https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Topkok Piet Huysentruyt: “Ik weet al waar ik wil sterven. In Zuid-Afrika. Net zoals mijn vader in Congo wou sterven”

Piet Huysentruyt: “Wij hebben de mooiste kustlijn van de hele wereld.” © Kris Van Exel
Frank Buyse
Frank Buyse Senior writer

Een avond en ochtend met Piet Huysentruyt (58) en er ligt heel veel in de pan. Wat hebben we geleerd? 1. De topkok schudde ‘zeurpiet’ van zich af en werd twee hele pieten: SOS Piet en Likoké Piet. 2. Zijn scenario voor zijn zestigste verjaardag volgend jaar: een feest van zes dagen, een biografie en heel graag een afscheid van zijn publiek. 3. Koppig geboren en dan 2×36 jaar lang gulzig geleefd.

Deze leerstof wordt beschouwd als zijnde gekend: topkok Piet Huysentruyt (58), ook twintig jaar televisiekok, duizend afleveringen van Lekker Thuis, negen seizoenen van SOS Piet en bijna 4 miljoen boeken verkocht. Hij liet twee jaar geleden zijn restaurant Likoké in Les Vans in Zuid-Frankrijk over aan zijn zoon Cyril. Hij woont nu vooral in Zuid-Afrika en komt tussendoor nog wel eens in Vlaanderen. Voor enkele projecten is dat dan. “Daar kan ik nog niets over zeggen. Maar het is nu voor mij allemaal fun, zonder enige druk, zoals jurylid spelen in het programma Bake Off. En tussendoor eens gaan golfen. En als ik dat dan doe met Peter De Clercq (chef-kok en ex-wereldkampioen barbecue, red.) staat dat meteen in de Story.” (lacht)

Straks staat hij nog groter in De Krant van West-Vlaanderen, we zitten in Oostende. Zuid-Afrika is zijn grote liefde geworden, zo laat hij meteen weten. “Door de coronacrisis zaten we er negen maanden, maar er was nauwelijks een lockdown. Ik moet zeggen dat ik nog nooit zo gelukkig was in mijn leven. Ik ga vaak golfen, ik geef er eens een kookles… Alles mag, niks moet. Ik ben echt met pensioen, hé.”

Zijn flat in Antwerpen is intussen verkocht. Ook al koopt hij wellicht ooit een appartement aan onze kust, een vaste stek in Vlaanderen hoeft de Kortrijkzaan niet meer. “Ik heb afwisseling nodig”, luidt het. Het avontuur zit in zijn bloed: zijn grootvader trok per boot naar Canada, zijn ouders trokken naar Congo, zoon Cyril trok een jaar door Australië, dochter Marie zat vier jaar in China en woont nu in de VS. Maar nóg zegt hij: “De wereld draait rond West-Vlaanderen. Jean-Marie Dedecker, Arno, Yves Leterme…” En Piet Huysentruyt, zeker?

***

Bij het aperitief op het terras pikt hij alle garnalen. “Jij neemt er toch geen en ik eet nog steeds zó graag.” En tussendoor graait hij herinneringen op.

“Mijn jeugdherinneringen aan de zee zijn aanvankelijk quasi nihil. Mijn ouders waren teruggekeerd uit Congo en moesten hard werken. Op reis gaan, dat kenden we niet. Vakantie was bij ons: de dakgoten herschilderen, steentjes rakelen… Het zou de constante in mijn leven worden. Toen ik al getrouwd was en op congé ging, zei mijn moeder nóg: moeten jullie niet werken misschien? Naar zee gaan, was toen ook niet evident. Er werd onder schoolkameraadjes zelfs mee uitgepakt: ik ben naar de zee geweest! Velen waren al 12 jaar oud toen ze voor het eerst de zee zagen. Ik herinner mij nog mijn eerste keer. Dat was in Wenduine, waar mijn ouders voor het eerst een appartementje hadden gehuurd. Maar ze bleven intussen wel doorwerken, een tante zorgde voor ons.”

