...

De boomkikker is op enkele jaren tijd uit een diep dal gekropen. In 2010 vond men aan de kust enkel een populatie in Knokke-Heist. Eind de jaren 1980 telden specialisten nog 80 roepende mannetjes in Knokke-Heist, in 2007 werden er minder dan tien gehoord. In het nabijgelegen Zeeuws-Vlaanderen in Nederland waren er wél nog grote boomkikkerpopulaties (onder andere in Retranchement). De voorbije maand telde Rudi Vantorre (Natuurpunt vzw) meer dan 220 roepende mannetjes in de Zwinduinen en -polders en een 80-tal in de naburige gebieden. Dat brengt het totaal op 300 exemplaren. Om van een duurzame populatie te spreken dienen er minstens 200 roepende mannetjes te zijn.MetamorfoseIn 2002 werden de Zwinduinen en -polders aangekocht door het Agentschap voor Natuur en Bos en ondergingen ze tussen 2006 en 2010 een ware metamorfose dankzij het Europese natuurherstelproject ZENO. Sinds de jaren 1980 waren de boomkikkers volledig uit de Zwinduinen en -polders verdwenen. Eén van de acties was dan ook het herstel van de poelen. De meeste poelen waren overwoekerd. De struiken werden deels verwijderd, bestaande poelen werden uitgediept en er kwamen ook extra poelen bij. Hierdoor werd het gebied weer aantrekkelijk voor de boomkikker. De recente resultaten van de tellingen zijn dan ook een opsteker.De hoop leeft dat de soort zich verder zal blijven verspreiden onder andere via het netwerk van poelen dat in de voorbije jaren werd aangelegd door 't Duumpje (natuurbeschermingsvereniging in West-Zeeuws-Vlaanderen), het Agentschap voor Natuur en Bos, de Provincie West-Vlaanderen, Natuurpunt vzw en particulieren.PlakpuutjeHet boomkikkertje is bekend om zijn zuignapjes en wordt in West-Vlaanderen ook wel het "plakpuutje of hagepuutje" genoemd. De mannetjes trachten de aandacht van de vrouwtjes te verkrijgen door te roepen in de oeverzone tussen de waterplanten. Ze produceren met hun kaakblaas een reeks korte kèk-geluiden en zijn vooral tegen de avondschemering te horen op warme lenteavonden.