben blijven ze er normaal hun leven lang. Waar zijn die edele dieren naartoe?

Zondebokken zoeken

Net als zwanen al eeuwenlang deel uitmaken van de mythe en de geschiedenis, zoekt de mens ook nu nog altijd zondebokken voor als iets slecht gaat. We gaan hier niet uitweiden over Joden, vreemdelingen, groenen of wat dan ook, maar ons houden bij dieren.

In de vorige eeuw leefde de overtuiging dat de vis verminderde door het voorkomen van otters. En dat er nauwelijks nog patrijzen, snippen en kwartels in Vlaamse velden leefden door het voorkomen van roofvogels. Het klinkt op vandaag absolute waanzin, maar na Wereldoorlog II betaalde de Belgische overheid premies uit per koppel poten van otters of om het even welke roofvogel die ingeleverd werd op een gemeentehuis of bij het ministerie van landbouw. In die jaren werden tienduizenden premies uitbetaald voor evenveel geleverde koppels poten van die soorten.

Hoe mythisch en hoe sierlijk knobbelzwanen ook zijn, sinds vorig jaar zijn die beesten plots de nieuwe doemvogel in sommige gebieden

Pas een aantal jaren later werd duidelijk wat natuurbeschermers toen al voor waarschuwden: niet die roofdieren zijn verantwoordelijk voor de achteruitgang in de natuur, maar wel juist het grote slachtoffer. De ware oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit op het platteland waren niet zij, maar de vernietigende pesticiden die toen nog toegelaten waren en zowat alle leven vernietigden als er maar een druppel van op een graankorrel of insect terecht kwam en opgegeten werd door een (ander) dier. Men vernietigde in die jaren tienduizenden dieren die juist symbool zijn dat het evenwicht in de natuur nog wat in orde is.

Heel simpel gezegd: als er geen reigers meer zijn, geen torenvalken, dan wil dat zeggen dat het leven uit het water en uit de velden verdwenen is en er geen voedsel als muizen en vissen meer zitten. Het nog aantal levende verhaal dat bijvoorbeeld aalscholvers zorgen dat er geen vis meer zit in sommige waterlopen is dus complete onzin. Aalscholvers eten alleen vis en het aantal in een gebied toont aan dat er juist (veel) vis zit. Als er geen vis zit, zullen er ook geen aalscholvers meer zijn. Die haakbekkige, raadselachtige vogel eet nu eenmaal niks anders dan vis. Soms een moeilijk verhaal om aan 'ongelovigen' uit te leggen, maar het ecologisch evenwicht zit heel vaak ingewikkelder in elkaar dan de moderne mens kan vatten. Om het wat provocerend te zeggen: alsof er zonder mens op aarde geen natuur meer zou zijn...

De knobbelzwaan als nieuwe doemvogel

© PB

Hoe mythisch en hoe sierlijk knobbelzwanen ook zijn, sinds vorig jaar zijn die beesten plots de nieuwe doemvogel in sommige gebieden. Hoe weinig er ook zitten, toch krijgen ze plots allerlei lelijke dingen naar het hoofd gesmeten. Ze eten hele grachten leeg, zorgen voor schade op velden,... In sommige adviesraden van de West-Vlaamse gebieden, waar ze recent weer met lage aantallen zitten, vragen sommigen zelf het afschot van deze sacrale dieren. Moeilijk volgens de wet, want ze zijn volgens het 'soortenbesluit' een beschermde diersoort, maar ze blijven het maar herhalen. Raar en even angstaanjagend als de roep naar een genocide op roofdieren van midden vorige eeuw.

Knobbelzwanen zijn weliswaar geen roofdieren want ze eten plantjes in waterlopen en wat in graslanden. De roep naar vernietiging van hen blijft wel even merkwaardig en heel sterk ruiken naar het zoeken van nog maar eens een zondebok in de natuur.

Ik heb op vandaag geen enkel bewijs en zelfs vermoeden dat jagers of de overheid meewerkt aan het 'verdelgen' van deze beesten, maar in tal van gebieden verdwijnen wel heel plots koppels en hun nest of jongen. Gefrustreerde X met een op de zolder liggend, illegaal kogelgeweer met demper, een nest rovende zwanenboef... Ik weet het niet en beschuldig niemand, maar verdwijnen doen ze en zo'n honkvast en edel dier doet dat nooit alsof de mist plots optrekt. Het is edel dier en moet respect afdwingen.

De bevoegde Vlaamse overheid is bij deze nog maar eens gewaarschuwd dat besparen op handhaving, op aanwezigheid en controle van natuur- en boswachters schuldig verzuim is. Een degelijk uitgebouwde handhaving is het sluitstuk van een degelijk en volwassen natuurbeleid. Wat de voorbije jaren kapot gemaakt is door besparingen op vlak van natuur is tevreden met pakweg één politiecombi met twee mensen die iets van tien gemeenten controleert. Wie wat over handhaving en beleid kent, weet wat de gevolgen daarvan zijn. Dat is zo voor de algemene veiligheid, maar ook voor onze natuur.