Nog een paar garnalen in zijn mond, nog meer herinneringen aan zee: de koksschool in Koksijde. “Uit het internaat ontsnappen om uit te gaan in Koksijde of Nieuwpoort. En dan ‘s nachts met een stuk in je voeten kijken naar de zee. Die magie is gebleven, als iemand mij uitnodigt aan zee, sla ik dat nooit af. Ik ben hier wel liever ‘s winters dan ‘s zomers: wandelen op het strand met de hond, een rode kop van het zand dat tegen je hoofd waait… Vroeger was Wissant mijn favoriete kustplaatsje, aan Cap Gris-Nez in Noord-Frankrijk. We aten er altijd kreeft, mossels of fruits de mer… (glimlacht) De zee is voor mij evenwel niet Wissant, Oostende of Blankenberge. De zee is voor mij: daar eet je de beste zeetong, daar de beste kreeft… Als ik nog één droom heb, dan is dat een appartement aan zee kopen. Waar, dat maakt mij geen zak uit. Omdat we hier de mooiste kustlijn van de hele wereld hebben: 68 kilometer bebouwd met restaurants, brasserieën, wafelkraampjes en ijskraampjes. In Zuid-Afrika heb je twee kilometer hoogbouw en verder niets.”

De topkok associeert nog steeds elke plaats met eten. En daar mag best applaus bij. Nog één garnaal, nog één herinnering: “Die keer, toen ik met SOS Piet wereldberoemd in Vlaanderen was geworden, dat ik eens in De Oesterput in Blankenberge ging eten en het hele restaurant net niet recht stond om te applaudisseren… Kippenvel! Je weet dat het ego van een kok gigantisch is, maar dat was zo volks. Ik ging zitten en dacht: Wow! Yes!

***

We zijn er al helemaal: Huysentruyt was twintig jaar lang een BV, supercategorie. Ongekunsteld (let niet op de West-Vlaamse klanken), ongemeen populair en overal herkend. “Ik heb ook nooit volksmassa’s vermeden. Al had ik wel mijn trucjes om al te opdringerige fans af te houden. Dan vroeg ik op een concert aan mijn maten om een cirkel rond mij te sluiten, om mij te beschermen. Maar ik ben, zoals andere BV’s wel eens overkomt, nooit geconfronteerd geweest met een middelvinger. Ik heb van Vlaanderen nooit iets anders dan liefde gekregen. Wellicht ook omdat ik altijd veel heb gegeven. Een babbelke kon altijd.”

Net op dit moment wordt Piet door een passante op de Oostendse dijk herkend en meteen om een selfie gevraagd. Geen probleem.

“Ik beken: ik ben nog steeds fier herkend te worden. Want het is uiteindelijk al meer dan tien jaar dat ik van het televisiescherm weg ben. Ik denk dat er in de loop der jaren een gigantisch respect is ontstaan. Ik ben niet alleen SOS Piet, ik ben ook Likoké Piet. De man van het volk, maar ook de kok die met zijn restaurant in Frankrijk al na vijf maanden een Michelinster had.”

Ha, er zitten twee Pieten voor ons. Al weet hij niet goed op welke hij het meest trots mag zijn. “Ik ben nu fier op allebei. Maar ik geef toe, ik heb er lange tijd mee geworsteld, na het afscheid van VTM en SOS Piet. Pas toen ik Likoké Piet werd (in 2013, red.), voelde ik mij weer méér. Want alle sterrenchefs hadden gelachen met SOS Piet. Stéphane Buyens (Le Fox in De Panne, red.) in een krant: Piet speelt nu ook al mee in een Kabouter Plop-film… Pietje toch!(nadenkend) Het Likoké-verhaal heeft veel goeds gedaan met mij. Vlaanderen werd er zich van bewust dat ik niet alléén SOS Piet was. Ik was zélf al SOS Piet gaan haten. Dat ging zelfs zo ver dat ik op een bepaald moment op het terras van Likoké uitriep: SOS Piet is dóód! Waarop een kind, met zijn papa en mama helemaal opgedirkt in het restaurant, spontaan begon te huilen. SOS Piet mocht niet dood gaan! Ik kon mezelf voor de kop slaan: hoe arrogant ben ik nu niet? Doe eens normaal.

