In den beginne was er niets.

En zo kwam het dat Gnork op een dag tijdens de jacht een mammoet op zijnen kop kreeg en zijnen schedel - waar dus niets op stond behalve veel haar - doormidden werd gekliefd. De weinige hersenen waar Gnork over beschikte, kwamen daardoor een beetje overal terecht. Ook op zijn broer Snork, die door die traumatische ervaring op twee diverse wijzen een vreemd en nieuw verschijnsel gewaar werd: 'hersenactiviteit'. 'Mo how', dacht Snork. 'Had Gnork nu iets op zijnen domme kop gehad, dan was dat misschien niet gebeurd... Dat moet ik dringend aan mijn broer vertellen!' Zijn broer kon Snork niet meteen meer vinden, maar toen hij de volgende dag op jacht ging, vond hij een halve kokosnoot en zette hij die op zijn kop. Zeven uur later kwam Snork thuis en sloeg zijn vrouw hem met een knots op zijnen kop omdat hij zes uur te laat thuis was. En warempel: de knots deerde hem niet! Snorks nazaten volgden zijn voorbeeld en verzekerden zich aldus van een evolutionair voordeel ten opzichte van minder fortuinlijke tijdsgenoten wiens kop wél werd ingeslagen door hun vrouw. Het brein van de bloedlijn Snork werd over vele generaties groter en op de duur volstond de grootste kokosnoot niet langer om de uitgezette hersenpan te beschermen.

Fietshelmen zijn intussen zo hip als quinoa of Lil Nas X

We zaten intussen gemakkelijkheidshalve al bij de Romeinen, waar Niemantus (ja, zoek zelf maar eens een grappige 'Romeinse' naam die ze in Asterix nog niet hebben gebruikt!), een verre nazaat van Snork, met een probleem zat. Allerlei vreemde snuiters uit verre streken kwamen naar het welvarende Romeinse rijk om daar mee te genieten van cruciale uitvindingen als verharde wegen, aquaducten, badhuizen en het openbare toilet. Vandalen bijvoorbeeld (tot op vandaag nog altijd aangetrokken door openbare toiletten), maar ook gewoon de Francken. Daar ging al eens wat bruut geweld mee gepaard en het was Niemantus niet ontgaan dat sommige van zijn kompanen soms een speer, zwaarden of aambeeld door hun hoofd kregen bij dergelijke confrontaties. Tegelijkertijd was Niemantus opgevallen hoe zijn buurman Cactus bij een aanval door pijlen werd doorzeefd, maar dat diens Ceasar Salad - in ware hipster style geserveerd in een ijzeren keteltje - ongeschonden was gebleven. Niemantus paste de puzzelstukjes in elkaar, zette het ijzeren keteltje op z'n hoofd en schrok zich een hoedje toen net dan een speer afketste op z'n pas ontdekte hoofddeksel. Niemantus keek naar de speer die nu op de grond stak in plaats van in zijn oor, glimlachte en prutste een stukje parmezaanse kaas en twee croutons van tussen zijn haar.

De nakomelingen van Niemantus visten al snel uit dat die beschermende huls niet per se een eetkom moest zijn, maar dat het net zo goed een bloempot of een emmer kon wezen. Niet veel later daagde het bij iemand dat ze zo'n hoofddeksel op zich ook min of meer op maat van een hoofd zouden kunnen maken en huppekee: de helm was geboren. Technieken werden verfijnd en diverse materialen werden uitgetest. De betonnen helm werd geen succes en ook een papieren versie was geen lang leven beschoren, maar proefondervindelijk ging het alsmaar meer de goeie kant uit. In oorlogssituaties bleek de helm een onmisbaar onderdeel van de uitrusting, van de van stevige hoorns voorziene vikinghelms, over de middeleeuwse blikken dozen tot de punthelmen van den Duits: bedoeld om zwaarden te laten op afketsen, maar tevens zeer handig om boodschappenlijstjes op te prikken.

