Maandag waren er in De Panne nog 37 meldingen van mensen die geneteld waren door een kompaskwal, maar navraag wijst uit dat die trend zich niet doorzet over de volledige Belgische kustlijn. "Navraag bij onze Seawatchers, vrijwilligers die op regelmatige basis het strand controleren en monitoren, bevestigen de bevindingen van in De Panne niet", aldus Jan Seys. "Er is hooguit sprake van kleinere aantallen kompaskwallen. Elders aan de westkust is er nog sprake van de oorkwallen en zeepaddenstoelen, maar die netelen de mens niet.

Mogelijk hebben de meldingen van De Panne een lokaal karakter en zijn ze gedreven door een plaatselijke stroming

Dat er weinig kwallen zijn, komt door het weer. "De wind zit eigenlijk verkeerd om veel kwallen op het strand te krijgen. Veel kwallen verwacht je net bij aflandige wind, van oosten- tot zuidzuidwestenwind, omdat dan de wind het oppervlaktewater wegduwt van het strand en er een compenserende onderstroom, waarin de kwallen zich bevinden, richting het strand staat. Mogelijk hebben de meldingen van De Panne dan ook een lokaal karakter en zijn ze gedreven door een plaatselijke stroming", aldus Seys.

Het is ook niet vreemd dat de kompaskwal, genoemd naar de roodbruine strepen op de hoed, nu aanspoelt. Er zijn vier kwallensoorten die geregeld aan de kust aanspoelen tussen het voorjaar en het najaar. In het voorjaar spoelen blauwe haarkwallen aan, gevolgd door de oorkwallen. Kompaskwallen spoelen aan in volle zomer en in het najaar is het de beurt aan zeepaddenstoelen.

Ook de kleine pieterman blijft opvallend afwezig dit jaar, en dat al voor het tweede jaar op rij. "Hoewel die soort door klimaatopwarming duidelijk talrijker is geworden bij ons in de afgelopen dertig jaar, zijn de subtielere verschillen tussen jaren onderling moeilijker te duiden. Ik zou vandaag in ieder geval nog niet durven te stellen dat er een dalende trend is", besluit Seys. Een aanwijsbare reden voor de daling is er niet.

(BELGA)