“Op dat moment heb ik besloten dat er twee Pieten zijn. Een zeer mooie SOS Piet en een zeer mooie Likoké Piet. Een goeie televisiekok én een sterrenchef! Als sterrenchefs nu nog smalend doen over SOS Piet, zeg ik hen dat ik toch maar mooi 4 miljoen boeken heb verkocht, twee keer een Michelinster heb behaald en twee keer 17/20 bij Gault Millau. Ik kan nu beiden perfect plaatsen. Op een uitreiking van Gault Millau, tussen alle sterrenchefs, ben ik Likoké. En als een madammeke mij een selfie vraagt, zet ik direct weer mijn smile van SOS Piet op. En dan vertel ik: weet je nog, dat kieken dat ik heb gemasseerd? Ik heb toen in mijn broek gepiest van het lachen.

De derde Piet die er zich had tussen gewrongen, is opgeborgen. Zeurpiet, noemden zijn vrienden hem, toen hij zich zó verongelijkt voelde door het opdoeken van SOS Piet.

“Ik was in die periode al op weg naar Likoké Piet. Maar voor de mensen bleef ik SOS Piet. Stop nu eens met daar almaar over te zagen, zeiden ze. Ik besefte toen dat SOS Piet altijd zou blijven bestaan. Sterker zelfs: moest ik nu kiezen tussen dat appartement aan zee, mijn laatste grote droom zei ik daarnet, of nog een reeks van SOS Piet, dan ga ik toch voor die laatste. Als afscheid van mijn publiek. Van Likoké Piet en de gastronomie heb ik al mooi afscheid kunnen nemen. Dat mijn zoon Cyril de zaak heeft overgenomen, dat maakt het nog mooier.”

© Kris Van Exel

Dat afscheid van het publiek zou helemaal passen in het ideale scenario in zijn hoofd voor zijn 60ste verjaardag eind volgend jaar. Hij is er nu al duidelijk mee bezig. “Jij bent al 60, hé. Wat doet dat met een mens?” Daar komt intussen fan nummer twee al aangestapt. Een hele bijzondere. Een cartoonist, die van de komst van Piet afwist, en hem zijn cartoon – speciaal gemaakt, hij komt zelfs vanuit Geraardsbergen om hem te overhandigen – wil voorleggen. SOS Piet! is nu Vooruit Piet! Dankzij de naamsverandering onder Conner Rousseau dus. Piet: “Een doordenker! Schitterend! Dankjewel!” En een nieuwe foto volgt!

***

Dineren met een topkok, dat is toch net iets spannender. De wijn: een sauvignon blanc. Prima! Voorgerecht: een smeus met grijze garnalen. Ter ere van zijn vriend Jeroen Meus, grinnikt Piet. Smeus-Meus, heb je ‘m? “De enige kok die na mij kwam die het kán. Toen ik begon als televisiekok, was de hele taart voor mij alleen. Nu moet die taart verdeeld worden in veel kleine stukjes. Er zijn vandaag veel televisiekoks.” Maar hij steekt niet weg dat hij zijn opgebouwd vermogen meer te danken heeft aan televisie dan aan zijn eerste restaurant en zijn eerste ster in Wortegem-Petegem. En aan wat volgde voor de bekendste en populairste kok van Vlaanderen: een heel assortiment kookpotten, -pannen en ander keukengerief onder de naam Piet. Of neen, neem alleen nog maar zijn vier miljoen boeken, aan pakweg 2 euro per boek commissie. Piet schatert: “Nu ben je als Dag Allemaal! Je vergeet de fifty-fifty met VTM!”