De fiets was nog niet zo lang daarvoor uitgevonden en enkele seconden daarna ook meteen de valpartij

Het duurde tot de twintigste eeuw dat er plots ergens een snuggere kerel bedacht dat hoofdbescherming ook buiten een oorlogscontext van enig nut zou kunnen zijn. De fiets was nog niet zo lang daarvoor uitgevonden en enkele seconden daarna ook meteen de valpartij. Voortaan dreigde er niet enkel iets òp het hoofd te vallen, maar bestond er ook een risico dat het hoofd zelf ergens op viel. Omdat die dekselse verharde wegen van de Romeinen er nog altijd lagen en er intussen ook boordsteentjes waren voorzien lag de mutatie richting fietshelm voor de hand. Even leek het dan ook alsof de definitieve doorbraak van de fietshelm er rond de eeuwwisseling van de 20ste en de 21ste eeuw al zou komen, ware het niet dat twee factoren roet in het eten strooiden. De eerste was 'de era van de anti-hipster', een spijtige tendens waarbij het fietshelmgebruik in eerste instantie gekaapt werd door hopeloos uncoole nonkels, leerkrachten met broekbinders en bleke nerds met een grote bril. Dat de fietshelmen er toen nog uitzagen als bescheiden iglo's hielp ook niet echt.

Een tweede factor die nog voor vertraging zorgde, is het feit dat om een of andere reden nog niet iedereen overtuigd is van het nut van de fietshelm. Ook beleidsmakers niet, terwijl die er toch belang bij hebben dat hun kiezers in leven blijven. Zo wordt wel eens beweerd dat een fietshelm voor een vals gevoel van veiligheid zorgt en dat fietsers met een helm meer risico's nemen. Uit wetenschappelijke studies blijkt echter dat daar geen bewijs voor is. Daartegenover staat dat België met 7,4 fietsdoden per miljoen inwoners een trieste kroon spant in West-Europa en dus ook slechter scoort dan fietslanden als Nederland of Denemarken. Ook bewezen: meer dan 1 op de 3 dodelijke slachtoffers die géén fietshelm droegen, had dat ongeval kunnen overleven als ze wel een helm (of een kokosnoot) op hun hoofd hadden gezet. Bij helmplicht daalt het aantal ernstige hoofdwonden bovendien met meer dan 50%. Fietshelmen reduceren de kans op een hoofdletsel met zo'n 42% en de kans op hersenletsel met 53%.

De betonnen helm werd geen succes en ook een papieren versie was geen lang leven beschoren

En dat brengt ons bij vandaag, anno 2019 zo bij de start van het nieuwe schooljaar. Het moment waarop - als logische volgende stap - het besef bij iedereen komt dat een fietshelm eigenlijk een evidentie is. In alle bescheidenheid moeten wij met z'n allen durven stellen dat wij het (voorlopige) hoogtepunt van de evolutie van de homo sapiens belichamen. Dat mag als je leeft in een tijdperk waarin er zelfs al een pizza-automaat bestaat. Zodoende mogen we veronderstellen dat alle ouders toch proberen te vermijden dat hun zoon of dochter een ernstig hoofdletsel oploopt bij een eventuele val met de fiets. Zeker als er daarvoor een gebruiksvoorwerp bestaat dat het risico serieus inperkt. Ik durf te denken dat heel wat soortgenoten zelfs in de smiezen hebben dat dat risico niet plots verdwijnt als je twaalf wordt. Misschien hebben die ook wel die cijfers gelezen hebben die zeggen dat er eigenlijk meer fietsers tussen de 13 en de 27 jaar een hoofdletsel oplopen, dan jonge kinderen.

Vandaar dus een warme oproep van de evolutie aan àlle fietsers om voortaan een helm op te zetten. Die dingen zijn intussen toch zo hip als quinoa of Lil Nas X, dus je vindt er vast wel eentje die matcht met je outfit. Ook papa en mama ja. Het is goed dat je de kinderkopjes van je kroost beschermt, maar als je als (groot)ouder na een stomme val tot een kasplantje met de intelligentie van wijlen Gnork wordt herleid, zijn die kindjes daar ook niet blij mee natuurlijk.

Samengevat: twijfel niet meer een zet een helm op je hoofd als je fietst. Je zal dankbaar zijn als je na een onfortuinlijke val ook andere mensen zal kunnen aansporen om hetzelfde te doen.

Noot: de moderne helmen redden levens, maar bieden vooralsnog geen bescherming tegen vallende mammoeten. Op dat vlak bieden ze toch een beetje een vals gevoel van veiligheid.