Soit, waar zaten we? Aan zijn feestprogramma voor zijn 60ste verjaardag dus. “Ik ga me op mijn 60ste super voelen, denk ik. Dat had ik niet op mijn 50ste. Daar heb ik mij mentaal moeten over trékken. De helft van mijn leven was voorbij! Tot ik besloot: ik geef hetzelfde feest als voor mijn 40ste verjaardag. Alleen was dat toen vier dagen na elkaar, nu werd het vijf dagen. Het beste feest van mijn leven. Het was fantastisch. Met een optreden van Channel Zero. En mijn favoriete nummers gezongen op de muziek van mijn zoon. Zo wil ik het ook volgend jaar, maar dan een feest dat zes dagen duurt! Met deze is Franky (De Smet-Van Damme, de zanger van Channel Zero, red.) alvast opnieuw uitgenodigd. En ik blijf weer tot de laatste. Last man standing! The end: Piet en Véro! Voor mijn 58ste verjaardag in Zuid-Afrika had mijn vrouw een plaatselijk hardrockbandje uitgenodigd. Ze waren verbaasd, spelen voor zo’n oud publiek? Ik heb hen gezegd: ik wil dit en dat horen. En we gaan het samen zingen, ik ga wel show geven. Rage Against the Machine… Ik heb ze achteraf nog teruggezien: nooit eerder meegemaakt, zeiden ze.”

© Kris Van Exel

Eten en heavy metal, het is de rode draad van zijn leven. “Al volg ik het niet meer zo hard. Amenra (een Kortrijkse groep, red.) is een wereldgroep, maar in de Zwaarste Top 100 van Studio Brussel staan ze op zes en mijne Franky op tien, dat gaat niet. Black Fuel op één, basta!” En, ook basta, het feest voor zijn 60ste verjaardag in december 2022 zal er ook geen zijn om snel te vergeten. “Ik ben nu al bezig met de Zuid-Afrikaanse wijn die ik er wil schenken. Mijn eigen wijn. Je weet toch dat ik mijn eigen scenario’s schrijf?”

Er zal niet alleen het feest zijn, eind volgend jaar moet ook de biografie uitkomen waaraan hij bezig is, misschien wel op de nieuwe boekenbeurs in Kortrijk. “Waar de ster is geboren, het zou het helemaal mooi maken. Een deel van het boek zijn de gerechten die mij getoucheerd hebben, die mijn carrière hebben gemaakt zeg maar. Elk hoofdstuk is opgebouwd rond een muziekgroep: Metallica, Sepultura… Van Sepultura vooral rond de song Born Stubborn. Koppig geboren. Dat is de song van mijn leven. (Piet laat met blinkende ogen het nummer horen op zijn smartphone). Sepultura weet niet dat zij dat lied voor mij hebben gemaakt. Maar het boek is ook echt mijn levensverhaal. Beginnend met mijn grootvader, in 1800 en zoveel. We hebben nog de passagierslijst teruggevonden van zijn boottocht naar Canada. Cyril Huysentruyt.”

“Die passage geeft aan hoe een Huysentruyt in elkaar zit. Avontuur, vernieuwing en trots. Mijn vader volgde. Het ging na de oorlog bergaf met het vlas, pa wilde naar Congo maar mocht niet. Ook een gelijkenis: ik mocht ook eerst niet naar de koksschool. (grinnikt) Toen ik veel later niet naar Frankrijk mocht verhuizen, zei mijn moeder tegen mijn vader: jij bent toch ook naar Congo vertrokken, laat die jongen toch eens gaan. Ik bedoel maar: het zit er in. Mijn kinderen zijn ook meer Europeaan dan Belg, ze spreken allebei vijf talen. Voor Cyril is Frankrijk intussen meer zijn thuis. Toen ik zei te overwegen het huis te verkopen, volgde een revolutie. Zot!(lacht)

***

Zijn levensverhaal draagt vooral de stempel van zijn vader. Walter Huysentruyt had in Congo een bloeiende koffieplantage opgericht, maar moest er tijdens de dekolonisatie vluchten en alles achterlaten. Toen hij weer in Kortrijk zat, helemaal berooid, is hij daar nooit helemaal van hersteld. Het schrijnende verhaal tekende Piet. “Dat zit diep in mij.” Piet vertelt, een paar honderd meter van Thermae Palace staat het standbeeld van Leopold II. “Oei oei, dit is gevaarlijk terrein. Natuurlijk zijn er toen foute dingen gebeurd, maar België is wel rijk geworden door Leopold II. Alleen mag dat niet gezegd worden. Er mag alleen gezegd worden dat er handen werden afgehakt, maar over de zelfstandigen die er, omgerekend, miljoenen franken hadden geïnvesteerd en alles moesten achterlaten, daar deden de volgende regeringen niets mee. En dat heeft niets te maken met Leopold II.”

“Laat er alstublieft eens een vak Congo worden opgericht met de juiste, genuanceerdere historie. Maar dat dit verhaal zo diep in mij zit, heeft eigenlijk niets te maken met Leopold II. Dat komt doordat ik een leven heb gehad met een getormenteerde vader. (stil) Voor zijn 60ste verjaardag wilden we hem met de kinderen een reis aanbieden naar Congo. Hij stond recht en zei: het is neen en ik wil daar niets meer over horen! En de luttele keren dat ik mijn vader heb zien wenen, was bij het zien van filmpjes over Congo. Als kind heb ik altijd wel gemerkt dat er iets scheelde, maar wát, dat wist ik niet. Het werd pas allemaal duidelijk toen hij op zijn doodsbed mijn hand vastnam en zei: Pietje, pas op je geld!’”

© Kris Van Exel

Dat heeft hij gedaan, ter ere van zijn vader ook. “Ik kom uit een West-Vlaamse tjevenfamilie en dat betekent: werken, werken en werken. Maar ik heb wel altijd gevonden dat er op het einde van de rit een prijs moet volgen. Nu mogen Véro en ik zeggen dat we ons krom gewerkt hebben, maar we hebben ook goed verdiend. En men gunt ons dat. Als ik dan eens een foto post vanop onze golf in Zuid-Afrika, ontvang ik reacties als: geniet maar Pietje, je verdient het. (glimlacht) Ik ben nog maar 58, maar genoeg is genoeg. En alles staat al op papier: de immobiliën voor de kinderen en het geld voor ons, om nog lang goed te leven. Ik weet zelfs al waar ik wil sterven. Thuis, in Zuid-Afrika. Zoals mijn vader zo graag in Congo was gestorven. Indien nodig met tien verpleegsters rond mij. Indien nodig met een inspuiting. Mijn kinderen zeggen dat ik dominant ben. Wel, ik zal tot de laatste dag dominant zijn.”

***

Sole meunière. Ook correct. Lisa van Thermae Palace, die zich vooraf een beetje bezorgd had afgevraagd of de topchef tevreden zou zijn over het diner, mag op beide oren slapen. Terug naar zijn scenario voor zijn 60ste verjaardag. Het feest, het boek en zelfs de wijn zitten al in zijn hoofd. Maar er moet nog een uitroepteken bij. Hij zou dan ook ontzettend graag afscheid nemen van het publiek.

“Ken je nog Fred De Bruyne, wielercommentator bij de BRT indertijd? Televisievedette avant la lettre. Zoals Rik De Saedeleer dat was, zoals Michel Wuyts dat nu ook is. Indertijd zei Fred De Bruyne: nu mag iedereen nog één keer komen voor een interview en dan is het gedaan. Zo wil ik het ook. Na mijn zestigste zal men nog groot moeten uitpakken om nog een interview met mij te krijgen. Als het gedaan is, is het gedaan. En geloof me Frank, de mensen gaan me op de dijk van Oostende blijven herkennen. Zoals iedereen mij daarnet, meer dan tien jaar na SOS Piet, nog steeds herkende. Van 3 tot 93 jaar, iedereen keek naar SOS Piet, hé. Nu nog stappen er mensen op mij af die me vertellen dat ze op de schoot van hun oma naar dat programma keken. De makelaar die mijn appartement in Antwerpen verkocht vroeg mij een selfie voor zijn kinderen van zes en acht jaar. Ik zei hem: die kennen mij toch niet? (met Antwerps accent, red.) Jawel. Van op YouTube. Den ananas flambé!

© Kris Van Exel

Oh ja, ook nog: zijn vrouw zal op zijn feest willen speechen, denkt hij. Wat zal ze dan zeggen? “Het wordt heel emotioneel, denk ik. Ze zal dingen zeggen die alleen wij twee zullen verstaan. Dat is Véro. Rustig, berekend. Achter de sterke man staat bij mij nog een sterkere vrouw. Zonder Véro was ik niets. Ze heeft me héél vaak gered. Wat niemand zag, wat niemand ook hoeft te zien. En we hebben elkaar ook altijd kunnen loslaten. Ze weet toch dat ik niet kan stilzitten. (glimlacht) We kijken intussen uit naar kleinkinderen, al zijn de relaties van Cyril en Marie nog pril. Opa Piet, dat is ook sentimenteel voor mij. Ik heb mijn grootouders nooit gekend. Maar Cyril en Marie waarschuwden me al: papa, je gaat je daarin toch óók niet moeien!

***

En dan trekken die twee Huysentruyts – SOS Piet en Likoké Piet – zich helemaal terug in het Zuid-Afrikaanse Franschhoek waar hij samen met Véro al een nieuw leven aan het uitbouwen is. “Maar geen nieuw leven met alleen maar andere Belgen, al wil elke Belg er vriend zijn met Piet. We leven er midden de plaatselijke gemeenschap. Ik ben er ook opnieuw beginnen schilderen. Zeer persoonlijk werk. Vaak acryl en olie door elkaar. Eén van mijn goede vrienden, topkunstenaar Koen Vanmechelen, speelt mijn curator en noemt het knap werk. Ik zal wel eens exposeren, maar dat zal onder een andere naam zijn. Ze mogen het niet bekijken als een Piet Huysentruyt. (peinzend) Ik wil in Zuid-Afrika sterven. Dat heeft voor mij ook een grote sentimentele waarde: mijn vader had ook zijn leven willen eindigen in Afrika.”

“Als ik toevallig stervende ben in Europa, zal ik zeggen dat ze me snel naar Zuid-Afrika moeten overbrengen. Véronique zou ook niet meer willen terugkeren. Het is er elke dag genieten. We spelen er ook samen heel veel golf. Dat gevoel als je daar staat… Je hoort alleen de stilte. Ik heb al handicap 25, heel aardig dus. Ik vind zelfs dat golfen van mij een beter mens maakt. Ik kon vroeger heel koleriek zijn. Vooral in de keuken. Ik heb ooit zo’n (toont een vuist) put in het fornuis gestampt. In golf zit noblesse, beleefdheidsregels. Met je club in de grond slaan, mag niet… Zo heb ik geleerd mezelf onder controle te houden. Nog hooguit eens te roepen bij een misser. Echt, ik ben rustiger geworden. Ik sta in Frankrijk trouwens bijna nooit meer in de keuken, die is van Cyril. En als ik er nog eens kom, voel ik enorm veel respect van iedereen, chef Guido voorop. Hij zei al aan de rest van het personeel: google eens de naam Piet Huysentruyt. Dan merk je hoe ze hun best doen: de chef passeert om te checken of mijn mes wel recht ligt… (lacht) Ik kom alleen nog eens in het restaurant om de mensen te begroeten.”

© Kris Van Exel

Maar verder is Likoké van Cyril. “Hij lijkt meer op zijn moeder dan op mij. Rustiger, meer beredeneerd. Al is hij geen kok, hij is meer manager. Maar als het op vakmanschap aankomt, stelt hij mij nog steeds zijn vragen. Dat doet mij plezier. Marie lijkt dan weer op mij. Met een goede scheut Véronique erbij. We mogen fier zijn op allebei. We verdienen een pluim voor hun opvoeding. Dat mag toch ook gezegd worden? Een Vlaming is vaak te bescheiden. Mijn vrouw ook, terwijl net zij de grootste pluim verdient. Als moeder en als metronoom van onze relatie en ons bedrijf.”

Hij schrijft liever zelf de scenario’s, de avond mag worden afgesloten met zijn levensfilosofie. In de achtergrond klettert Born Stubborn van Sepultura.

“Er zijn twee zekerheden in het leven. Je wordt geboren en je sterft. En tussenin moet je werken. Dan moet je het beste maken van die pakweg tachtig jaar op deze aardkloot. Het leven is zo mooi, ik begrijp al die zure mensen niet. Ik heb van mijn 20ste tot mijn 56ste dag en nacht gewerkt, dat maakt dat ik voor 2×36 jaar heb geleefd. Maar ik had het voor niets willen ruilen.”

Het leven is zo mooi. Het is na de foto’s – Piet schatert óp Altar, Kris Martins kunstwerk vlak voor Thermae Palace – het perfecte bruggetje naar de vijf klassieke laatste vraagjes.

Wat is het mooiste aan het leven?

“Genieten. Je kinderen die het goed doen. Marie, wiens geboorte ik meemaakte en die 32 jaar later in de VS voor de verjaardag van haar lief Brusselse wafels wil maken, die papa belt en vraagt hoe ze dat best doet. En Cyril, 31, die mij vraagt hoe ik een bepaald personeelsprobleem zou aanpakken. Dank u papa.”

Wat is het moeilijkste aan het leven?

“Evenwicht vinden. In werk en privé. Je hele leven loop je op een koord waar je 30.000 keer afvalt maar nog net de koord kan grijpen. Heel veel in mijn leven had ook te maken met een gebrek aan respect. Ik was altijd de kleinen. Al is het niet slecht bedoeld, ik ben daar nog steeds gevoelig voor. Alles wat ik heb bereikt, komt voort uit dat minderwaardigheidscomplex. Ik heb mij altijd willen bewijzen.”

© Kris Van Exel

Van welke kleine momenten in het leven geniet je het meest?

“De stilte. Sprak de heavy metalfan, ja. Dat zijn weer die extremen in Piet. Om 8 uur ‘s morgens op de golfcourt staan. Zalig.”

Wat zou je aan de wereld willen veranderen?

“Nu ben ik heel cru. Er ís niets te veranderen aan deze wereld. Maar als ik toch iets zou kunnen veranderen, heeft het alweer met eten te maken: nergens nog honger op deze wereld. Hier wordt 100.000 ton voedsel weggegooid, in zwart Afrika hebben ze 100.000 ton voedsel te weinig. Daarom steun ik ook veel goede doelen in Zuid-Afrika, maar niemand hoeft dat te zien.”

Aan wie op deze wereld, waar dan ook, zou je een brief willen schrijven om eens jouw gedacht te zeggen?

“De eerste die in mij opkomt, is mijn pa, al kan dat niet meer. Er is zoveel tussen ons onuitgesproken gebleven. Ik zou hem vragen waarom hij zijn zoon, die zo zijn hart op zijn tong heeft, nooit iets heeft verteld over zichzelf. Carrément niets. Ik vertel álles aan mijn kinderen. Leven, werk, seks, drugs & rock ’n roll… álles. Zij hebben ons dat ook aangeleerd. In ons eerste interview in Likoké zei Cyril: meneer de journalist, als je mij nog één keer de zoon van zijn vader noemt, ben ik weg. Piet is mijn vader én mijn beste maat! Dat vond ik ge-wel-dig! Cyril is Cyril. Men komt nu ook niet meer naar Likoké door Piet, maar omdat het een toprestaurant is. De mensen zeggen nu zelfs dat het beter is dan vroeger! Schitterend, toch?”

© Kris Van Exel

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.